2011.12.24 kerstavond

Toelichting werd gehouden door De Heer Jan de Meulder.

In de lezingen van daarnet, staat Jozef centraal, Jozef van Nazareth. Laten we het hem eens gunnen op deze kerstavond.

We kennen hem van de zeemzoete voorstellingen van een oude man met de baard, soms met een witte lelie in de hand en een kleine Jezus bij hem. In de kerststal staat Jozef meestal achteraan naast de os en de ezel, of schorremorrie naar het Hebreeuwse “ Sjorim we chamorim”. In onze streek is hij ook nog bekend als de man van de Sint-Jozefszaag, timmermannen noemen dat de Jefzaag.

“Ergens komt een kind vandaan, van ver, van buiten, zonder naam… Woon hier bij ons, woon hier bij mij, de wereld wordt een huis voor jou…”

Woorden voor kerstavond en ze passen bij Jozef…

Ik heb het voor deze man. Een timmerman. Misschien rook hij wel naar Sandelhout of cederhout. In de evangelies staat geen enkel woord van Jozef opgetekend. Hij zegt er helemaal niets. Maar hij droomt des te meer. En die dromen zetten hem aan tot daden. Vermoedelijk stamde Jozef uit een  farizese  richting bij de Joden, die gerechtigheid en barmhartigheid aan elkaar koppelde.  Zou hij in zijn tijd ook gedroomd hebben van een Palestijnse of Joodse lente, met een Messias, op een eigentijds Thagrirplein? Verlost van het Romeinse juk, aansluiten bij de Bijbelse droom van Emmanuel, “ik zal er zijn voor u”.

’s Nachts voelt het heelal groot en donker aan, met ruimte voor gedachten en dromen. Het zijn de momenten van Jozef, de man, voor wie de nacht soms helderder is dan de dag. Misschien overkomt  je dat ook wel eens. Hij durft zijn intuïtie te volgen: wat zijn droom hem als juist ingeeft. Zonder enige zekerheid, doet hij het juiste. Ook al gaat dat in tegen de gebruiken van zijn tijd: de zwangere Maria tot vrouw nemen. Of de tweede droom die voor hem dodelijke ernst is: zijn gezin beschermen door te vluchten. Hij is zo wijs als de koningen die de ster volgen. Zijn droom bedriegt hem niet.

Op weg van Nazareth naar Bethlehem met zijn hoogzwangere vrouw. De heersers hebben het bevolen. In onze tijd zou Jozef zich misschien wel thuis voelen bij de indignado’s, de verontwaardigden. Zij zijn ook onderweg. Enkele weken later is hij de vluchteling. Met zijn vrouw en kind op de loop voor geweld en uitroeiing.  De repressie en het vluchten stoppen nooit, toen niet en nu niet. En er is nog altijd niet genoeg  plaats in de herberg  Fedasil.  Alles zit vol.   Vanaf de geboorte van de kleine Jezus is de onderdrukking en de dood aanwezig in zijn leven. De drie wijzen doen er geen doekjes rond als ze mirre schenken aan zijn ouders.

Jozef, met een hart van sandelhout, rijk en geurend, en handen als van cederhout, zacht en kwetsbaar. Zomaar een man. Men vond het niet  eens de moeite waard om zijn woorden te bewaren. Ergens komt een kind vandaan, van ver, van buiten, zonder naam…

Een man die zijn biologisch vaderschap zelfs moet afstaan aan Jahwe, omwille van het profetische gehalte van het kind. Hij moet (mag) zijn zoon de naam geven: Jezus, Jesjoea, wat betekent: ”God redt”. Daardoor wordt Jozef wel de wettelijke vader van Jezus. Die naamgeving was in de oudoosterse cultuur heel belangrijk: de naam zegt wie je bent, en je wordt echt een ‘persoon’… En deze Jesjoea zal later door anderen genoemd worden: Emmanuel, zoon van David, zoon van God, ik zal er zijn voor u …. In mijn verbeelding hoor ik die kleine Jezus:   Abba (vadertje, vake) zeggen tegen  Jozef,  want hoe zou hij anders later zijn “Vader in de Hemel” Abba hebben kunnen noemen, als hij zich niet heel veilig voelde bij papa Jozef.  Het zal voor die jongen wel een warm nest geweest zijn in Nazareth.

Ergens komt een kind vandaan, van ver, van buiten, zonder naam… Woon hier bij ons, woon hier bij mij, de wereld wordt een huis voor jou… Jozef, zomaar een man, met een hart van sandelhout en handen als van ceder. Hij beschermt, zorgt, doet wat een vader doet voor zijn zoon: een stiel aanleren, het goede doen, leren liefhebben en misschien wel dromen dat Jezus ooit de familiezaak zou overnemen samen met zijn broers. Het laatste wat wij over Jozef lezen is:  hoe bezorgd hij was  toen ze de twaalfjarige Jezus kwijt waren in Jeruzalem.  Daarna wordt het definitief stil rond hem.

In onze streken krijgt Jozef de omschrijving van: “nederige, stille, timmerman”. Een beetje te flauw voor mij. Ik hou meer van de Bijbelse erenaam die men hem gegeven heeft:  een “rechtvaardige”, iemand in wie geen onrecht is. Een Joods verhaal vertelt hoe, in elke generatie van mensen, er 36 rechtvaardigen leven in het verborgene, dat wil zeggen dat niemand weet wie ze zijn,  maar zij redden de wereld.   Ik denk dat Jozef één van hen was.

De rechtvaardige groeit  als een palmboom, als een Libanonceder omhoog,  oude woorden uit psalm 92.  En een palmboom heeft even diepe wortels als zijn kruin hoog is. Zij groeien ook in woestijnen, waar geen oppervlaktewater is, maar alleen dieptebronnen. In ouderdom zullen zij nog vrucht dragen en fris en groen zijn.

“Een rechtvaardige”, met een hart van sandelhout, rijk en geurend en handen als van cederhout, zacht en kwetsbaar. Zijn zoon Jesjoea, Jezus, is uit het zelfde hout gesneden.

Ergens komt een kind vandaan, van ver, van buiten, Jesjoea = God redt, is zijn naam.

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Juli 2018
M D W D V Z Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen