21.06.08 Mededogen.

Toelichting gehouden door Filip Cromheecke Toelichting: Mededogen ook als het leven en de mensen niet meezitten.                   'Heb je vijanden lief'.  Ik herken mezelf in die jongeman die met de daklozen in Londen werkt, als ik weer eens de gevangenis binnnenkom en de geur van creoline en ongewassen mannenlijven om me heen slaat; wanneer ik weer eens dat verhaal moet beluisteren van dat zij eigenlijk de slachtoffers zijn ipv. de daders; dat gejammer weer moet aanhoren van hun frustraties, hun opgekropte woede... Iemand zei me eens dat mijn taak was “pispaal zijn”. Ik voel dan weerstand in mij en ik denk dan “zeg, als ik daarvoor moet dienen?!” Ik wil me dan beroepen op mijn intellectuele vorming en vind dat mijn capaciteiten niet naar waarde geschat worden. En ik begin te twijfelen aan de zinvolheid van mijn bezig-zijn. En dan hoor ik weer de buitenstaanders zeggen: “Dat ge in die mannen uwen tijd moet steken! En die onschuldige slachtoffers dan, ge zoudt daar beter es iets voor gaan doen. Of werken aan preventie met de kinderen, dat ze niet in de criminaliteit terecht komen. Maar voor die mannen is er geen weg meer terug, die zijn als een vogel voor de kat.” En dan vraag ik me soms af of ze misschien toch geen gelijk hebben. Maar dan hoor ik weer een andere stem in mij die zegt: “Denk nu toch niet dat gij beter zijt dan die mensen die ge in de gevangenis tegenkomt. Ook gij kunt op één of ander manier de wet overtreden hebben en nu vastzitten. In andere omstandigheden had gij uw agressie misschien niet kunnen bedwingen, of uw hebzucht, of genotszucht, of gevoelens van jaloezie of wraak. Die gedetineerden zijn geen wezens van een andere planeet. Gij had er evengoed kunnen tussenzitten. En zoudt gij niet ambetant zijn als ge hier 24 uur op 24 moet zitten en als ge voor de maatschappij van geen tel meer zijt, als de vuilbak wordt beschouwd.” En dan denk ik aan die oefening die we op die avond over omgaan met racisme hebben gedaan: waar ge aan de andere kant van het lokaal moet gaan staan als minderheid omdat ge bvb. eens zijt moeten blijven zitten op school, of omdat ge voor meer dan 6 maanden werkloos zijt geweest, of omdat ge homo zijt, of omdat ge uit een arbeidersgezin komt. En dan voel je hoe je bekeken wordt op dat ene aspect van jouw zijn, zoals men dikwijls bij gedetineerden enkel naar hun misdaad kijkt. Jezus leert me dat ik een verschil moet maken tussen het kwaad en diegene die het kwaad berokkent. Dat ik met al mijn kracht het kwaad moet proberen tegen te gaan zowel in mezelf als om me heen. Maar dat ik diegene die kwaad berokkent moet proberen lief te hebben. Want alleen op die manier kan hij of zij een andere mens worden, kan de schuld draagbaar worden. Daarom vraagt Jezus: Heb je vijanden lief. Alleen op die manier kan de spiraal van geweld gebroken worden. En ik denk aan de parabel van die herder die op zoek ging naar dat ene verloren schaap en daarvoor de 99 andere in de steek liet. En feest vierde als hij dat schaap teruggevonden had. Dit klinkt als onbetamelijk in een prestatie-maatschappij. Ik denk aan Lourdes, een vrouw die 5 jaar in de cel heeft gezeten voor drughandel, zich prostitueerde, met het HIV-virus besmet geraakte, haar kinderen verwaarloosde. Toen ze vrijkwam, vroeg ze hulp om van haar drugverslaving bevrijd te worden. Ze werd in een terapeutische gemeenschap opgenomen, ze kreeg steun van mensen die ze nauwelijks kende, maar echte vrienden werden en langzaam voelde ze hoe Gods Geest (die ze zelf Roeach noemt) haar optilde zodat ze nu niet alleen voor haar kinderen, maar ook voor andere kinderen met een handicap zorgt als een liefdevolle moeder en zich heeft toegewijd aan een christelijke gemeenschap van leken-missionarissen.  Oh ik weet wel, als je zelf tot in het diepste van je wezen gekwetst bent geweest, slachtoffer van zinloos geweld, is het moeilijk om dat onderscheid tussen het kwade en diegene die kwaad berokkent te maken. Het leren leven met de pijn en het verlies dat je is aangedaan, laat staan een verzoening met de dader, is een lang en moeizaam proces. En gelukkig is er in België, sinds de zaak Dutrout, meer aandacht gekomen voor de begeleiding van de slachtoffers. Het is mogelijk om niet verbitterd en terug open voor het leven te staan. Ik denk aan Cleonice wiens zoon op 26-jarige leeftijd is vermoord en al jaar en dag als vrijwilligster in de gevangenispastoraal meewerkt. “Het contact met die mensen, heeft me de kans gegeven om ook de andere kant van de medaille te zien” zo zegt ze. “De pijn is niet weg, het verlies blijft, maar ik kan nu bidden voor de dader”  En ik heb het één keer mogen meemaken dat in een herstelbemiddeling dader en slachtoffer tegenover elkaar zaten en konden uitspreken wat ze voelden en dat er vergeving gevraagd en gegegeven is. Deze heilzame ontmoeting heeft dader en slachtoffer geholpen om het proces van verzoening ten einde te gaan.  Maar ik denk ook aan het belang van mededogen in de relatie van gedetineerde met cipiers of penitenciair beambten zoals jullie dat hier zo mooi noemen. Het gevangenissysteem maakt penitenciair beambten door de stress en de machtsverhouding in de loop van de jaren ongevoelig(er) voor menselijk leed. Bijna als overlevingsmecanisme in een onmenselijk systeem waar mensen nummers worden en soms hard moet opgetreden worden om de orde te handhaven. In Brazilië komen deze cipiers dikwijls uit dezelfde wijken, milieus als de gedetineerden, met dezelfde problematiek van kans-armoede. Wij vinden het als gevangenispastoraal belangrijk om deze cipiers in de eerste plaats als mens te zien, met hun specifieke noden. En vandaaruit hebben wij al verschillende ontmoetingsdagen met hen georganizeerd rond menselijke vorming, met wisselend succes. Want als we corrupte of gewelddadige cipiers aanklagen, beginnen ze zich als corporatie te verdedigen en worden we van broodroof beticht. Ook familieleden van gedetineerden keren hen soms de rug toe. Partnerrelaties breken af en de gedetineerde komt in zijn geisoleerde situatie alleen te staan. De familie heeft soms al zoveel afgezien met het gebeuren en de angst voor recidive, maakt dat gedetineerden aan hun lot worden overgelaten. “Ze hebben het uiteindelijk zelf gezocht” wordt er dan gezegd. Vooral vrouwelijke gedetineerden worden meer aan hun lot overgelaten, krijgen minder bezoek dan mannen. Toch blijkt uit onderzoek dat wanneer de familiebanden tijdens de detentie behouden kunnen blijven, de kans op recidive sterk vermindert, omdat ex-gevangenen dan een draagvlak hebben waarop ze kunnen terugvallen. Vandaar proberen we zoveel mogelijk de familie te stimuleren om op bezoek te komen en als dat niet kan te schrijven of te bellen. Ook gedetineerden motiveren we om te schrijven, niet alleen om dingen te vragen, maar om te verwoorden wat er in hen leeft.  Tenslotte denk ik aan de maatschappij waarin ex-gevangenen terug terecht komen met een sterk vooroordeel tegen iedereen die vastgezeten heeft. En zo wordt de straf levenslang. Je blijft gebrandmerkt. Huiseigenaars en werkgevers weigeren meestal om iemand met een beschreven strafblad kansen te geven. De goegemeente reageert niet alleen uit angst om het kwaad dat ex-gevangenen opnieuw zouden kunnen berokkenen, maar ook omdat ze in de confrontatie de minder mooie kanten van zichzelf zouden kunnen tegenkomen. En in die zin heeft Shantideva gelijk: “onze vijanden doen ons hart ontwaken”. In plaats van met afschuw de overtreders van de wet als monsters te zien, jezelf in hen durven herkennen, opdat we met meer mededogen met hen terug zouden samenleven.  Na al die relaties binnen een gevangenis overlopen te hebben zie ik drie grondhoudingen om barmhartig in deze harde realiteit te staan en onze liefde verder uit te strekken dan de kring waarmee we het kunnen vinden en die ons vertrouwd is. Eerst en vooral die van nederigheid: dialogeren als gelijke, of zelfs als mindere broeder/zuster, willen leren van de ander, ook al staat die ander maatschappelijk gezien niet hoog. Dat vereist een grote luistervaardigheid om achter de woorden te horen wat iemand beweegt, voelt. Dat is luisteren met je hart, zonder vooroordeel, zonder eigenbelang, zonder projectie van jezelf. Een tweede houding om barmhartig te leven is, volgens mij, de zelfaanvaarding: jezelf aanvaarden, ook met je kleine kantjes, je zwakheden, het kwade in jou. Alleen dan pas kunnen we echt de ander aanvaarden. Maar dit veronderstelt zelf-reflectie, niet bang zijn voor de monsters, de duisternis in ons en ons ook daarin geliefd weten en voelen.Een derde fundamentele houding is die van vergeving: vergeving durven vragen en geven, opdat we zouden kunnen samenleven met anderen in onze beperktheid. Onze liefde, onze barmhartigheid is altijd beperkt door uitgesproken of onuitgesproken omstandigheden. Wij moeten elkaar vergeven dat we God niet zijn, maar wel Gods beeld en gelijkenis. En dat mogen we vieren in dankbaarheid.  God,Die je zon laat schijnen over ieder van ons:Wij overschreeuwen elkaar,Wij overschreeuwen onze angstOm onszelf zeker te voelen.Doorbreek ons rumoerEn verstil het geweld van woordenHerschep ons en roep ons bij onze naam,Dat wij ons niet langer verbergen voor elkaar. 21/06/2008Filip Cromheecke, gevangenisaalmoezenier in Salvador da Bahia/Brazilië    
 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Oktober 2017
M D W D V Z Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen