15.05.2010 Geweldloze weerbaarheid

Toelichting werd gehouden door Herman Wauters.

Toelichting bij Matteüs 5, 17-20 & 39-48


Iemand de andere wang toekeren. In de meeste oren klinkt dat nog steevast ‘soft’, iets voor ‘geitenwollensokkendragers’, sandaalhelden of naïevelingen. Nochtans is het geen laffe houding, want de lafaard, de ‘watjes’ en de ‘nerds’ zouden het hazenpad kiezen.

Evenmin is het de houding van de doorsnee voor zichzelf opkomende mens, want die zou in alle hevigheid en puur uit een wetmatige natuurlijke reactie, terugslaan. Neen, de tekst spreekt over rechter- en linkerwang en ‘toe’keren. Als je met volle kracht (in een oude cultuur met open rechterhand!) de tegenstander tegenover je op de rechterwang slaat, struikel je voor de ander langs, door je eigen kracht …probeer het maar eens!! Als die ander dan ook nog zijn linkerwang vooruitsteekt, is dat eerder uitdagend dan "lief".

De rechterwang staat daarom als metafoor voor het belachelijk maken van de gewelddaad. Ik zeg bewust de gewelddaad en niet geweldenaar die de daad bedrijft. De linkerwang staat voor het geweldloos verzet dat uitdaagt tot gewetensonderzoek bij de geweldenaar of tegenstander. Het geweten is tussen haken de innerlijke stem die zoekt naar eenheid met zichzelf en de Eeuwige.

Met dit prachtig mimeverhaal laat de verteller Jezus aantonen hoe de mechanismen van geweld werken, én kunnen ontkracht worden! Hij ging voor zijn tijd opmerkelijk creatief om met de werkelijkheid en de heersende opvattingen van ‘oog om oog en tand om tand’. Jezus was en is de pure incarnatie van geweldloosheid. Wat u misschien zal verwonderen, maar ook tijdens de tempelreiniging of bij de woorden ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard‘ getuigde Jezus van een geweldloze houding. Hij trad op als het voor de waarheid nodig is, wierp scheve tafels omver, daagde zijn rivalen uit, nam het op voor weggegooide mensen, boog zijn boosheid om in krachtige woorden en daden en koos dus daarmee niet voor een zoete vrede maar resoluut voor gerechtigheid voor allen. Zijn kruisdood was het summum van de consequentie van zijn levensstijl en een daad van verzet tegen de geweldspiraal. Kan het nog harder?

Jezus legt met zijn verhaal de basis van de geweldloosheid, met name: steeds in waarheid gaan staan, zich laten inspireren door de traditie, zich geen wetten laten opleggen tegen het eigen geweten in, de nodige creativiteit aan de dag leggen en tenslotte een mateloos respect opbrengen voor de tegenstander als mens, als individu.

Op macroniveau, want daar gingen we het vandaag over hebben, gelden eigenlijk net dezelfde mechanismen van geweld als op microniveau. Kunst is dus om ook op maatschappelijk vlak ‘de linkerwang aan te bieden’.


Hoe doe je dat als groep?


Uiteindelijk komt het erop neer, heb ik ervaren, om eerst ‘de mechanismen van geweld’ te doorzien, te analyseren en te weigeren te aanvaarden als waar, onvermijdelijk of natuurlijk. Want als men deze mechanismen laat gedijen, men -zonder het altijd goed te beseffen- zelfs het geweld voedt, kracht bij zet. Wat zijn dan die mechanismen? Daarvoor is er één gulden regel te hanteren: daar waar men gewild of ongewild onrecht installeert, in welke vorm dan ook, daar is geweld. Naast het interpersoonlijk onrecht, Onrecht ontstaat steeds in een situatie van meerder - mindere, van machtsmisbruik. Een geweldloze houding vertrekt van het tegenovergestelde, namelijk de evenwaardigheid op alle vlak. Dit houdt ook RESPECT voor de tegenstander in. Daarbij is het van belang dat men de ander niet veroordeelt maar wél zijn daden. De tegenstander wordt niet vereenzelvigd met de daden die hij of zij verricht. Maar men gaat onderzoeken welke de beweegredenen van deze daden zijn en sluit niet uit dat men er zelf ook aandeel bij heeft. Respect betekent daarom bovendien het onderkennen van de eigen verantwoordelijkheid in crisis of conflict. Maar respect wil tevens zeggen dat recht geschiedt. Rechtspraak, ook niet in het Internationaal Gerechtshof van den Haag, is echter niet voldoende want vaak alleen bestraffend. Als men het respect wil vol maken dan volstaat het niet zelf rechtvaardig te leven maar moet men zich willen inzetten om de onrechtvaardige daden van één ieder om te buigen, om te smeden naar meer rechtvaardige. Dit houdt in dat men de inspanning getroost om de tegenstander zijn ongelijk te laten inzien. Dat men hem tracht te overtuigen en zijn geweten aanspreekt, hem de linkerwang toont .

Uiteraard is de eerste stap hierin de DIALOOG. Ware dialoog vertrekt immers steeds van het model van de evenwaardigheid in het gesprek. Om waarachtige dialoog aan te zwengelen, te ondersteunen, of kracht bij te zetten zijn betogingen, sit-ins, stiltewakes, publiekelijk vasten, enzovoort een krachtig geweldloos wapen waarvoor we geen schrik hoeven te hebben zolang ze in verbinding blijven staan met de tegenstander. Bovendien is het een ideaal middel om de massa, de mensen die niet mee aan de onderhandelingstafel zitten ook een stem geven. Als echter deze methodiek uitgeput raakt of op een dood spoor eindigt, mag men zich niet laten verleiden tot het zich gewonnen geven of in het andere extreme geval tot geweld. Pas dan kan men het wapen hanteren van de zogenaamde burgerlijke ongehoorzaamheid, de non-coöperatie met een bepaald systeem of weerom de linkerwang toekeren om het geweten naar boven te halen.

Voor dat wapen ‘van de linkerwang’ kijk ik al jaren in de richting van Mohandas Karamchand Gandhi, de Mahatma, de grote Indische ziel. Martin Luther King zei ooit over hem: Christus verschafte ons geest en motief, Gandhi gaf de methode. Deze methode, vertrekkende van een holistische visie, bestaat erin om doel en middel op elkaar af te stemmen. Als vrede en gerechtigheid het doel zijn, dan zal dat ook moeten weerspiegeld worden in het actiemiddel dat dit doel wil bewerkstelligen. Gandhi noemde zijn geweldloosheid ‘Satyagraha’, de kracht van de Waarheid. Wie in vrede wil leven, moet in de Waarheid gaan staan, beweerde hij.

Als dat zo is, dan is geweldloosheid niet iets dat je bezit, dat je in de schoot wordt geworpen, dat je als een verlichte bereikt, dat je toepast omdat het je goed uitkomt of waarover je het laatste woord hebt tijdens een toespraak. Evenmin is het waar dat er volkomen geweldloze mensen bestaan, of volkomen gewelddadige mensen. Laat staan dat je van geweldloosheid steeds succes mag verwachten. Het is enkel een kwestie of je bereid bent om er voor te gaan…. te blijven proberen. En dit is in ieders bereik.

Hoe kan je dat dan persoonlijk invullen naar de samenleving toe?

Ik ontleen in dat verband een gedachte van Dietrich Bonhoeffer, een duitse protestantse theoloog die weigerde zich te vereenzelvigen en mee te zeulen met het nazisme. Hij zei: “Etiam si omnes, ego non!” Ook als allen meedoen, ik niet. Een latijnse spreuk afgeleid van een uitspraak van Petrus in het Matteüsevangelie. Niet meedoen omdat anders Christus wordt verraden. Ook de Christus in de ander. Dat ‘niet-meedoen’ behelst geen passiviteit. Het veroordeelt krachtdadig alle geweld, niet de mensen, en komt in een niet meer te stuiten beweging en verzet. In verband citeer ik graag een gekend aforisme van de Gandhi: ‘Niet meewerken met het kwaad is een even grote plicht als meewerken met het goede.’ Dit geldt zowel voor interpersoonlijke relaties als voor structureel maatschappelijke systemen.

Wie nu eerlijk is met zichzelf, weet en ondervindt dat deze ongehoorzaamheid aan de wetten van de natuur en de keuze van de linkerwang, zich voortdurend in een spanningsveld bevinden. Je wil wel ‘niet meedoen’, maar er zijn zoveel goede redenen waarom het dan toch weer niet lukt. Vaak legt de keuze voor de Waarheid bovendien een pijnlijk gebeuren bloot, een pijn ook van water in de wijn, een pijn van eigen ongelijk toegeven of van een onder ogen durven zien van de naakte werkelijkheid. Anderzijds pleit dit ons niet vrij om niets te doen. Kiezen kost moeite, daadkracht en lef, leert het verhaal ons. Het wordt een leeropdracht: ‘Ook als allen meedoen, ik niet!’. Dat is mijn linkerwang aanbieden in confrontatie met geweld.

Om boven de spanning tussen dit appel en de soms povere of manke realisatie ervan uit te stijgen, kan ik alleen nog maar Hem aanroepen. Dan roep ik Hem aan in de wens dat die genade van Zijn geweldloosheid ons te beurt mag vallen. Amen.