05.01.08 Familie relaties

Toelichting gehouden door M.Riemslagh

Tekst: stamboom van Jezus Mt. 1, 1-17

 

Beste Zus en Broer in tastend geloof,

 

Heb jij ook zo'n stamboom zoals Jezus? Een stamboom met op het eerste zicht grote namen, zoals een geloofsvader Abraham, een verleidelijke Tamar, koning David, en een volgzame Ruth? De stamboom langs vaders zijde van de vaders en moeders van Jezus, onze grote geloofsbroer…

 

Ik weet niet hoe het met jou gesteld is, maar meestal kijk ik zelf niet zo wijds als de evangelietekst van vandaag, ik kan maar een kleine stroom van enkele generaties bevatten. Daar heb ik mijn handen aan vol. Trouwens, wanneer ik naar mijn stamboom kijk, dan zie ik nogal wat familievetes.

Vetes beginnen meestal diep verborgen, bij één of ander onrecht dat aan één iemand of aan een deel van de familie wordt aangedaan.

Bijvoorbeeld wanneer een kind wordt uitbesteed aan een andere familie of een instelling, wanneer een kind als zondebok behandeld wordt, of wanneer een kind misbruikt wordt. De mensen die van niets weten, krijgen dan al gauw de indruk dat het kind niet dankbaar is voor wat het gekregen heeft, zij vinden soms dat het op één of andere manier zelfs voorgetrokken is en ze blijven dankbaarheid verwachten.

Terwijl het verontrechte kind wacht op erkenning en rechtzetting.

Zo’n zaken betekenen onrecht, onrecht dat breuken in families veroorzaakt en generaties lang zijn sporen nalaat…

Typisch aan vetes is dat ieder mens door zijn eigen bril kijkt, daar hardnekkig aan vasthoudt en van de ander iets verwacht, dat die niet kan geven omdat die anders kijkt.

En tegelijk, haast onhoorbaar als de wind, klinkt in de harde levensverhalen van beide kanten van de familie, een lied van hoop door, van verlangen en erbarmen.

 

Als kleine mens, schakel tussen generaties, kunnen wij ons laten bepalen door het onrecht dat ons of onze familie is aangedaan. Dan overheerst het gevoel verontrecht te zijn en houdt het verhaal van bevrijding op.

Dat hebben de mensen uit Jezus' stamboom ook meegemaakt.

Eerst belooft God aan Abraham een nageslacht en daar komt dan niets van in huis, zijn vrouw Sara werd oud, buiten jaren.

Of Tamar, haar kans op kinderen was voorbij nadat ze twee echtgenoten had overleefd en haar schoonvader haar als een afgeschreven vrouw terug naar haar familie had gestuurd.

Of Ruth, die zoals zovelen tegenwoordig, als vreemdelinge nergens thuis, was, verloren tussen twee culturen in.

En koning David had voorbij kunnen gaan aan het onrecht dat hij zelf had uitgericht door de vrouw van Uria te nemen en Uria te laten vermoorden.

Of Jozef die Maria niet tot vrouw wou nemen toen hij vernam dat ze zwanger was, wellicht van een vreemde.

Wie ondergaat in het onrecht dat hem wordt aangedaan, verspeelt zijn toekomst. En ook wie weigert het onrecht dat hij/zij zelf begaat, te erkennen, verspeelt zijn toekomst, verspeelt zijn kinderen...  

Zo gaat dat in de bijbel, dit boek vol verhalen waarin een spoor doodloopt, een belofte gebroken wordt, onrecht wordt aangedaan: daar lopen kinderen gevaar. Een harde ook hedendaagse realiteit. Maar zo gaat het wel in de bijbel, tenminste tot op de helft van het verhaal. Want als het er écht op aankomt, weerklinkt de droom van God met ons. Midden de rotzooi, begint Gods verhaal pas echt; begint het echte verhaal van Abraham, Tamar, Ruth, David, Jezus,… Midden de miserie, begint het echte verhaal van onszelf en onze eigen familie.

 

Midden het kwaad staat iemand op uit onrecht. Aan iemand die 'en toch' zegt, die durft geloven, aan hem en haar wordt Gods droom waar. Wie dat doet, tegen alle feiten in, die krijgt zomaar, als het ware uit het niets, een spoor van leven aangereikt.

Want zie: het verhaal gaat door. Wij vertellen het hier aan elkaar en richten ons leven erop, het verhaal van ommekeer en riskant vertrouwen.

Want Abraham heeft bij de oude Sara een kind verwekt. Had hij er niet in geloofd, hij had het niet voor mekaar gekregen…

Aan Tamar werd door haar schoonvader uiteindelijk recht gedaan. Zij werd dubbel zwanger, tegenhanger van het dubbel onrecht dat haar was aangedaan.

En Ruth vond een thuis in een land dat niet het hare was.

En David keerde zich om en hoewel hij zijn fouten niet kon rechtzetten (Uria was vermoord - nu ja gesneuveld in de oorlog), had hij oprecht berouw, ging hij een toontje lager zingen en maakte hij toch toekomst.

En Jozef, rechtvaardig als hij was, ontfermde zich over Maria, en mét haar over het kind Jezus dat niet van hem was; hij nam hen bij zich, hij zorgde ervoor dat ze veilig waren, eerst in een stal, nadien in Egypte, dan op een plek waar hij kon opvoeden.

 

Ook wij kunnen twee kanten op wanneer we ons afvragen wat we van de generaties voor ons hebben meegekregen: de kant van de dood en de kant van het leven. Natuurlijk zeulen we onze eigen familiebalast mee. En daar kunnen we trouw aan zijn door de duvel aan te doen aan onze kinderen en aan de mensen waarmee we leven.

Maar de vraag is dan of we wel trouw zijn aan onze échte wortels.

Hoe verdorven de mensen uit onze stamboom ook zijn of geweest zijn, in hun hart en in wat ze doen, blijven ze ook altijd afgestemd op de droom die God in hun hart heeft geplant.

Dus als we écht trouw zijn aan onze afkomst, dan proberen we niet zozeer de doodlopende daden te herhalen, maar zetten we ons in om trouw te zijn aan de droom van de mensen die ons voorgingen.

De droom geen verder onrecht aan te doen;

de droom in staat te zijn tot het bóvenmenselijke van de kleine goedheid, juist aan hen waar we het moeilijk mee hebben;

de droom die Abraham, Tamar, Ruth, David, Jozef en Jezus als zegen over ons leven uitspreken,

de droom van God met ons

voor ieder van ons apart

én samen…

   

M. Riemslagh 05.01.2008

 
 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

September 2018
M D W D V Z Z
27 28 29 30 31 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen