09.02.08 Van kwetsbaarheid naar kracht

toelichting gehouden door

‘Voor een enigszins normaal en gelukkig leven hebben we behalve realiteitsbesef ook het vermogen nodig onszelf wijs te maken dat onze geliefde vandaag niet onder een auto zal komen, ons kind niet wordt vermoord en die terroristische bom vandaag niet op het CS zal ontploffen, althans niet net als mijn trein aankomt. Allemaal dingen die toch wel echt kunnen gebeuren. Net als doodgaan in je slaap. (…) Het gaat bij zulke zorgen om de proportionaliteit: je wéét niet of je in het bos een tekenbeet of in de tram een enge bacil hebt opgelopen, maar normale mensen staan bij zulke risico’s niet lang stil. Ook zonder afdoende reden of bewijs nemen ze aan dat het goed afloopt en anders merken ze het wel.

Met het kindergebedje ‘Here, houd ook deze nacht over mij getrouw de wacht’, ben ik niet opgevoed. Maar de God der Illusies is mij zo welgezind geworden, dat ik tegenwoordig inslaap alsof er morgen wel weer een dag zal zijn.’

 

Lieve mensen, broeders en zusters in de paulinische traditie.

Dit is een citaat van een Nederlandse sociologe, Jolande Withuis, uit een bijdrage met de titel ‘Morgen is er weer een dag’ geschreven in een essay en gepubliceerd in een heel dik nummer van het Nederlandse tijdschrift De Gids dat al sinds 1837 uitgegeven wordt en voor zijn 170ste verjaardag aan 107 auteurs gevraagd had een essay te schrijven over een onderwerp dat ook

behandeld werd in de Essays van de Franse edelman Michel de Montaigne (1553-1592)

Jolande Withuis brengt in haar bijdrage zeer open verslag uit van haar slaapfobie en slaapangst en hoe ze van die kwaal genezen is.

 

Zelf ben ik wel opgevoed met kindergebedjes. De drie weesgegroetjes voor het slapengaan op mijn  blote knietjes voor mijn bedje en in mijn hoofd het slaapliedje van mijn grootmoeder die ik nooit gekend heb, want al overleden voor ik geboren ben.

Toch zing ik het voor jullie:

 

Veillez sur moi, quand je m’éveille, bon ange, puisque Dieu l’ a dit

et chaque nuit quand je me sommeille, penchez vous sur mon petit lit.

Ayez pitié de ma faiblesse, parlez moi le long du chemin. Parlez, veillez.

 

En dan is er dit gedicht van M. Vasalis (1909 – 1998)

 

Er zijn dingen, die alleen het oppervlak beroeren,

daaronder blijft de ziel gelijk en blinkt,

zoals een vijver waarop blaadren varen,

of als een kinderoog onder verwaaide haren.

Men zingt en luistert hoe het klinkt.

 

Maar er zijn soorten van verdriet,

die iets verandren aan het lied.

Men wordt bespannen met heel andre snaren

en wie het niet ervoer, die weet het niet.

 

O kindje met je zachte witte vingren

en met de blauwe aadren aan je kleine slaap,

die zich als heilige rivieren slingren.

Slaap mijn kindje, slaap.

 

Op het eerste gezicht is dit een 'lullaby', een gedicht uit het Groot gezinsverzenboek voor bezorgde grootouders even voor ze zelf slapengaan. Een paar uur eerder, toen ze hun logerende kleinkinderen te slapen hebben gelegd omdat hun papa en mama naar een belangrijke vergadering of een niet missen feest moesten, hebben ze nog gezongen: ‘Slaap kindje slaap, daarbuiten loopt een schaap, een schaap met witte voetjes, drinkt de melk zo zoetjes, schaapje met zijn witte wol, 't kindje heeft zijn buikje vol’.

Dat is het eerste gezicht, zo zien wij de dingen, die alleen het oppervlak beroeren. Maar er is meer. Dan moeten we onder het vijveroppervlak, in de ziel, achter het kinderoog gaan kijken om te ontdekken wat daar schuil gaat.

Dat zijn soorten van verdriet die 'iets' veranderen aan een onschuldig kinderliedje. Verdriet in alle soorten is het gevolg van het verlies van harmonie en eenheid, van het uit elkaar gerukt worden in contradictorische, dus nooit samen te brengen gedachten, gevoelens, strevingen, wat leidt tot onlustgevoelens. Verdriet hoort essentieel bij het mens-zijn, zoals de vreugde.

Het menselijk verdriet is het gevolg van het besef dat er zoiets als een paradijs geweest moet zijn of nog te verwachten is, maar dat het niet hier en nu is. In zijn essaybundel Over de troost van pessimisme (1983) schreef Herman de Coninck : ‘(...) elk gedicht (van Vasalis) is een poging tot in slaap brengen (en tot harmonie brengen) van wat aanvankelijk onlustgevoelens waren. Het paradijs ligt in het gedicht zelf’ (p.78)

In een essay van Rutger Kopland dat in 1998 gebundeld werd en dat de titel 'Poëzie als geneesmiddel' kreeg, heb ik het volgende gelezen:

"Gemis is de motor van de poëzie. Hoe groter het gemis, hoe krachtiger het verlangen en hoe meer reden dat gemis onder woorden te brengen, te wéten wat je mist, te weten dat dat het gemis is van alle mensen, dat dat gemis inherent is aan onze existentie. Wat ons lief is, is er, maar wat eraan mist is eeuwigheid." (Mooi, maar dat is het woord niet, p. 173)

Soms mis je de eeuwigheid (nog net) niet, maar heel direct en nu wel als een partner, een broer of zus, een kind.

In Het doek. Essay in zeven delen schreef Milan Kundera: ‘(…) het menselijk leven als zodanig is een nederlaag. Het enige wat we nog kunnen doen tegenover de onontkoombare nederlaag die leven wordt genoemd, is proberen er iets van te begrijpen. ‘

In 365 heb ik inderdaad geprobeerd grip op mezelf te krijgen en als het enigszins kan te behouden.

De opdracht luidt: ‘Voor mijn Licht, ook nu het gedoofd is’.

Die hoofdletter staat daar niet zo maar. In de eerste instantie verwijs ik naar de in mijn herinnering verdampende geliefde, in gerechtelijke termen de tegenpartij genoemd. Maar het Licht is ook een van de namen van Hem die genoemd wordt ‘Die was, die is, die zal zijn.’ Ook dat licht is gedoofd, al blijven er gensters door mijn ziel vliegen. Ouder, ziek en onzeker geworden heb ik met alle kracht die ik kon verzamelen 365 geschreven. Voor mezelf, en naar ik hoop voor talrijke lezers, heb ik dag na dag duisternis ingeruild voor zoveel mogelijk licht. Dat licht tref je aan in de talrijke verzen die ik citeer, het wordt als door een brandglas versterkt door een goede babbel met bezoekers in ma maison blanche met het hortensiaomzoomd binnenplaatsje, het geeft troost al verdwijnt het elke avond.

De blind geworden Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges heeft volgend gedicht geschreven ‘Uno aprendo’. Een vriend van mij heeft deze vertaling bezorgd:

 

Na enige tijd

leer je het subtiele verschil

tussen iemand bij de hand nemen

en een ziel aan zich ketenen.

 

En je leert dat

liefde meer betekent dan gaan samenliggen

en dat gezelschap niet altijd veiligheid biedt

 

En je begint te leren…

dat kussen geen contracten zijn

en geschenken geen beloften

 

En je begint je mislukkingen te aanvaarden

met opgeheven hoofd en met de ogen wijd open

 

En je begint te leren om te bouwen in het nu,

omdat het terrein van morgen te onzeker is voor plannen

en een toekomst de neiging heeft om halverwege in elkaar te storten;

 

En na een tijd

begin je te leren dat als het allemaal teveel is,

zelfs het minste straaltje zon kan branden.

 

En zodoende plant je een eigen tuin

om je eigen ziel erin te leggen,

in plaats van te wachten op iemand

die je bloemen brengt.

 

En je leert dat je inderdaad kan uithouden en volhouden,

dat je inderdaad sterk bent,

en je inderdaad een eigen waarde hebt;

en je leert en je leert…

en met iedere dag leer je.

 

Lieve mensen van de Vleugel,

 

Iemand heeft 365 gekozen als thema van deze viering, dit gebeuren of hoe ik het ook moet noemen.

Mijn dagboeknotitie van 9 augustus 2005 eindigt met de vraag: ‘Heeft een mens dan geen recht op verwarring en verdriet?’ Voor mij is het antwoord ondubbelzinnig: ja.

Maar aan allen hier aanwezig wil ik uit de grond van mijn hart zeggen: ‘wij’ is ontzettend veel meer dan ‘ik’ Amen.

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Oktober 2017
M D W D V Z Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen