26.01.08. Onze Vader

toelichting gehouden door Rita Weynants

 

TOELICHTING: waarom blijf ik het Onze Vader bidden?

 

 

Het Onze Vader-gebed tot de bron en wortel thuisbrengen,

dat deed Paul Kevers vorige week.

Over het bidden met gerichte ziel dat de woorden vleugels kan geven

ga ik het vandaag hebben.

 

Eerst even dit:

In mijn vleugelarchief uit onze H. Geesttijd vond ik twee verslagen met discussies over het al dan niet behouden van het Onze Vader in onze vieringen. Er waren stemmen voor en stemmen tegen.

Argumenten om het af te voeren waren:

Het sluit niet aan bij ons godsbeeld. Het samen bidden heeft iets vormelijks, we weten niet meer wat we zeggen en het systematisch elke viering bidden en-dan-geeft-het- kracht: dat steekt tegen. De tekst roept negatieve zaken uit onze jeugd op, veroorzaakt het dan ook geen wrevel bij nieuwkomers? We zien dat het als kerkpolitiek wapen wordt gebruikt zoals in 'het jaar van de Vader'. Houden we er niet aan vast vanuit het verlangen naar een soort 'oergeborgenheid?

Argumenten om het te behouden waren:

Het is een universeel gebed, dat we allemaal kennen. Het is een gebed met geschiedenis, herkenbaar voor nieuwkomers. Het elkaar de handen geven is ons dierbaar en het is een sterk moment ‘samen’ voor het ‘samen brood breken’, bovendien is het gemakkelijk om de kinderen erbij te betrekken.

Het geeft woorden waar we op kunnen terugvallen in situaties waar we woordeloos blijven en toch willen bidden. Iemand verwees naar de film ‘Au revoir les enfants’ van Louis Malle waar de leerlingen en hun leraar het onze vader baden toen ze verstomd achterbleven na het wegvoeren van joodse klasgenoten.

 

Besloten werd het Onze Vader voorlopig te bewaren maar er werden suggesties gedaan naar 'hoe verder', waaronder: een cyclus maken om het inhoudelijk uit te spitten en te verdiepen en het voorstel dat iemand het af en toe zou hertalen vanuit de eigen beleving.


 

Dat laatste wil ik nu doen:

Ik, die het woord God zeer voorzichtig gebruik en het goddelijke nooit uit mijzelf Vader of Heer kan noemen, bid hier elke week toch met veel overtuiging het Onze Vader mee.

Hoe is het met mij zover kunnen komen?

 

Mijn oudste herinnering aan het Onze Vader is dat ik ziek was toen het in de kleuterschool werd aangeleerd en diep teleurgesteld dat ik net dàt gemist had, want het 'onze vader' kennen was toen een belangrijke stap op de ladder van het groter worden. Een gebed van inwijding, blijkbaar.

Later ontdekte ik dat ook zo was in de vroege Kerk. Het Onze Vader werd alleen gegeven  aan hen die, na onderwijzing in leer, gebed en meditatie, gedoopt waren. De niet-gedoopten moesten tijdens de eredienst de Kerk verlaten voordat het werd gebeden. Het werd in stilte of met heel zachte stem uitgesproken. Zó geheim was het.

 

Toch heb ik het jarenlang 'zonder vrees en liefde' opgezegd en meegedreund tot het holle, lege woorden werden. Ik kon het niet meer bidden toen het ik het woord Vader, als  naam voor God, te patriarchaal, te versleten, te misbruikt ging vinden en weigerde het nog uit te spreken. Ik las Mary Daly, die scherp verwoordde waar het mijn generatie feministes en theologes om ging. In haar tweede boek Voorbij God de Vader(!) wees zij op het ontoereikende van de toen bestaande godsbeelden om het transcendente uit te drukken, beelden die God objectiveren en tegelijk dienden als een legitimatie van het patriarchaat. Haar kritiek gold vooral de mannelijke beelden. Kort samengevat beweerde ze: "Als God man is, is de man God".

 

Maar er waren momenten dat ik ondervond dat die stoffige woorden van het Onze Vader opeens gingen leven en verbondenheid uitdrukken.

-          Ze klonken heel nieuw toen ik ze - als studente - meebad in het bonte internationale gezelschap van de WRK. Verschillende talen, één gebed. 'Pinksteren', dacht ik toen. 

-          En nog niet zo lang geleden alleen op reis bad ik het hand in hand met New Mexicanen. Zij in het Spaans, ik in het Nederlands. Ik voelde verbondenheid met die vreemde mensen rondom mij én met de bekenden thuis. 'De Vleugel', dacht ik toen.

 

En ik moest onder ogen zien - bijna tegen wil en dank - dat het Onze Vader - dat oude, versleten, dwarse gebed - verzet kan uitdrukken. Sterker nog, mijn verzet kan uitdrukken.

-          Het kwam onverwacht in mij bovendrijven toen ik sprakeloos werd bij een bezoek aan het fort van Breendonk. En ik bad het stilletjes met mijn hand op Fat Man, een replica van de atoombom, die Hiroshima verwoestte.

In grenssituaties, in grote nood, bij groot verdriet, bij groot onrecht zijn de Onze Vaderwoorden bij de laatsten die overblijven. Het samenbidden en zelfs de automatische dreun van de vaste gebeden kunnen troostend zijn bij een sterfbed of na een overlijden, wanneer de buurt zich verzamelt om te bidden.

 

Maar het is toch vooral het volgehouden samen bidden van Het Onze Vader hier in de Vleugel dat de woorden voor mij inhoud, betekenis en waarde hebben gegeven.

Het woord Vader blijft storen maar tegelijk is het een woord dat mij net daarom wakkerhoudt. Het houdt mij open voor beelden die niet van mij zijn, niet zelfbedacht en comfortabel, maar gekregen en groter dan ik, dan wij.

 

Nu zie ik dat voorbij de aanspreektitel het gebed groots begint:

het richt ons naar de toekomst, het creëert ruimte, trekt het visioen van 'vrede en gerechtigheid' open en komt dan met de voeten op de grond in ons gebrekkige heden:

we zijn hongerig, kwetsbaar, onvolmaakt maar verlangend naar leven, zin, verbondenheid en welwillend om ons daar aan te wijden.

Daar kan ik alleen maar Amen op zeggen.

En daarboven staat dan het woord Vader als een tent of een beschermend dak

uitgespreid, met dat 'onze' ervoor dat onze kring eindeloos laat uitdeinen.

 

Zouden we andere woorden van gewicht kunnen vinden,

die in ons kunnen resoneren en hun werk doen,

die we genoeg vertrouwen om ons daar week na week zo aan over te geven?

Misschien.

Zouden wij hier één andere gemeenschappelijke tekst kunnen vinden

die wij allemaal samen luidop kunnen uitspreken?

Misschien.

Ik wil daar met jullie blijven over nadenken.

Mogelijk is het stof voor de liturgische zaterdagen.

We zien wel: kome wat komt, van U is de toekomst...

 

 

Rita Weynants, De Vleugel, 26 januari 2008.

 

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Juli 2018
M D W D V Z Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen