18.12.2010 David: Van veelbelovend tot veelbeladen.

 

Toelichting werd gehouden door Paul Kevers.

 

DAVIDCYCLUS – ‘WAAR ZAL GOD WONEN?’

In de oudste verhalen over het geloof van Israël, de verhalen over de aartsvaders Abraham, Isaak en Jakob, komt godsdienst op twee manieren ter sprake.

 

 

Aan de ene kant zijn er verhalen over altaren die gebouwd worden, offers die gebracht worden bij een boom, een berg, een bron of een heiligdom. Abraham bij de eik van Mamre. Isaak bij de bron van Bersjéba. Jakob bij de heilige steen van Betel, ‘huis van God’. En aan de andere kant zijn er verhalen over de ‘God van de vaderen’. De God van Abraham, de God van Isaak, de God van Jakob. Die God woont nergens op een vaste plaats. Die hoort bij de familie en gaat mee op weg. ‘Ik zal met u zijn, waar u ook gaat’. De bijbelgeleerden zeggen dat die eerste vorm van godsdienstigheid eigenlijk van de Kanaänieten komt. Die eerden hun goden op vaste, heilige plaatsen en in tempels. De tweede vorm, de ‘God van de vaderen’, is typisch voor nomaden, voor zwervers, voor een volk-onderweg.

Die tweespalt loopt door de hele Bijbel. Het verhaal over David dat we vandaag hebben gehoord, gaat ook daarover. David heeft Jeruzalem gemaakt tot de centrale hoofdstad van zijn nieuwe koninkrijk. Hij heeft er een paleis gebouwd voor zichzelf. En nu wil hij de ark van het verbond – het draagbare heiligdom dat meegedragen werd tijdens de tocht door de woestijn en waarin de tora, de woorden van het verbond werden bewaard – overbrengen naar Jeruzalem. En in Jeruzalem wil hij voor die ark – die voorlopig nog onder een tentzeil staat, zoals het in de woestijn altijd was geweest – een huis bouwen, een tempel, die minstens even groot en schitterend is als zijn eigen paleis. Op zich is dat een mooi gebaar. David, stadhouder van Jeruzalem, wil in zijn stad ruimte maken voor de eeuwige. Hij wil God centraal stellen in zijn leven en in zijn volk, en daarom moet God een plaats krijgen in het midden van de hoofdstad. Maar van de andere kant... Wil David die tempel wel alleen voor God bouwen, of toch ook een beetje voor zichzelf? Om meer aanzien te krijgen, om de politieke stabiliteit van zijn dynastie te vergroten? Het is altijd meegenomen als je onder je politieke troon ook een religieuze poot kunt zetten. Waarom denk je dat Clovis zich liet dopen, dat Karel de Grote en Napoleon zich tot keizer lieten kronen door de paus, dat presidenten hun toespraken afsluiten met ‘God bless America’? Het kan oprecht bedoeld zijn, het is minstens dubbelzinnig.

Vandaar de kritiek van de profeet Natan. ‘Zo spreekt de eeuwige: U wilt voor mij een huis bouwen en mij daarin laten wonen? Ik heb nooit in een huis gewoond sinds Ik de Israëlieten uit het slavenhuis Egypte heb geleid. Altijd ben Ik meegetrokken in een tent’. De eeuwige, de God van bevrijding laat zich niet opsluiten in een tempel. Hij wil op handen gedragen worden en blijvend mee op weg gaan met zijn volk. Dat was al zo in de tijd van de aartsvaders en van de exodus, en dat zal zo blijven tot in de messiaanse tijd. ‘Het Woord is vlees geworden en heeft in ons midden zijn tent neergezet’, zo staat letterlijk in de proloog van het Johannesevangelie. En verderop in datzelfde evangelie jaagt Jezus de kooplieden én de offerdieren uit de tempel. En als de Samaritaanse vrouw hem vraagt waar men moet aanbidden, in de Joodse tempel van Jeruzalem of in de Samaritaanse tempel op de Garizim, dan antwoordt Jezus: niet in Jeruzalem en ook niet op de Garizim, maar ‘in geest en waarheid’. De bijbelse God van bevrijding laat zich niet manipuleren ten dienste van een politiek of een ideologie. Hij blijft de Ongrijpbare, mensen krijgen er geen vat op – maar anderzijds is Hij wel altijd de betrouwbare Aanwezige: Ik-zal-er-zijn, zo luidt zijn Naam.

Maar terug naar het verhaal van David en Natan. De profeet heeft niet alleen kritiek op de bouwplannen van David, hij maakt hem ook duidelijk hoe de ware verhoudingen liggen. David moet niet voor God zorgen, het is God die voor David zorgt en voor het volk. David moet geen huis bouwen voor God, het is God die dat voor David zal doen. ‘De eeuwige zal voor ú een huis oprichten’. Gods zorg voor zijn volk zal in de toekomst gestalte krijgen in het koningshuis van David. Zijn zoon zal hem opvolgen op de troon en God zal zijn koninklijke macht voor altijd in stand houden. ‘Ik zal een vader voor hem zijn en hij zal mijn zoon zijn’, zegt God bij monde van Natan. Met die ‘zoon van David’ is oorspronkelijk natuurlijk Salomo bedoeld, en diens opvolgers op de troon van David in Jeruzalem. Maar na de ballingschap, toen er in Jeruzalem geen koningen meer waren, zag men in die ‘zoon van David’ de komende Messias. En zo voert het thema van deze viering ons naar het komende Kerstfeest, het feest van de ‘menswording van God’, van ‘het Woord dat in ons midden zijn tent opslaat.

Waar zal God wonen? Door de Bijbel loopt een rode draad die zegt dat de eeuwige niet in tempels, maar in mensen woont. De God van de Bijbel laat zich niet opsluiten in een stenen gebouw of in versteende formules of ideologieën. In levende mensen wil Hij wonen. Hij is een op menselijkheid bedachte God, die zich met hart en ziel aan mensen verbindt. Met Kerstmis vieren wij de ‘menswording van God’. Dat betekent niet alleen dat God zich als nooit tevoren heeft laten kennen in de mens Jezus van Nazaret. Dat betekent ook dat God – het goddelijke, het Mysterie – zich op een eminente wijze laat ervaren in en door mensen. Dat unieke besef is gegroeid in de joods-christelijke traditie. Dat de méns beeld is van God en geroepen is om beeld van God te worden. Dat het menselijke gelaat van de ander een goddelijke dimensie heeft (Levinas). Dat de eeuwige mij aankijkt door de ogen van die concrete asielzoekende mens, elke dag op pagina twee in De Standaard. Dat de Stem van de ene te horen is in de noodkreet van een hulpbehoevende medemens. En dat God geen enkele andere dienst vraagt dan mensendienst.

‘Niet als een Heer van hierna, niet als de man van hierboven

wil onze God zijn geëerd, niet als een hoofdstuk apart.

Maar als een mens onder ons, speurend naar hoop voor de minsten;

iemand die doet wat hij zegt, liefde is hij metterdaad.’ (lied 131)

Het is gemakkelijk om dat hier zo te verkondigen en te zingen. Maar om het te doen en te beleven, dag na dag, daar is nog werk aan...

Voorbede

Voor de verantwoordelijken in de samenleving en in de kerken:

dat zij concrete mensen altijd belangrijker blijven vinden

dan ideologieën of instituties.

Voor allen die in de komende dagen Kerstmis vieren, hoe dan ook:

dat het een feest van ‘menswording’ mag zijn,

van meer aandacht voor elkaar

en van streven naar waarachtige humaniteit.

Voor het vredeslicht uit Betlehem, dat vanavond in ons midden is:

dat het zich mag verspreiden over ons continent,

als een teken van hoop voor het Palestijnse volk

en als bemoediging voor allen die oprecht en geweldloos naar vrede streven

aan beide zijden van de muur die het land van Betlehem verdeelt.

Waar is de plaats die vrede lacht?

Waar wordt aan mensen recht verschaft? (lied 143)

Paul Kevers

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

April 2018
M D W D V Z Z
26 27 28 29 30 31 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 1 2 3 4 5 6

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen