2011.10.29Verbinden/verbonden

Toelichting werd gehouden door R. Van Reeth.

Verantwoordelijkheid en solidariteit

 

Even mij kort voorstellen: ik ben Rik Van Reeth, vakbondssecretaris bij LBC-NVK, de kristelijke bediendecentrale. Ik ben in de Antwerpse regio verantwoordelijk voor enerzijds banken en spaakbanken  en anderzijds voor de petroleumsector; in de petroleumsector ben ik tevens nationaal verantwoordelijke.

 

Verantwoordelijkheid en solidariteit…ik hoef maar de teksten van de ACV- congressen en LBC- congressen te nemen en ik kan jullie hier veel over citeren.  Congresteksten zeggen echter niet hoe we in de praktijk gestalte proberen te geven aan begrippen als solidariteit en verantwoordelijkheid.  congressen - hoe belangrijk ook – tonen niet waarmee we bezig zijn.
Ik hou het op concrete voorbeelden; deze voorbeelden zijn een vingerwijzing naar wat solidariteit echt betekent in dagelijkse syndicale werking.

Ik zal het gerecht ‘solidariteit’  kruiden vanuit de werking in de  petroleumsector.  De sector is bekend als de rijke sector; de werkgevers verdienen goed geld aan hun activiteit en de werknemers hebben niet echt een laag loon.  Een sector ook die gevoelig is aan corporatisme; want solidariteit en corporatisme worden al ‘ns met elkaar verward.

Enkele voorbeelden uit onze onderhandelde cao’s.

We hebben in de sector een risicogroepenbeleid.  Na de secundaire studies, zoeken vele jongeren hun weg  in hoger onderwijs, maar mislukken hierin. Verkeerde school en opleidingskeuzes zijn een rechtstreeks pad naar laaggeschooldheid en kansarmoede.  Zelfs wie met succes ASO beëindigd heeft maar geen verdere diploma’s heeft,  komt niet in aanmerking voor bediendefuncties. Ook voor arbeidersfuncties komen deze niet in aanmerking.  In de sector leggen de werknemers 0,15% van de loonmassa bijeen in een sectoraal fonds om gerichte inspanningen te financieren. In de ondernemingen worden door onze druk projecten opgezet om deze jongeren een opleiding te geven naar operatorfuncties toe. Deze jongeren krijgen voor deze opleiding in een onderneming  een jaarcontract met een normaal loon.  Tijdens deze opleiding is er zowel aandacht voor attitudeaspecten (op tijd komen, leren omgaan met gezag -leiding en toezicht) als de technische aspecten.  Gaandeweg nemen ze proces-activiteiten op onder peterschap van werknemers. Om de twee jaar gaat het toch om een groep van 100 jongeren die via deze weg een reguliere job vinden in de sector. Hebben we hiermee laaggeschooldheid opgelost? Neen. Maar belangrijk is dat de werknemers zelf een stukje van hun loon afstaan om jongeren een toekomst te geven.

Het volgende voorbeeld gaat o ver de koopkracht.
Om de twee jaar onderhandelen we voor koopkrachtverhoging. Voor bediendelonen is het steeds evident geweest om de lonen procentueel te laten stijgen. Maar: we onderhandelen steeds ook een minimumopslag. Dus de lagere lonen krijgen steeds een grotere opslag (een hoger percentage) dan de hogere lonen.  Dit is een solidariteitsmechanisme binnen de sector: als we dit minimum zouden laten schieten…zouden er vermoedelijk licht hogere percentages afgesproken kunnen worden.  Aan de bovenkant van de lonen speelt een ander mechanisme.  De werkgevers willen niet dat we als vakbond de lonen van de kaderleden mee onderhandelen. In de bedrijven zijn er eigen mechanismen om kaderleden te vergoeden, dit laat men niet in barema’s vastleggen.  Pervers effect van deze systemen is dat kaderleden vanaf een bepaalde leeftijd of anciënniteit  hun maximum wel bereikt hebben en geen opslag meer krijgen. Ook de sectorale opslagen die we voor bedienen en arbeiders onderhandelen gaan aan hen voorbij.  Het hardnekkig verdedigen van ons indexsysteem heeft hiermee te maken: dit is de enige toegang voor groepen kaderleden om een loonsverhoging gegarandeerd te krijgen. Overigens: als we in de sectoren voor de actieven de index zouden opgeven, zou die ook vlug tuimelen voor e niet-actieven (de werkzoekenden, de zieken, de leefloners enzovoort). Verantwoordelijkheid en solidariteit.

De petroleumsector kent natuurlijk veel shiftwerk en nachtwerk. Een raffinaderij sluit je immers niet om 17 uur. Voor dit shift en nachtwerk bestaan er goede shiftpremies. Maar jarenlange shift- en nachtwerk…het vreet aan je gezondheid. Dit kan je zomaar niet doen tot aan je pensioen.  Reeds jaren ijveren we voor een recht om op bepaalde leeftijd en anciënniteit de overgang naar de dagploegen te kunnen maken. Sectoraal willen de werkgevers hier niet op ingaan; maar in de bedrijven wordt er onder stimulans van onze afgevaardigden  naar oplossingen op maat gezocht.  Sectoraal konden we wel afspreken dat bij overgang naar dag om medische redenen de shiftpremie nog een periode wordt doorbetaald.  Want werknemers die van shift naar dag overstappen hebben een enorme terugval van hun loon, ongeveer een 35%.  Bovendien voorzien we voor shiftwerkers die 20 jaar nachtarbeid gedaan hebben, de mogelijkheid om op brugpensioen te gaan op 56 jaar.  Zo kunnen ze een zachte eindeloopbaanlanding naar hun eigenlijk pensioen maken. Voor shiftwerkers is dit soms de enige vorm om hun gezondheid op peil te houden.

Sinds 3 cao’s hebben we in België iets unieks gerealiseerd: de werknemers van de sector doen een afdracht van 0,05% van de loonmassa ter financiering van internationale solidariteitsprojecten inzake energie.  De werknemers leggen jaarlijks 300.000 euro samen voor energieprojecten in ontwikkelingslanden.  Hiervoor is er een samenwerkingsverband opgestart tussen enerzijds Wereldsolidariteit en de socialistische tegenhanger FOS en de sociale partners van de sector.  De organisaties dienen gezamenlijk projecten in waarbij duurzame ontwikkeling en groene/duurzame energie centraal staan.  We hebben stevige banden gesmeed met partners in het zuiden waarbij duurzame energievoorziening de motor is naar plaatselijke ontwikkeling. Ik bezocht 2 jaar terug projecten in Mali. Er was een project voor droogtunnels voor ajuin op zonne-energie. Rond dit project ontwikkelde zicht een keten van vrouwencoöperatieven in de ganse regio.  Door deze droogtunnels had men een kwalitatief betere verwerking van de uien en een veel groter verwerkingscapaciteit. Hierdoor ging men op zoek naar nieuwe teeltmethoden van ajuin zodat men een grotere productie had.   De keten van coöperaties ging zowaar aan export doen.  De meeropbrengst werd door de vrouwen besteed aan alfabetisering voor volwassenen, onderwijs voor de kinderen en gezondheidszorg (en aansluiting bij mutualiteit). Onder onze impuls nam de plaatselijke spaarbank voor microkredieten duurzame energie mee op in haar doelstellingen.  Tweemaal per jaar krijgen de werknemers verslag van deze projecten via de ondernemingsraden.  De werknemers van de petroleumsector in België als motor van ontwikkeling in het zuiden.  Dit is uniek in het Belgisch sociaal overleg.

Vanaf dit jaar hebben we in de sector een verlengstuk hierop gerealiseerd: 0,01% van de loonmassa wordt door de werknemers vrijgemaakt voor armoedeprojecten in België. Ook hier is de invalshoek: duurzame energie. De cao met deze bepaling in ondertekend op 20 oktober.  De komende maanden zal dit geconcretiseerd worden.  De petroleumwerknemers geven hierbij het signaal dat armoede in België niet kan.

Tot hier enkele voorbeelden van hoe we verantwoordelijkheid en solidariteit in de petroleumsector concreet waarmaken.  Ik moet er echter wel bij vermelden dat het steeds een uitdaging is en blijft om  met en binnen de vakbond corporatisme te overstijgen naar solidariteit.

 

Rik Van Reeth

 

Welkom...

...op de nieuwe website van De Vleugel!

Kalender

Mei 2012
M D W D V Z Z
30 1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31 1 2 3

Nieuw

Nieuws : rondom de vleugel.

Inloggen