2012.05.26 Pinksteren

Toelichting werd gehouden door Jan Verachtert.

Knielen op een bed violen

De opdracht voor deze cyclus bestond erin een boek te selecteren dat op mij grote spirituele indruk had gemaakt, en dat ik tot op zekere hoogte op mijn eigen leven zou kunnen leggen.

Daarvoor had ik ergens in maart een hele morgen uitgetrokken, om -staande voor mijn boekenkast- de gevraagde keuze te maken.

Edoch, een ganse voormiddag heb ik echt niet nodig gehad. Al na een halfuur was het bingo. Want uit die lange rijen romans, filosofische verhandelingen en spirituele schrijfsels drong de fel gelauwerde roman Knielen op een bed violen zich meteen aan me op.

Misschien geen wereldliteratuur, maar alleszins verkozen tot het beste Nederlandstalige boek van 2005, ondanks stevige concurrentie van o.m. Arnon Grunberg en wijlen Patricia De Martelaere.

En spannend, mensen, spannend, ondanks of dank zij de tragiek die van de 446 pagina's afdruipt.

Zoals de opdracht luidde, zegt het boek ook iets -heel veel zelfs- over mijn eigen geschiedenis, meer bepaald over mijn zoektocht naar goddelijk licht. Het is precies daarmee dat in de gekozen roman wordt gekampt, geworsteld, gevochten.

Geen toeval dat de lectuur ervan mij dwingend was aangeraden door Remi Verwimp, zaliger gedachtenis; mijn spirituele mentor, soms de horzel in mijn pels, veel vaker nog een tastbare en onwankelbare brenger van genade en verlichting.

Knielen op een bed violen is niet alleen gewijd aan de zoektocht naar de Onbenoembare. Een ander beslissend thema is dat van de grote liefde tussen het hoofdpersonage Hans Sievez en Margje, zijn lieve, sensuele, trouwe en hardwerkende vrouw, de moeder van hun twee zoons.

Hun liefde is oprecht en teder, met alles erop en eraan; samen met Ruben en Tom vormen zij een gelukkig gezin, en wijden zij zich met zorg aan een beginnende bloemenkwekerij, die veel van hun energie opslorpt.

Dat alles komt helaas onder zware druk te staan, wanneer de godzoeker Hans, hoewel zélf de zoon van een wreedaardig protestants sektelid, op zijn beurt onder de invloed raakt van een stel strenge calvinisten, rondreizende predikanten, annex boekenslijters, die het enige en ware licht aan de man brengen. Vertegenwoordigers van de zwartste onder de zwarte-kousenkerken, in het hart van de Bijbelbelt in Nederland, zijnde de provincie Gelderland.

Onder het mom van verlichting, opstanding en verlossing richten zij in de persoon, het gezin en het bedrijf van Hans alleen maar rampen aan, verwoesting, psychologisch leed, menselijk onheil en ondraaglijke spanningen.

Hans Sievez geraakt gaandeweg verstrikt in de perfide netten die om hem heen worden gespannen. En na het zoveelste geheime bezoek van de schijnheilige herauten knielt hij pathetisch neer, hij zinkt neer eigenlijk, te midden van een pas aangelegd bed met viooltjes. Vandaar de titel van het boek.

Van dan af geeft de doodbrave huisvader zich definitief over aan wat in de ogen van de lezer alleen maar godsdienstwaanzin kan zijn, en een schrijnend geval van godsdienstige neurose.

De roman beschrijft tot in den treure hoe allerlei slinkse manoeuvres Hans er toe brengen om, tegen beter weten in, tegen alle gezond verstand in, tegen de liefde van vrouw en zoons in, heil en licht te verwachten van die fanaten, slaafse dienaars van de éne en échte wàre god, die alleen maar onderwerping eist, blinde gehoorzaamheid, bron van onuitstaanbare zielenpijn is en van prangende angsten, in ruil voor wat schimmige zekerheden, schamele troost en de onwankelbare hoop op een riante beloning in het hiernamaals.

De sekte waartoe Hans gaat behoren staat voor mij symbool voor de schade die bepaalde vormen van godsdienstbeleving aanrichten, doorheen de tijden en wereldwijd, aan al te gevoelige en goedgelovige zielen. Symbool voor dogmatisme, fundamentalisme, obscurantisme, groepstirannie en fanatisme. Héél lelijke dingen, kortom.

Ik dacht bij het lezen voortdurend terug aan bepaalde toestanden en figuren uit mijn zwaar beladen jeugd in een klein gat, diep in de Antwerpse provincie, ten tijde van de jaren vijftig en zestig.

En aan de godsdienstoorlogen tussen katholieken en protestanten, tussen orthodoxen en moslims, tussen sjiieten en soennieten.

Dichterbij, dacht ik aan de Jainistische tempelbeheerders in Wilrijk, die de toegang verbieden aan menstruerende vrouwen.

En aan de Joodse en Islamitische wetgeleerden, die ook vandaag nog, jongetjes van het gevoeligste deel van hun piemelhuid beroven.

En kennen jullie eigenlijk de ware stellingen van de Mormonen? Eén van hen wil president worden van de Verenigde Staten, ik mag er niet aan denken.

Moet ik herinneren aan de wandaden van bijna alle theocratieën die bestaan en bestaan hebben? Met recentelijk nog een Arabische en een Joodse en een Iraanse minister die geen vrouwelijke collega de hand wil schudden? Hoe boertig kan een rechtgelovige zijn?

U voelt het, de lectuur van deze roman heeft me doen terugvallen in een kwaadheid en in rancunes die ik al lang achter mij meende te hebben gelaten. Maar dit soort van godsdienstbeleving verdient niet beter dan mijn misprijzen en wordt in mijn beleving zeer terecht geridiculiseerd door militante atheïsten. Ik kan niet anders dan huiveren, sidderen en beven, telkens in naam van zogenaamd hogere principes wordt overgegaan tot barbaarse, of minstens totaal achterhaalde praktijken.

Maar laten we wel wezen: tot hiertoe ging het over godsdienst, met de negatieve connotaties die dat woord meestal oproept in het huidige taalgebruik. Onze rijke Nederlandse taal beschikt gelukkig, naast de benepen term 'godsdienst', ook over het welluidende woord 'religie', vandaag de dag bijna altijd gebruikt met een positieve connotatie.

Die vraag stelt de roman ons in alle duidelijkheid: kiezen wij voor godsdienst-, of voor religiebeleving?

'Religie' is voor mij een kwestie van persoonlijke ervaring, van het stoten op al-wat-groter-is-dan-ikzelf. Religie betreft de 'zero-experience', het rechtstreeks beleven van het alles-en-iedereen-verbindende eenheidsgevoel, de grenservaringen, de piekmomenten, het verblindende inzicht dat de werkelijkheid één is en dat leven en wereld geheiligd moeten worden, het gegrepen worden door het mysterie dat ons overstijgt, de Oerenergie, het Gans Andere, de Gans Andere die Liefde is, noem maar op. En vooral heeft 'religie' te maken met mijn persoonlijke antwoord op die zero-experience, in woord en daad. Via de onafscheidelijke wegen van inzicht en mededogen.

Allemaal dingen die te maken hebben met Spirituele Intelligentie, de kwaliteit van geest en hart en ziel die ons bekwaam maken om op zoek te gaan naar wat 'goddelijk' wordt genoemd.

Geloof in de persoonlijke God kan daarbij helpen, maar is geen strikte vereiste om in het huidige taalgebruik van een 'religieuze mens' te spreken. Boeddhisme, bv., is in deze zin geen godsdienst, wél een religie. Er zijn religieuze atheïsten, religieuze agnosten. Er bestaan evenzeer niet-religieuze gelovigen, dwaze volgers van dogma's, tradities en instituten die beletten op het spoor te komen van wat ik nou eigenlijk ZELF geloof, ervaar en voel.

Het lijkt mij evident dat de toekomst van de mensheid en van de goede aarde voor een groot deel zal bepaald worden door de uitkomst van het duel tussen godsdienst en religie. Het ene scheidt mensen van elkaar, het andere is geroepen om over de grenzen heen ware zoekers naar goddelijkheid te verbinden met elkaar.

Jan Siebelink, ik vermeld het tenslotte, brengt veel meer respect en begrip op voor het hoofdpersonage dan ik. Voor dat hoofdpersonage heeft zijn eigen vader model gestaan. Siebelink heeft hem nooit definitief kunnen veroordelen en minstens 5 of 6 opeenvolgende romans nodig gehad om te proberen hem te begrijpen. Dat is meteen een van de grootheden van het boek, en van zijn auteur: ook Hans Sievez is een waardevol mens die het verdient begrepen en gerespecteerd te worden, ook al stoot hij de anderen van zich af, zelfs zijn eigen vrouw en kinderen, in dienst van een verkeerd begrepen hoger ideaal, een godsdienst van gnosis, geheime kennis, onbereikbaar voor niet-ingewijden en bron van geestelijke hoogmoed. Dat alles kan Jan Siebelink veel beter relativeren dan Jan Verachtert.

Maar dat relativeren belet niet dat het boek zijn lezers aanspoort om op zoek te blijven gaan naar authentiekere religieuze inzichten, gevoelens en handelingen, en om zich te bevrijden van de restanten van oudchristelijke mythen, godsdienstige dwaalleren en wat dies meer zij.

Het ware Licht dat in ons moge doorbreken, kan alleen maar Licht zijn dat de zielen heelt en mensenkinderen met elkaar verbindt. Anders leef ik liever gewoon voort in de duisternis van de menselijke existentie.