07.03.09 Gevangen en opvangen

Toelichting werd gehouden door Ina Koeman
Bovenkant formulier
°) Evangelielezing: Johannes 9, 1 - 39 Een ervaring uit de gevangenis: Doodstil is het, ik voel me klein worden, hier in deze kapel.  We luisteren naar de woorden, die Lucie voor deze dienst heeft geschreven.  In de afgelopen tijd heb ik het met haar besproken : volgens haar moest het thema van de dienst  « eenzaamheid » zijn.  Ondanks de volheid van de gevangenis, waarin ipv de 400 mensen voor wie er plaats is, 730 mensen zitten.  Geen wonder dat het personeel in opstand komt: het is niet meer te doen.  Alle culturele en ontspanningsactiviteiten zijn voorlopig afgeschaft, alleen de Bijbelavonden en de diensten mogen nog doorgaan: religie mag niet van mensen afgepakt worden – zelfs niet in de gevangenis.  En ze grijpen zich vast aan deze laatste strohalm!Eenzaamheid, daar wil Lucie het over hebben, eenzaamheid en angst, angst voor de toekomst en het feit dat je daar zo verdomd alleen in bent.  Lucie heeft haar eigen muziek meegebracht, die moeten we draaien : R.E.M. met « Everybody hurts ».  Rauw klinken de tonen door de kapel.  En Lucie leest : « Eenzaamheid.Iedereen hier kent het gevoel van eenzaamheid, zo alleen te zitten in die cel.  Eenzaamheid is een gevoel dat mensen van binnen kapot kan maken.  Velen onder ons hebben het geluk om nog familie te hebben, anderen hebben helemaal geen bezoek of zelfs geen geld.  Maar we kunnen vechten tegen deze eenzaamheid, door te proberen uit het zwarte gat te treden, en stapsgewijs de ladder terug op te klimmen, en het geloof erin te houden, dat er hoop is.  Dat er hoop is, dat deze donkere periode niet voor eeuwig duurt, vroeg of laat zijn wij allemaal terug vrije mensen, en kunnen we terug in de maatschappij meedraaien.  Hopelijk hebben we dan geleerd uit onze fouten die we begaan hebben.  Momenteel zitten we tussen vier muren en een deur, maar eens gaat die deur terug open en zal het zonlicht ons terug blij maken.  Een muur is een muur en niet meer dan dat, het kan afgebroken worden. » Nadat ze hetzelfde in haar eigen Engels heeft gelezen, klinkt het applaus.  De stilte wordt doorbroken.  De spanning verdwijnt.  Dit heeft weerklank gevonden tot diep in alle harten… Lieve mensen in De Vleugel,  Het gaat vandaag om het werk, het leven “achter de muur”.  Om wat er gebeurt met mensen, die opgesloten worden.  Opgesloten omwille van een misdaad - een menselijk falen, een niet in de regels lopen, opgesloten soms ook voor pekelzonden, die in andere omstandigheden en bij andere personen met andere kansen nooit een gevangenisstraf ten gevolge zouden hebben gehad.  Mensen dus met een heel verschillend verhaal en met een heel verschillend schuldbesef - mensen ook met heel verschillende relaties - en veel mensen zonder nog enige relatie naar buiten toe.   Binnen is binnen in ‘t gevang...  En voor veel mensen buiten is “binnen” ook zo binnen, dat er geen rekening meer wordt gehouden met de binnenzitters.We hebben het Evangelieverhaal gehoord.  Het verhaal over de blindgeborene...  Tenminste dat staat als titel boven ons hoofdstuk.  Jezus geneest een blindgeborene.   Eén van de mensen, die in zijn tijd werd uitgesloten van het gewone leven: een blindgeborene zal wel iets op zijn kerfstok hebben, dacht men... of tenminste... zijn familie.  “Wie heeft er gezondigd, deze of zijn ouders”, vragen de leerlingen alsof dat een gewone vraag is.  Zo even tussen neus en lippen: “voor wat zit - die hier eigenlijk... uit wat voor familie komt-ie eigenlijk?  Hebben zijn ouders het ook al mispeutert?”Zo’n soort vraag stellen de leerlingen, ervan uitgaande dat deze mens wel niet voor niets uitgesloten wordt,  niet voor niets “voorbijgegaan wordt”. Het antwoord van Jezus moet op zo’n gewone vraag wel schokkend overgekomen zijn:  niet deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in Hem openbaar worden...  ik ben het Licht der wereld...  Het zal nu blijken...  En zonder dat de blindgeborene iets vraagt, maakt hij met speeksel slijk om op zijn ogen te smeren - en hij zegt hem naar Siloam te gaan om zich te wassen.  Naar Siloam wordt hij gestuurd - Siloam, waar de kanalen samen komen in een vijver, waarvan het water wordt gebruikt om zich te  reinigen...  Naar Siloam moet hij gaan, en Siloam is het Hebreeuwse woord voor “apostelloo” - uitzenden.  Hij moet zich wassen in dit water om van daaruit uitgezonden te worden - als een heuse apostel - zo zullen de werken van God in hem openbaar worden. Als hij dan als “apostel” terugkomt ontstaat er een discussie tussen de mensen: “... dat is toch die ... vroeger zat te bedelen ... die er niet bijhoorde... die...” “Ik ben het” is alles wat hij zeggen kan... Verbazing alom... hoe komt dat?  “Die Jezus (= redder) genoemd wordt heeft...”;  en dan vertelt hij precies de handelingen die zijn gebeurd.  Op de minuut af, bij wijze van spreken.  Je krijgt er geen speld tussen - ja, zo ging het precies... alsof hij in een rechtbank ondervraagd werd.... En daar komen ze aangemarcheerd: de Farizeeën - je moet weten dat het Sabbath was, toen dit allemaal gebeurde...  De discussie die volgt, hebben we gehoord - het gaat een beetje als een discussie tussen de “rekkelijken en de preciezen” - op Sabbath mag zoiets niet... maarre een zondig mens zou dit toch niet kunnen...  De ouders van de blindgeborene, die nog altijd geen naam heeft, wat opmerkelijk is... worden er bijgeroepen - zij moeten hun eigen zoon identificeren - en uitleg geven over zijn genezing...  Zelfs zij durven niet eerlijk te zeggen waarover het gaat: hij heeft zelf de leeftijd, dus vraag het hem, zeggen ze...  Het klinkt bijna alsof ze er zich vanaf willen maken - alsof ze zeker niet partij willen/ kunnen kiezen.  En dat is in zo’n “feitenonderzoek” waarin het er op aankomt wie en wat je hebt gezien en hoe je het geziene interpreteert (eigenlijk wie en wat je gelooft) ook helemaal niet gemakkelijk , dat kunnen veel gevangenen en veel van hun familieleden wel uit ervaring vertellen.   De ouders van de blinde gaan de discussie niet aan uit angst, want “de Judeeërs waren overeengekomen dat indien iemand mocht belijden dat Hij de Christus was, hij uit de synagoge zou worden gebannen”... ja, als uitgeslotenheid boven je hoofd hangt, zul je er nog wel even over nadenken voordat je een getuigenis gaat afleggen - dat moet die “apostel” zelf maar doen... Als de ziende man er dan voor de tweede maal wordt bijgeroepen, zeggen zowel de “preciezen als de rekkelijken”: “Geef de eer aan God, want deze is een zondaar, dat weten we...”En de discussie gaat maar door - ze schelden de blindgeborene zelfs uit omdat hij ziet...  zij sluiten hem opnieuw uit, omdat hij weigert Jezus - die hem genezen heeft - te verloochenen, omdat hij ziet dat hij de Zoon des mensen is! De Farizeeën beroepen zich op Mozes - die zij als hun grote voorloper en Leidsman belijden.  Jezus... van hem weten ze niet vanwaar hij komt - maar van Mozes weten ze dat hij geroepen is door God...  Vreemd vind de genezen blinde dat: en hij zegt: hierin is toch iets wonderlijks, dat gij niet weet vanwaar hij komt, maar hij heeft wel mijn ogen geopend...  Eigenlijk is dit wel een heel dubbelzinnig verhaal: de blinde ziet en zij, die van zichzelf beweren dat ze zien,  worden zo goed als blind genoemd.  Jezus zegt immers van zichzelf dat Hij tot een oordeel in de wereld gekomen is, opdat wie niet zien, zien mogen en wie zien, blind worden.  Zo “oordeelt” hij de Farizeeën zelf blind - juist omdat ze denken dat ze het zo goed zien! En daarmee is het verdict van Jezus gevallen: wie blind gedacht wordt, ziet en wie denkt helder te zien, wordt blind verklaard....Wie uitgesloten wordt door de zienden,  vallen de schellen van de ogen (door een genezend gebruik van “het slijk der aarde”) -  en wie denkt een goede behoeder te zijn van de regels en het geloof (sabbath/ alleen God kan genezen),  die blijkt zich te bevinden in het land van de duisternis. Dit verhaal brengt ons weer terug bij Lucie - zij is uitgesloten, maar zij ziét - zij ziet dat een muur maar een muur is en dat die eens vallen zal - ze hoeft daar niet voor eeuwig binnen te blijven - En wij, mensen die buiten zijn, zijn vaak blind voor vallende muren, we sluiten ons te vaak in in een zelfgemaakte gevangenis.  Een ommuurde vesting maken we van onszelf - ziende zijn we blind...   In de gevangenis komen we veel mensen tegen die daar écht niet zomaar zitten, mensen die een misstap hebben gedaan - mensen, die een ander naar het leven stonden,  mensen, die blind zijn gemaakt door woede of haat, die genezing nodig hebben,  maar - en dat wil ik vandaag zeggen, ook zoveel wat ons de schellen van de ogen doet vallen - veel waardoor blijkt,  dat de behoeders van de regels zelf vaak blind zijn...  En dat geeft aan het werk in de gevangenis ook een heel bijzondere dimensie: blindheid is niet alleen binnen, de nood om te zien is niet alleen binnen, maar de blindheid is zeker net zoveel buiten, en het grote probleem is, dat de noodzaak om genezen te worden, vaak lang niet zo sterk wordt gevoeld.In de gevangenis komen we veel verdriet en spijt tegen, veel woede en bitterheid, maar ook net zoveel hoop op vergeving en geloof dat de straf niet het laatste woord heeft. De blindgeborene moest naar Siloam gaan, en van daaruit werd hij een apostel (een gezondene) en kon hij getuigen over wat hij werkelijk zag en had gezien...Voor Iemand die als gevangene een tijd in de uitgeslotenheid leeft, kan deze gevangenschap louterend werken - en als deze uit “Siloam” komt, is er kans dat zhij op dezelfde manier kan getuigen over wat er in werkelijkheid gebeurt.  En wij - als gelovigen - zouden gek zijn als we naar dergelijke getuigenissen niet zouden luisteren - als wij ons zouden zetten in het kamp van degenen, die denken te zien, maar blind genoemd worden.  We hoeven niet uit angst onze mond te houden - we mogen mee apostel worden in het land der blinden - ziende wat vaak onzienlijk is. We zitten nog maar aan het begin van de veertigdagentijd, maar – door de ogen van Lucie en de haren – kunnen we misschien al de gloed van morgen zien, de morgen waarop de steen is weggerold - de morgen van de Opstanding.Dat we dat mogen zien, of we nu binnen of buiten zijn... dat is de Zegen van de Here God zelf.  Dat we zoals gezegende mensen mogen leven, met open ogen - niet verkrampt door de haat, niet gekwetst door de bitterheid, niet kapot door het onrecht - dat wens ik ons allen toe. Amen  Gebed (Jan van Opbergen) Wij bidden om een huis van bewaringwaar allen veilig zijn,omdat de zwaksten er heilig zijn. Wij bidden om een huis waar zoveel aandacht is voor al wie vraagt om brood en liefde, dat niemand hoeft te roven wat niemand hem wou geven. Wij biddenom een huis waar vooroordeel en schone schijn zijn uitgedreven,zodat de ene mens omwille van de anderniet wordt nagewezen, afgewezen, uitgewezen. Wij bidden om een huis waar gerechtigheid het strafrecht zal overleven, waar rechtspraak niet de wraak maar de verzoening vorm zal geven Wij bidden om een huis waar de misdaad van het nemen is vervangen door de weldaad van het geven. Wij bidden om een huis waar mensen wonen, die voorgoed begrijpen: wij zijn elkanders brood en leven van elkaars genade. Wij bidden om een huis waar water en lucht, licht en warmte, eten en drinken eindelijk van allen zijnen waar wij, ter beschutting tegen weer en wind,tij en ontij, alleen nog met elkààr omgeven zijn. Wij bidden om een huis op naam van God en in ’s hemelsnaam op aarde: een ander huis van bewaring.  
Onderkant formulier
{0}