2018.03.24 Liedavond

Welkomstwoord:

Welkom allemaal om met het met een lied van  Mendelsohn te zeggen :   “auf flügeln des Gesanges “

 

 

Het thema van deze liedavond : over ongelezen boeken en ongezongen liederen is een speciale hommage aan alle boeken die we in een opwelling gekocht hebben , uit een soort van hebberigheid om ze daarna te doen verdwijnen tussen andere verweesde ruggen op de boekenplank . Einde verhaal .

Naast al die boeken zijn er ook ontelbare liederen die we nooit hebben of willen zingen , vele partituren die nooit gespeeld , gestreeld of verdeeld werden .

Er is een  verhaal over een cabaretier die zelfs geen enkele vorm van muziek verdroeg als hij depressief was . Behalve het gezang van de merel . In merelzang zit troost . Zijn zang tilt ons op en wordt licht .

Hij schenkt ons dat onovertroffen merelgevoel ’s morgens en ’s avonds .

Ik weet niet hoe het zit met jullie winterblues nog in de kleren ……maar misschien kunnen we vandaag iets meer verdragen dan de koorzang van de merel .

In het toekomstlicht  van Pasen kunnen we ons vrij zingen van alles wat in onszelf ongezongen, onberoerd, versteend, verweerd en vermolmd is . De lente en een nieuw geluid tegemoet .

Want met zingen is de liefde begonnen .

 

Lied: Naam uit het vuur

Typisch Oosterhuis-lied dat vol zinspelingen op bijbelteksten zit en waarin verschillende bijbelverhalen op elkaar gelegd worden.

Eerste strofe: roeping van Mozes, brandend braambos, water uit de rots, Sinaïverbond, het slavenvolk van de uittocht uit Egypte. (“Vuur uit steen” komt uit het roepingsverhaal van Gideon, Re 6,21, dat erg lijkt op het roepingsverhaal van Mozes)

Tweede strofe: zinspeling op het Pinksterverhaal in Hnd 2, maar ook nog op het Sinaïverhaal in Ex 19–20, beide verhalen belichten elkaar.

Derde strofe: het volk van Israël, op weg naar het beloofde land, maar ook in ballingschap, en altijd weer ‘gekruisigd’ – en ook Jezus, ‘zoon van Israël’, van God verlaten en gekruisigd…

Vierde strofe: het visioen van Ezechiël 37: Gods geest/levensadem die door de vallei vol doodsbeenderen waait en het volk-in-ballingschap doet herleven – en ook verwijzing naar Pinksteren, het ‘vijftig-dagen-feest’, waar Gods geest/levensadem de apostelen bezielt.

Vijfde strofe: de apostelen in Hnd 1–2, geroepen om te getuigen ‘in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde’ (Hnd 1,8). En wij vandaag!

 

Lied: Hierheen, Vrouwe Ademtocht

Huub Oosterhuis heeft de oude pinksterhymne Veni creator spiritus opnieuw vertaald en op een nieuwe leest geschoeid. ‘Hierheen Vrouwe Ademtocht’, luidt de nieuwe aanhef. ‘Vrouwe’, zoals in ‘Onze Lieve Vrouwe’. Hij kiest daarmee voor de Hebreeuwse geest ruach, die vrouwelijk is. De Latijnse spiritus is mannelijk, en het Griekse pneuma is onzijdig. En uit de titel Paraclitus (de ‘trooster’ uit Johannes 16.5-15), vormt hij eigenzinnig het niet bestaande Paraclete, troosteres. Zo wordt heel de toon van die oude hymne verzacht en gaat die nu over de zachte krachten van de geest. Zij wordt neergezet als leidsvrouwe, verpleegster, therapeute, die onze wonden zalft:

Als de wanhoop in ons woedt zalven ons uw zachte handen ... zoete hand op doodmoe hoofd.

Dat zijn ware woorden, dat is een universele taal die iedereen verstaat,die wij herkennen als getuigen van de geest die mensen drijft: de geest van troost en uitdaging. De geest die ons leert liefhebben met de liefde van de vader en de zoon, waarmee wij geestrijk en ‘spiritueel’ kunnen leven. God hebben wij nooit gezien. En Jezus kennen wij slechts van horen zeggen, maar, zo zegt het nieuwe oude lied:Gij die beider geestkracht zijt doe mij in hun liefde wonen. Dank dat Gij ons hebt bezocht, Paraclete, Ademtocht.

 

Uit een tekst van Kees Kok voor een schriftuitleg in De Brug op Pinksteren 2012

Hierheen Vrouwe Ademtocht. Hnd. 2,1-13

Schriftuitleg van Kees Kok

De Heilige Geest – met twee hoofdletters -, derde persoon van de Heilige Drie-eenheid, geniet bij de doorsnee christen weinig bekendheid, roept weinig geestdrift op. In de bijbel is veel over de Vader geschreven en Jezus de Zoon figureert in minstens vier evangeliën, maar de Geest komt slechts sporadisch voor. Toch? In de kerken en daarbuiten is in elk geval weinig sprake van hem. Tegelijkertijd is men wel overal op zoek naar ‘spiritualiteit’. Er bestaat een grote ‘geestelijke’ behoefte, er is nood aan ‘geestelijkheid’, aan ‘geestvaardigheid’. En men zoekt die overal en nergens.

Misschien moeten we toch nog eens terug naar onze eigen geestelijke bronnen, de bijbel voorop.

Als we dat serieus doen, ontdekken we al gauw dat de Heilige Geest niet pas, na Jezus’ dood met Pinksteren komt aanwaaien, maar dat hij overal in de Schriften opduikt, al vanaf het eerste begin, ja al voor de schepping. ‘God geest zweefde over de wateren, lezen we in de tweede regel van het eerste bijbelboek Genesis. Ruach staat daar in het Hebreeuws, en dat betekent ook adem en wind: ‘God adem scheert over de oervloed’.  Nog voor hij gaat scheppen, voor hij zeggen kan: ‘Er zij licht’, moet hij eerst adem halen, lucht scheppen, geestkracht verzamelen. En als God tenslotte de mens heeft geschapen, wordt die pas een levend wezen als hij hem zijn levensadem in de neus heeft geblazen. Zonder dat is de mens slechts stof en as.

Wij kunnen ons van de Geest evenmin een voorstelling maken als van God zelf. Maar er is wel over hem gesproken en geschreven als over iets ongrijpbaars, vluchtigs, een vogel, een duif. In oude Joodse geschriften uit het begin van onze jaartelling wordt hij wel voorgesteld als tortelduif. Dat hebben de evangelisten overgenomen. Als een duif daalt de geest bij op Jezus neer bij diens doop in de Jordaan. ‘In de lijfelijke gestalte van een duif,’ zegt Lukas zelfs. Misschien dacht hij daarbij ook aan deze regels uit het Hooglied (2,14):

Sta op en kom, mijn liefste,mijn schoonheid kom.

Mijn duif in de rotskloof,in de schuilhoek van de bergwand, laat mij je gestalte zien, laat mij je stem horen.

De bijbel staat vol Pinksterverhalen. De geest die op Jezus neerdaalt, daalde ook op Mozes neer en werd vervolgens verspreid over de zeventig oudsten van Israël, zoals in ‘ons’ Pinksterverhaal over de verzamelde leerlingen. Dat was toen Mozes uit Gods handen de Tora ontving op de berg Sinaï – die tien in steen gebeitelde woorden van gerechtigheid, van goed leven en samenleven in solidariteit. Diezelfde geest doet rechters – ‘richteren’ - opstaan, zalft koningen, overvalt profeten en doet hen tekeer gaan tegen het machtsmisbruik van die koningen.

Het is dezelfde geest die in het begin van Lukas’ evangelie Maria overschaduwt als ‘kracht van de Allerhoogste’ – ‘en zij heeft ontvangen van de heilige geest’. Het is de geest die alle woorden en daden van Jezus bekrachtigde. En als Jezus uit de weg is geruimd – ‘leeggestoken, dood lichaam, als een tempel verwoest, een stad gevallen, geplunderd’- is het de geest van zijn woorden en daden die achterblijft, en dat is geen andere geest dan die van de Tora. Die geest stormt op de vijftigste dag bij de leerlingen naar binnen. De beelden die Lukas hier gebruikt, ontleent hij precies aan de verhalen rond de gave van de Tora in Exodus en Numeri: geraas uit de hemel, stormwindvlagen, vurige adembliksems. De gave van de geest en van de Tora horen onverbrekelijk bij elkaar. Zonder heilige geest is de tora dode letter, zonder tora is de geest een ‘geestesverschijning’,  een spook, lege spiritualiteit. De spiritualiteit van de bijbel is de geest van gerechtigheid en solidariteit – woorden die te pas en te onpas gebruikt en misbruikt worden, maar die de leerlingen van Jezus van Nazaret in hun bijeenkomsten zouden moeten koesteren en proberen zuiver te houden, krachtig en geestrijk.

In het Pinksterverhaal wordt, vanuit de hemel, vanuit onze nog verborgen toekomst, een grote politiek-maatschappelijke tegen beweging in gang gezet. Eerst wordt heel het huis vol van stormwind en vurige adem en worden allen daar bijeen vol van heilige geestkracht. Van daaruit en van toen af ontketenen zij een lopend vuur tot aan ‘de uiteinden der aarde’, om te beginnen van Jeruzalem tot Rome. Daarover vertellen de Handelingen van Lukas. Dat is geen letterlijke geschiedenis, laat staan kerkgeschiedenis. Het is de ‘legendarische’ geschiedenis van een visioen, vol wonderlijke wendingen, als een groot heiligenleven verteld.

Het verhaal eindigt in Rome. Daar, en in de oostelijke keizerstad Konstantinopel, hebben talloze theologen eeuwenlang geprobeerd de heilige geestduif te vangen in de netten van hun dogmatische concepten. Ze hebben hem getemd tot derde persoon van de heilige drie-eenheid. Het lijkt erop dat hij sindsdien een grijze duif is geworden. En zijn autoriteit, van oorsprong verbonden met het hart en het geweten van zijn gelovigen, is regelmatig onrechtmatig opgeëist door pausen en andere kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders.

Maar de geest waait waarheen hij wil en laat zich niet vangen. Ik vermoed dat hij ergens in de donkere middeleeuwen een grote list heeft verzonnen. Eenmaal weggepromoveerd tot goddelijke persoon, heeft hij Maria naar voren geschoven om zijn rol als trooster over te nemen. En het lijkt erop dat zij de taken van de geest sindsdien voortvarend op zich heeft genomen. In een oude Roomse litanie, aan haar gewijd, wordt zij onder andere ‘troosteres der bedroefden’ en ‘zetel van wijsheid’ genoemd. Zij is voor tallozen een raadsvrouwe geweest, een armeluismoeder, vriendin, schaduw; allemaal titels die door Schrift, traditie en  oude kerkelijke hymnen aan de geest zijn gegeven. Maar het werd te bont. De reformatie heeft Maria weer gedegradeerd, en de katholieke Mariaverering is de afgelopen eeuwen behoorlijk uit de hand gelopen. Misschien moet de geest van de tora en profeten weer meer aandacht krijgen.

Huub Oosterhuis heeft de oude pinksterhymne Veni creator spiritus opnieuw vertaald en gerestyled.

‘Hierheen Vrouwe Ademtocht’, luidt de nieuwe aanhef. ‘Vrouwe’, zoals in ‘Onze Lieve Vrouwe’. Hij kiest daarmee voor de Hebreeuwse geest ruach, die vrouwelijk is. De Latijnse spiritus is mannelijk, en het Griekse pneuma is onzijdig. En uit de titel Paraclitus (de ‘trooster’ uit Johannes 16.5-15), vormt hij eigenzinnig het niet bestaande Paraclete, troosteres. Zo wordt heel de toon van die oude hymne verzacht en gaat die nu over de zachte krachten van de geest. Zij wordt neergezet als leidsvrouwe, verpleegster, therapeute, die onze wonden zalft:

 

Als de wanhoop in ons woedt zalven ons uw zachte handen … zoete hand op doodmoe hoofd.

Dat zijn ware woorden, dat is een universele taal die iedereen verstaat,die wij herkennen als getuigen van de geest die mensen drijft: de geest van troost en uitdaging. De geest die ons leert liefhebben met de liefde van de vader en de zoon, waarmee wij geestrijk en ‘spiritueel’ kunnen leven. God hebben wij nooit gezien. En Jezus kennen wij slechts van horen zeggen, maar, zo zegt het nieuwe oude lied:

 

Gij die beider geestkracht zijt doe mij in hun liefde wonen. Dank dat Gij ons hebt bezocht, Paraclete, Ademtocht.

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

September 2018
M D W D V Z Z
27 28 29 30 31 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen