2012.01.14 Zoektocht naar geluk

 

Toelichting werd gehouden door Mevr. I. Dupont.

EN TOCH VIND IK HET LEVEN DE MOEITE WAARD

 

Ik ben volledig blind sinds mijn geboorte.

In de voorbije vijf jaren werd ik vaak geconfronteerd met het feit dat  “een goeie gezondheid hebben” helemaal niet zo vanzelfsprekend is, zowel bij mezelf als in mijn heel nabije omgeving.

Mijn reflecties en beschouwingen hier en nu, zijn dus  bepaald door die ervaringen en door wat ik mocht horen en lezen van verscheidene mensen in mijn dichte of iets ruimere kring.

 

 

Lieve Mensen,

 

 

 

In deze weken van nieuwjaarswensen, hebt u het vast ook weer vaak gehoord:

“Een gelukkig nieuwjaar, en een goeie gezondheid, da’s ’t allerbelangrijkste…”.

Enkele jaren geleden, hoorde ik in diezelfde periode iemand naar aanleiding van zo’n nieuwjaarswensen zeggen: “en het is niet waar, een goeie gezondheid is niét het allerbelangrijkste en niet noodzakelijk  om gelukkig te zijn.”.

Ik herinner me hoe een enorme ergernis en zelfs iets van woede bij mij opborrelde bij die uitspraak, vooral omdat ze in mijn oren al te gemakkelijk gedaan werd en klonk uit de mond van  iemand die in blakende gezondheid verkeerde. (Tenminste bij mijn weten).

Toch heeft zijn uitspraak me aan het denken gezet en misschien was dat wel zijn bedoeling.  Ik ging het me steeds meer afvragen: is een goeie gezondheid noodzakelijk om gelukkig te kunnen zijn?

 

Als je plots geconfronteerd wordt met ziekte, zeker als die ook nog levensbedreigend is, zet dat je hele leven totaal op zijn kop en is dat zonder meer een ONGELUK dat je overvalt, vaak wreed en genadeloos. Het doet je op je grondvesten daveren, het gooit je plannen aan diggelen, het grijpt in in je relaties, het doet je enorm veel vragen stellen over de zin van het leven.

Ook deze dingen beschrijft Bieke Vandekerckhove in haar boek.  ze schrijft onomwonden over het enorme verdriet om wat haar overkwam en hoe ze op een bepaald moment totaal aan de grond zat.

 

Zelf heb ik vaak gehoord: “je moet je handicap leren aanvaarden”.  Dat “leren aanvaarden”  klinkt dan alsof het om een lineair proces zou gaan dat loopt van niet aanvaarden naar wel aanvaarden en alsof dat wel aanvaarden dan het eindpunt is. “eind goed, al goed en ze leefde nog lang en gelukkig”.  Zoiets bijna.

In de loop van mijn leven ben ik ervan overtuigd geraakt, dat het zo niet werkt! Niet zo eenvoudig. En deze overtuiging  werkt voor mij bevrijdend.

We hoorden het net ook in wat  Bieke schreef: “Ik worstel nog dagelijks met mijn

ziekte.  Nog steeds kan ik het niet aanvaarden.  En ja, soms ben ik verbitterd.”

Een groot probleem dat ik vaak tegenkom bij die idee van het aanvaarden als een doel dat moet bereikt worden als eindpunt van een proces, is dat je je heel schuldig kan voelen op momenten dat je het niet kan aanvaarden en dat je je ongelukkig voelt over je ziekte of handicap.

Ik heb zelf meer dan eens met dat soort schuldgevoel geworsteld. Ik merk dat het me vooral parten gaat spelen als ik hoor of lees over mensen die tot grootse prestaties in staat zijn ondanks hun handicap en die als een soort held bejubeld worden.  Niet dat er op zich iets tegen is dat mensen heldendaden kunnen verrichten, zoals een triatlon winnen ondanks een verlamming of bergen beklimmen ondanks een zware handicap.  Verre van. Het verdient absoluut  respect en bewondering! Maar het kan wel iets oproepen van: “oei, dat kan ik helemaal niet, dus ik ben niet zo goed bezig als die mensen”.  Het wordt gevaarlijk als deze grote prestaties een norm worden en helaas dreigt dat gevaar wel eens.  Er wordt regelmatig in algemene termen gedacht en gesproken.  Dat doet altijd onrecht aan hen die deze norm niet halen. Dit is dan ook allerminst de bedoeling van een boek zoals dat van Bieke of van een toelichting zoals deze.

Bladerend in het boek van Bieke, ben ik heel blij met de genuanceerdheid en fijnbesnaardheid ervan. Ze schetst helemaal geen beeld van een heldin voor wie het leven nu over rozen loopt, integendeel.  En daarom vind ik in haar boek inspiratie en een bondgenoot voor onderweg.

Ik heb het geluk dat ik al enkele mensen heb ontmoet, in levende lijve of via hun opgetekende getuigenis, die ondanks zware beproeving iets uitstralen van een soort diepe vrede met zichzelf en het leven en die echt iets wezenlijks betekenen voor anderen, iets van troost, kracht en moed om door te gaan. Mensen met zachtheid die in contact zijn met al hun mogelijke gevoelens, mensen waarvan ik dan denk “soms breekt Uw licht in mensen door, onstuitbaar”.

Wat maakt nu precies dat deze mensen niet bitter zijn maar blijkbaar wel gelukkig?

Bieke schrijft:

“Wat je overkomt, heb je niet in de hand, maar hoe je ermee omgaat, dat wel”.

En ze citeert Huub Oosterhuis die daarover zegt dat het gaat om  “zo met je verdriet omgaan, dat het je niet isoleert en verbittert. Je blijven verbinden, met anderen, met God.  van U is de toekomst, kome wat komt.” Ze schrijft er eerlijk bij: “mooie woorden, moeilijk als je ervoor staat”.

“anders proberen te leven met je verdriet, zodat het je niet langer verbittert en isoleert”.

Heel veel mensen hebben de neiging om zich te isoleren als ze geconfronteerd worden met iets heel ingrijpends, met iets ergs of bedreigend. Ik ondervond het zelf ook al meer dan eens. Je plooit je dan helemaal terug op jezelf. Op zich een heel normale reactie en een o zo menselijke en tot op zekere hoogte zelfs noodzakelijke reflex zoals Bieke het zegt. Maar ik denk wel dat er verschillende manieren mogelijk zijn om dan op jezelf terug te vallen. Je kan jezelf isoleren en dat is op termijn destructief en niet helpend. Dat isoleren kan uitlopen in verbittering en verblinding.

Maar je kan ook op een constructieve manier terugvallen op jezelf, de tijd nemen om echt met  jezelf in contact te komen, om te voelen wat er in jou beweegt en te proberen dat allemaal een plaatsje te geven. Voor Bieke zijn de stilte, het dagelijks bidden en mediteren  daartoe een weg ten leven. Dat hoor ik ook van anderen en zelf heb ik ervaren hoe vruchtbaar het kan zijn als ik op zo’n momenten durf te gaan zitten en me oefen in “milde open aandacht” voor alles wat zich in mij aandient. Mindfulness heet dat. Op die manier gaan zitten, is niet vanzelfsprekend, het is me niet van nature gegeven, het vraagt oefening en discipline.  Het is ook van belang om een goeie gids te hebben in die oefening waarbij je af en toe te rade kan gaan. Want – en dat schrijft Bieke ook – aanvankelijk kom je vooral je onrust tegen.

Als het mij lukt om zo te mediteren, merk ik dat ik nadien weer echt in beweging kan komen en dat er ook weer echt ruimte komt voor andere mensen. Zittend ruimte maken voor alles wat in mij leeft, hoe tegengesteld al die gevoelens ook kunnen zijn en dan kunnen zeggen: het is oké. Dat is ook voor mij een heel heilzame weg.

Twee jaren geleden, werd mijn moeder plots heel ziek.  Na verscheidene beroertes kwam ze op heel korte tijd en in een duizelingwekkend snel tempo terecht in een dementieproces. Ze werd totaal hulpbehoevend. Ze had ook heel erg afasie (spraakstoornissen) en kon daardoor niet meer zeggen wat ze wilde zeggen en wat ze beleefde. Tot op het laatste moment is zij op eén of andere manier blijven weten, blijven voelen dat er iets helemaal niet meer klopte en daar heeft ze psychisch heel erg onder geleden. Haar ziekte was een heel moeilijk en ingrijpend gebeuren, in de eerste plaats voor haarzelf maar zeker ook voor mijn vader, mijn broer en mij. Ongelooflijk wat dat heeft teweeggebracht aan onmacht, verdriet, opstandigheid en heel veel existentiële vragen en pijn.

Ruimte en tijd maken voor mezelf en al mijn verwarring, stilte en meditatie hebben mij enorm geholpen om er voor haar te kunnen zijn. Ik ben heel dankbaar dat ik die weg toen ten volle leerde kennen.

“Je blijven verbinden met anderen, …”

Als ik op zo’n manier op  mezelf kan terugvallen dat het geen isolement wordt maar heilzame stilte, zet net dat me weer op weg naar de anderen en naar verbondenheid.

In die stilte al mezelf verbinden met anderen van wie ik ook weet dat ze lijden, vanuit de bron van de stilte en mezelf naar anderen kunnen toegaan, relaties aangaan met mensen die me voeden maar ook volop kunnen geven vanuit mijn bron, leidt ook zeker tot gelukkiger worden.

In de ziekteperiode van mijn moeder, ben ik meer dan ooit heel gevoelig geworden voor wat ik de essentie noem.  Ik bedoel daarmee dat ik gevoeliger ben geworden voor wat oprecht is in relaties en voor wat er echt toe doet. In al haar miserie is mijn moeder daarin voor mij een gids geweest. zij leerde me terug naar de dingen kijken met de ogen van een kind, met de verwondering van een kind en soms ook met de verontwaardiging. Bij haar viel alle schijn weg. Op die manier delfde zij onze ware gezichten op.

en na verloop van tijd, kwam er op een aantal momenten meer ruimte voor intens genieten van wat nog wél mogelijk was.  Dat ging vaak om heel kleine dingen.  Ik heb nooit eerder in mijn leven op dezelfde intense manier genoten van een simpele pannenkoek met bruine suiker dan in die tijd samen met haar in een cafetaria in Zandhoven. Of ik kan ook zeggen: ik genoot opnieuw van die pannenkoek zoals ik dat als kind kon doen.  dit waren heel kostbare momenten samen met haar en hen die haar het liefste waren die voor mij een heel dierbare herinnering blijven.

Alleen al daarom hebben de laatste maanden van haar leven zin gekregen.  Ik wil dat niet romantiseren of het te gemakkelijk zeggen. Maar ik meen het wel heel oprecht. Zij heeft in die maanden, in haar kleinheid en haar puurheid,  mijn leven, mijn mens-zijn verrijkt en het beste in mij naarboven geroepen. en ze heeft ons met elkaar verbonden.

“Me blijven verbinden met God, en misschien zelfs kunnen zeggen: van U is de toekomst, kome wat komt …”.

Ik moet hierbij terugdenken aan Jeroen, een vriend-priester die 3 jaren geleden overleed na een lange en harde worsteling met M.S. De laatste 10 jaren van zijn leven was hij meestal bedlegerig.

Onlangs las ik een preek van hem terug die hij hield bij zijn zilveren priesterjubileum. Je moet weten dat Jeroen iemand was die er geen doekjes om deed en bijzonder oprecht was. Hij zei de dingen onomwonden, soms heel hard en soms net heel teder. In die preek die ik terug las ontdekte ik een zinnetje dat me plots verraste en raakte:

“Ik heb altijd een bepaalde hand gevoeld vooral in  de pijn en het verdriet en zo kwam het besef dat dat iets met God te maken moest hebben.

Bieke schrijft ergens in haar boek hoe ze een keer op het donkerste moment, plots wist of voelde: “er moét iets zijn, dat kàn niet anders.

En ik durf daar dan voor mezelf bij zeggen: “er moét Iemand zijn, Iemand tegen wie ik kan roepen om hulp en die mijn geschreeuw hoort zoals Hij de ellende van zijn volk hoorde.

Ik denk hierbij aan het bijbelverhaal over de welstellende en rijke Job die na een weddenschap tussen God en de satan zwaar op de proef werd gesteld en daarbij have en goed verloor en vol zweren op een mesthoop moest zitten. wanneer hij na zeven dagen lang zwijgen, samen met zijn vrienden, begint te schreeuwen uit woede, zijn lot niet aanvaardt, zich verzet en god bevraagt, lijkt er een opening te komen.  Op het nulpunt wanneer hij zich overgeeft, blijkt er terug perspectief zichtbaar te zijn, klein en aarzelend maar niet meer terug te dringen, als een klein lichtje in het duister.

Ik lees dat ook in psalm 22, de bekende psalm die begint met de woorden: “God mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?”.  Midden in de klacht, de wanhoop en het hulpgeschreeuw van de psalmist, staat er (in sommige vertalingen) ineens, heel onaangekondigd en bruusk: “Gij hebt mij geantwoord”,

en daar kantelt de psalm naar perspectief.

Het loont de moeite om hem eens te lezen.

Dit ervaren van God in het diepste diep, op het nulpunt, is een heel broze ervaring die mensen kunnen hebben, een ervaring waarover ik enkele mensen hoorde spreken en die ik zelf  ook al heb mogen kennen.

Maar het is evengoed mogelijk dat mensen dit nog niet zo hebben ervaren en niet zo voelen, en daarom zeg ik dit allemaal met veel schroom.  want ook dit mag geen soort norm worden en is niet ieders ervaring. Het is iets dat je niet kan plannen, het is ongrijpbaar.

Als het gebeurt, als je het ervaart, is het pure genade. een genade die me weer op weg kan zetten naar het volle leven.

Ik kom opnieuw bij mijn startvraag: is een goeie gezondheid noodzakelijk om gelukkig te zijn?

Ik denk het niet, ik denk dat je ondanks ziekte, pijn of handicap, echt gelukkig kan zijn op een diep niveau.  Maar… we moeten mijns inziens behoedzaam zijn om dit te gemakkelijk te zeggen.  Ik kan dat zeggen vanuit wat ik heb ervaren, maar ik kan het niet voor een ander zeggen en niet veralgemenen.

en er is nog iets dat ik ook weer leerde van Huub Oosterhuis:

“de woorden gelukkig en ongelukkig, blijken té eenvoudig, té eenduidig om onze ingewikkelde levens te typeren.  Maar, er zijn meer woorden in de taal.

Ilse Dupont

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Januari 2018
M D W D V Z Z
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31 1 2 3 4

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen