26.06.2010 kriebelviering : Aarde

Toelichting werd gehouden door Harry Harding.

Een “aardige” toelichting.

Twee maand geleden kwam onze voorbereidingsgroep bij Mieke in het Soete Waasland samen om het al lang vastgelegde thema “Aarde “ in deze kriebelviering uit te werken. We dachten toen dat de klus wel gauw zou geklaard zijn. De vorige thema’s in de kriebelvieringen waren immers vlot verlopen en dus zou het met de “aarde” ook wel loslopen. Wisten wij beter !

De bewuste avond hebben wij ons hoofd gepijnigd, Google, internet en de Van Daele geraadpleegd om een juist vertrekpunt te vinden voor een “aardig” verhaal. Het bracht niets op.

En toen kwam De Vleugel ons ter hulp. Op 13 mei zouden we immers op de gezinsdag naar het “Land van Saeftinghe” trekken er daar kon zeker in de modder inspiratie opgedaan worden. En we werden niet teleurgesteld, we vonden er de aarde, de modder, de klei zowel als bondgenoot maar ook als bedreigend element.

We troffen er planten aan die zich wonderwel hadden aangepast aan de ruwe omstandigheden van zout, hitte en koude. We ontdekten in de modder één centimeter grote jawel moddergarnaaltjes. We liepen op grote ondergrondse waterzakken, slechts bedekt met een 15 cm dikke kleilaag en dat voelde bij het voorzichtig overlopen aan als een reusachtig springkasteel.

Wonderlijk …, je werd er stil van en je liep in gedachten verder.

En toen kwam o.a. de vraag: Hoe komt het toch dat wij in onze kerken zo weinig horen over deze wonderlijke wereld ? Hoe komt het toch dat het aspekt respekt voor de aarde zo weinig aan bod komt .

Hoogleraar Jan Boerseman vertelt hierover: De kerken zijn helaas niet wild enthousiast als het over het milieu gaat en dat komt o.a. omdat dit denken van buitenuit is binnen gebracht en niet ingebakken zat in de kerkelijke leer en liturgie. Daardoor bekeek men het thema milieu als teveel politiek verbonden, teveel politiek geladen. links. En dus concentreerden de kerken zich meer op religieuze en minder controversiele zaken.

Boerseman pleit voor meer verbinding tussen geloof en het alledaagse leven en dan komt het thema natuur en milieu vanzelf aan bod.

Als tweede reden geeft hij op dat de christelijke kerken een moeilijke erfenis met zich meedragen. De manier waarop het christendom in West- Europa vorm heeft gegeven aan de maatschappij is enorm op voortuitgang gericht. Dat houdt niet alleen democratie en gelijkheid in, maar ook het terugdringen van de natuur. Zelfs het terugdringen van de natuur werd als vooruitgang gezien. Dat horen we nog terug in woorden als onkruid, ongedierte. De wilde natuur was een bedreiging voor de mens.

Het is hoogtijd voor een radikale herorientatie. Een ommezwaai naar een vooruitgang die in evenwicht is met natuur en milieu. Er is al teveel verdwenen aan dier- en plantsoorten. In plaats van een op materie gerichte vooruitgang is men dringend toe aan een spirituele vooruitgang. Een vooruitgang gedragen en gericht op de heelheid van de schepping en die rekening houdt over wat je in je leven belangrijk vindt. Mensen die vegetarisch eten of Max Havelaarprodukten kopen doen dat niet zomaar. Alleen koppelen ze het niet vanzelfsprekend aan hun religieuze overtuiging, welke die ook mag zijn.

Willen we de kwaliteit van ons menselijk bestaan op deze aarde behouden en verbeteren dan moeten we ons niet enkel vasthouden aan de economische waarden die materiele welvaart scheppen, maar moeten we ook aan de kwaliteit van de niet-menselijke schepping werken. En daarmee bedoel ik dan alles wat we zomaar krijgen: vruchten, gewassen, schitterende bloemen, aarde waarin garnaaltjes zitten,…

Dit betekent een vergroening van onze normen en waarden en daarbij verandert de plaats van de natuur: zij is niet langer alleen een bron van welvaart, maar ook bron van kennis en inspiratie en zo kan het omgaan met de natuur, met onze aarde, een waardemeter voor ons beschavingsniveau worden.

Een keer flink in de modder lopen, moddergarnaaltjes ontdekken, kruiden proeven die zout smaken, op zulke momenten voel je je opgenomen worden in die wonderlijke natuur.

Je zou je willen inwortelen, heel diep, zodat dat gevoel blijvend zou kunnen zijn. Niet meer weggeblazen door wind en stormen van jacht op bezit, jacht op macht, stress, …

Zo’n beetje zoals in het verhaal van de palmboom. Als de inlanders de palmboom planten, stoppen ze zijn pit diep in de grond. Als de pit openbreekt zoekt een fijn stengeltje door de donkere aarde zijn weg naar het licht.

Eens bovengronds vormt er zich een kelkje. De inlanders leggen daar een keitje in om de groei van de palm af te remmen. Door dit tegengewicht gaan de wortels zich dieper in de grond graven. Wanneer de palm een bepaalde hoogte heeft bereikt, wordt het keitje vervangen door een steen zodat de wortels zich alsmaar dieper graven. Als de palm een bepaalde grootte bereikt, neemt men alle tegengewicht weg en schiet hij op tot wel 13 meter hoogte. Wind en storm kan hij trotseren omdat zijn wortels diep in de aarde verankerd zijn.

De voorbije dagen bij de voorbereiding van deze toelichting betrapte ik mij er meermaals op dat ik het lied van Hein Stufkens, Metamorfosen, lied dat wij zo juist al gezongen hebben, stond te neurien en dat ik steeds weer aan die tekst werd herinnerd:

Ik woon in de huid van een boom mijn voeten staan in aarde

Mijn armen zwaaien naar de zon

wie weet waar ooit het vuur begon

dat alle leven baarde.

We zingen het straks nog eens en mogelijk betrapt U zich tijdens de komende vakantiedagen ook eens op het meeneurien van de melodie met zijn “aardige” tekst.

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Oktober 2017
M D W D V Z Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen