2017.10.28 Leerhuis Maarten Luther

Leerhuis werd gehouden door Paul Eylenbosch en Paul Kevers.

 

Dit is de link naar de tekst van de "95 stellingen" van Luther:
http://www.elg-stadskanaal.nl/95stellingen.html

1.  Leerhuistekst Maarten Luther: een tijdskader

In het kalendarium van de wereldgeschiedenis wordt de periode vanaf 1492 tot de eerste wereldoorlog aangeduid met de naam Nieuwe Geschiedenis. De periode na de Middeleeuwen, die op hun beurt begonnen met de Germaanse en de Frankische volksverhuizingen, begonnen in 375.

Maarten Luder werd op 10 november 1483 geboren en overleed als Maarten Luther op 18 februari 1546 te Eisleben.  Zijn grootvader was een boer en zijn vader, Hans Luder, was een zelfstandig kopersmelter in het graafschap Mansfeld. Zijn moeder was van begoeden huize. Haar vader was als smeltmeester een van de hoogste ambtenaren van Eisenach. Zijn ouders waren sociale klimmers. Zij wilden dat hun zoon Maarten rechten zou studeren. In juli 1505 keerde deze na een ruzie met zijn vader in het studentenhuis terug met de mededeling dat hij zou intreden bij de Augustijner-eremieten. Op 3 april 1507 werd hij tot priester gewijd in de Mariadom van Ertfurt. Hij ging vervolgens theologie studeren en promoveerde op 19 oktober 1512 tot doctor in de theologie. Op 31 oktober 1517 stuurt hij 95 stellingen naar Albrecht van Brandenburg, de aartsbisschop van Mainz. Deze aartsbisschop stuurde eind 1517 een exemplaar van de stellingen naar Rome. Maarten Luther was, naar verluid, verwonderd over de ontstane consternatie.  Twee jaar eerder had hij al 99 stellingen geponeerd voor een disputatio  over rechtvaardiging en daar was toen nauwelijks invloed van uitgegaan. De 95 stellingen richtten zich vooral tegen de verkoop van aflaatdocumenten: “Wanneer de munt in de schaal klinkt, een ziel uit het vagevuur springt”.

De laat-Middeleeuwse kerk leed aan vele kwalen. De parochiegeestelijken moesten vaak een boerenbedrijf voeren om in hun onderhoud te voorzien. Zij leefden vaak in feitelijk concubinaat met hun huishoudsters. Zij betaalden jaarlijks de boete die op concubinaat stond en Erasmus schreef dat de kerk de celibaatswet in stand hield omdat ze rekende op de inkomsten van de boete. Hoogst uitzonderlijk had een pastoor hogere studies, zoals theologie gedaan en afgerond met een diploma.

De historicus  Pierre Chaunu noemde de periode van 1250 -1550 in 1975 ‘Les temps des Réformes’.

Andere voorlopers hervormers :

De vroegste zal wel Claudius geweest zijn aan het hof van Lodewijk De Vrome, zoon van Karel De Grote. Deze Spaanse priester-Bijbelgeleerde werd in 816 biscchop van Turijn en was een fervent tegenstander van de kruis en heiligenverering.

Simoni Fidati di cascia 1285 – 1348 en Gregorius van Rimini 1300-1358 zijn eerdere ordebroeders Augustijnen wiens gedachtegoed van invloed geweest zijn op Luther.

Geert Grote, Deventer 1340 en oprichter van de beweging van de Moderne Devotie, waarbij groepen leken in gemeenschappen samen gingen leven. Jan Hus (1369 -1415) Tsjechisch hoogleraar zette zich af tegen de kerkstructuur en belandde op 6 juli 1415 op de brandstapel.  Desiderius Erasmus (1466 – 1536) was net als Maarten Luther Augustijner geestelijke. Hij is een woordvoerder van het christelijk humanisme met de klemtoon op moreel vlak: het geloof is los komen te staan van het leven. In reactie daartegen legt hij de klemtoon op het gelovige innerlijk en het leven in liefde.Met Maarten Luther geraakte hij in een dispuut over de mate waarin de menselijke vrijheid een rol speelt in de rechtvaardiging van het geloof.

Het Vijfde Latheraanse concillie van 1512 tot 1517 werd een maat voor niets en hield zich bezig met verordeingen over de maat van de kappen van de nonnen in plaats van met het herstructureren van de Kerk. Deze mislukking heeft allicht mede aanleiding geven tot de formulering van de befaamde 95 stellingen.

Het concillie van Trente (1545 – 1563) verhielp aan de parochieorganisatie en aan het gebrek aan vorming van de geestelijkheid. Aan het centralisme van Rome werd niets veranderd.

In onze gewesten vielen in 1523 de eerste twee martelaren van de reformatie: twee Augustijnermonniken uit het Augustijnenklooster van Antwerpen, waarvan nu de Sint-Andrieskerk ons rest. Zij kwamen in Brussel op de brandatapel terecht nadat de KULeuven in 1519 Luther tot ketter had gebrandmerkt. Vanaf 1550 werd Antwerpen sterk getekend door het gedachtegoed van Johannes Calvijn. Heel wat handel ging met de Duitse hanzesteden. Tussen 1577 en 1585 was hier de Calvinistische republiek. In 1581 werd de katholieke eredienst verboden en verkregen de Lutheranen drie kerken. Na de val van Antwerpen in 1585 vertrok de helft van de Antwerpse bevolking naar de Noordelijke Nederlanden en werkte daar mee aan de ‘Gouden 17de eeuw’.

In Antwerpen begon toen de contra-reformatie met de vele Mariabeelden en de de invloed van de gezellen van Jezus, de orde sJ.

Actualisering

Toen we begonnen met de voorbereiding van dit leerhuis was net de spectaculaire herdenking van de honderdste verjaardag van de slag om Passendale. Bij de herdenking werden de geallieerden herdacht en was er geen verwijzing naar de doden die aan de Duitse zijde vielen. Koning Philip had kunnen citeren uit dagboeken van zijn grootvader. Ook wij leven in een tijd die vele kanten heeft.

Paul Eylenbosch 26 oktober ’17

2. Rode draad in de visie van Luther

Het verhaal gaat dat Luther in het klooster is getreden omdat hij tijdens een zwaar onweer een gelofte had gedaan. Hij stond doodsangsten uit en bad tot de heilige Anna: “Heilige Anna, als gij mij redt, zal ik monnik worden”. Dit verhaal is waarschijnlijk een legende, maar het zegt wel iets over het Godsbeeld van Luther. Hij was bang voor een straffende God, en zijn leven lang heeft hij gezocht hoe hij genade kon vinden in Gods ogen. Hij voelde zich schuldig en onwaardig voor God. Daarom is hij in het klooster gegaan. Hij zou zich toeleggen op discipline en de kloosterregel zeer strikt volgen. Maar hoe kon hij weten of hij wel genoeg zijn best deed? Of hij wel nederig genoeg was? Of hij wel oprecht berouw had als hij te biechten ging en of zijn zonden wel vergeven werden? Kortom, hij bleef gekweld door gewetensangsten. Kan ik Gods genade wel verdienen, als ik uit angst voor Gods straf te biechten ga en mij niet kan toevertrouwen aan zijn liefde?

Door zijn studie van de brief van Paulus aan de Romeinen is Luther tot het belangrijke inzicht gekomen dat een mens Gods genade niet kan ‘verdienen’. In die brief las hij immers dat een mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de Wet te volbrengen, maar door het geloof. “De rechtvaardige zal leven door het geloof”. Voor Luther werd dat: ‘niet door de werken, niet door eigen inspanningen, niet door boete te doen, maar alleen door het geloof’. Sola fide. Je kunt zelf niets doen om jezelf te redden. Je kunt je alleen openstellen voor God, in geloof en vertrouwen.

Dat inzicht van Luther botste met de gangbare praktijk in de Roomse kerk. Om vergiffenis van zonden te krijgen, zo leerde de kerk, moest je oprecht berouw hebben, te biechten gaan en de absolutie ontvangen van de priester. En kwijtschelding van straffen kon je verkrijgen door goede werken te doen, en ook door aflaten te verdienen. Die aflaten kon je afkopen door een som geld te betalen voor de bouw van de nieuwe Sint-Pietersbasiliek in Rome. Daardoor was er een bijzonder onfrisse handel in aflaten ontstaan die veel geld opbracht en waar ook de plaatselijke wereldlijke vorsten hun graantje van meepikten. Zo zette bijvoorbeeld de amper vijftienjarige keizer Karel in 1515 een handel in ‘dijkaflaten’ op, waarvan de opbrengst voor één derde naar de bouw van de Sint-Pietersbasiliek ging en twee derden in de zakken van de vorst verdwenen, zogezegd om de dijken te verbeteren. Het is tegen die praktijken dat Luther zich verzette in zijn fameuze 95 stellingen.
– Stelling 36: “Ieder christen die oprecht berouw heeft, heeft een volkomen vergeving van straf en schuld, ook zonder aflaatbrieven.”
– Stelling 50: “Men moet de christenen leren, dat als de paus zou weten van de afpersingen van de aflaatpredikers, hij liever zou willen dat de Sint-Pieterskerk tot as zou verbranden dan dat die gebouwd moest worden van de huid, het vlees en het gebeente van zijn schapen.”

Luther kwam tot de conclusie dat je Gods genade niet kon ‘verdienen’ of ‘betalen’, maar alleen in geloof kon ontvangen (Sola fide). En dat je daarvoor geen bemiddeling nodig hebt van de clerus of van de sacramenten. Genade is een gave van God die ons rechtstreeks bereikt: Sola gratia.

Luther is tot die inzichten gekomen door de Schrift te bestuderen. De hernieuwde belangstelling voor de Bijbel en voor de oorspronkelijke talen waarin die geschreven was, werd aangewakkerd door het humanisme, bijvoorbeeld door Erasmus die in 1516 zijn Novum Instrumentum publiceerde, een nieuwe Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament gebaseerd op de Griekse handschriften. Luther heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt. Hij was van oordeel dat iedere gelovige de Schrift moest kunnen lezen. Alleen de Bijbel is het Woord van God, niet wat de paus zegt, niet het kerkelijk leergezag, niet de traditie. Alleen de Schrift, Sola Scriptura. Luther maande de christenen aan om niet alles te geloven wat de paus of de priesters verkondigden. Zij moesten leren lezen en de Bijbel zelf trachten te verstaan. Luther heeft zich heel hard ingespannen om dat mogelijk te maken.

Actualisering
Zijn mensen vandaag nog op zoek naar een genadige God, zoals Luther? Zijn de vragen die Luther zich stelde nog relevant? In De Standaard van 25 september stond een verslag van een onderzoek naar de grote levensvragen van de hedendaagse Vlaming. ‘Bovenal bemin uw lijf’, stond er als titel boven het artikel. Gezondheid blijkt vandaag de dag de grootste zingever (89%), meer nog dan liefde (83%) en véél meer dan God en geloof (slechts 17%).

Welke ‘hervorming’ zouden wij vandaag in Europa nodig hebben?

Misschien kunnen we ‘niet door eigen inspanningen gered worden, maar door het geloof’ vandaag toepassen op de illusie van ‘de maakbare mens’ in onze cultuur: op alles controle willen hebben, de meritocratie… Kunnen we ons nog in vertrouwen overgeven?

3. Luther en de Bijbel

Luther was een vurige voorstander van bijbellezing in de volkstaal. De Bijbel moest ook voor gewone mensen toegankelijk zijn. Hij beschouwde de Schrift immers als de enige noodzakelijke en voldoende bron voor de theologie en het leven. De Schrift was in zichzelf duidelijk genoeg en kon zichzelf uitleggen.

Na zijn veroordeling op de Rijksdag van Worms in 1521 moest Luther onderduiken. Hij was immers door keizer Karel in de rijksban gedaan en volgevrij verklaard. Maar hij genoot de bescherming van keurvorst Frederik van Saksen, die hem in veiligheid bracht op de Wartburg in Eisenach. Tijdens zijn gedwongen verblijf aldaar vertaalde hij het Nieuwe Testament in begrijpelijk Duits. Hij baseerde zich op de Griekse tekstuitgave van Erasmus. Hij wilde een vertaling die zo trouw mogelijk was aan de grondtekst, maar die ook voor iedereen leesbaar zou zijn. Daarom koos hij voor zijn vertaling woorden die huismoeders, straatkinderen en mensen op de markt spraken.

In september 1522 rolde de vertaling van de persen van de Wittenbergse drukker-uitgever Melchior Lotter de Jonge. Deze vertaling werd het ‘Septembertestament’ genoemd. Ze verscheen in een oplage van drieduizend exemplaren. Het werk kende onmiddellijk een groot succes. Al na drie maanden was het tijd voor een tweede druk, het zogenoemde ‘Decembertestament’, waarin een aantal verbeteringen waren aangebracht. Dankzij de nieuwe technologie van de boekdrukkunst kende de Lutherbijbel onmiddellijk een grote verspreiding.

De vertaling van het Oude Testament heeft meer tijd in beslag genomen. Terwijl het Nieuwe Testament in ongeveer twaalf weken vertaald was, zou het Luther twaalf jaar (met tussenpozen) kosten voordat de vertaling van het Oude Testament helemaal af was. Hij ging nu ook anders te werk. Het Nieuwe Testament vertaalde hij op z’n eentje, maar de vertaling van het Oude Testament was groepswerk. Luther verzamelde medewerkers rond zich (onder wie Philipp Melanchton), en stelde ook een ‘revisiecommissie’ samen, die hij niet zonder humor ‘het Sanhedrin’ noemde. Hij schreef: “Vertalers moeten nooit op zichzelf werken. Wanneer iemand alleen is, vallen hem niet altijd de goede en geëigende woorden in.”

De eerste volledige Lutherbijbel verscheen in 1534. Het was een indrukwekkend werk en een van de mooiste bijbeluitgaven die in de zestiende eeuw verschenen. Het was geïllustreerd met meer dan honderd afbeeldingen, gemaakt door Lucas Cranach, vriend en portretschilder van Luther. Typografisch was het werk mooi verzorgd, met een aantrekkelijke lay-out en met gebruik van verschillende lettertypes. Opnieuw zien we dat Luther kon profiteren van de nieuwe technologie: de drukpers met verwisselbare letters en de typografische mogelijkheden van dit nieuwe medium.

De Lutherbijbel werd telkens opnieuw gedrukt, in verschillende edities en door verschillende drukkers in en buiten Wittenberg. Men neemt aan dat er tijdens Luthers leven (hij stierf in 1546) ongeveer een half miljoen exemplaren van zijn Bijbel en van afzonderlijke bijbelboeken verspreid werden. Het is dus een feit dat Luther ervoor gezorgd heeft dat de Bijbel in de volkstaal ruim verspreid werd onder het volk. Door die verspreiding heeft hij bovendien de basis gelegd voor de Duitse eenheidstaal. En zijn vertaling heeft ook invloed gehad op bijbelvertalingen in andere talen. Zo werd bijvoorbeeld een van de vroegste Nederlandse bijbelvertalingen in de 16de eeuw, die van Jacob van Liesvelt uit 1526 (hier in Antwerpen gedrukt; in 1545 ter dood veroordeeld en onthoofd), gemaakt op basis van de Duitse Lutherbijbel voor zover die toen al voltooid was.

Toch wil ik een paar kritische kanttekeningen maken.

1° Luther zei wel dat de Bijbel ‘in zichzelf duidelijk genoeg is en zichzelf uitlegt’. Toch heeft hij zijn bijbeluitgaven voorzien van commentaar: voorwoorden, inleidingen op de bijbelboeken, en verklarende nota’s bij de tekst. Hij heeft dus zelf ook een beetje gedaan wat hij aan de kerk verweet: de lezers bij het handje nemen en bepalen hoe ze de Bijbel moesten interpreteren.

2° Luther wilde teruggaan naar de grondtekst en – voor het Oude Testament – naar de ‘veritas hebraica’. Maar hij legde het Oude Testament zeer christologisch uit (het Oude Testament als aankondiging en voorafbeelding van Christus) en had geen hoge pet op van het jodendom, hij was eerder antisemitisch. (1543: ‘Over de joden en hun leugens’; hij was teleurgesteld dat de joden zich niet bekeerden en somt een aantal strafmaatregelen op die tegen joden genomen moesten worden, o.m. hun synagogen in brand steken…)

3° Luther beweerde graag dat ‘vóór hem niemand de Bijbel las, dat de Bijbel onbekend was bij de mensen en zelfs actief van hen werd weggehouden’, maar dat klopt niet. Ook vóór Luther waren er al bijbels in de volkstaal en bestonden er al Duitse bijbelvertalingen, die hij trouwens gebruikt heeft voor zijn nieuwe vertaling. Die uitspraken van Luther waren ingegeven door zijn polemiek met Rome en waren propaganda voor zijn eigen bijbeluitgave. Luther was ook een commercieel ingestelde ondernemer! Het succes van de Lutherbijbel was voor een groot deel te danken aan het handig aanwenden van de nieuwe technologie van de drukpers.

Actualisering
Hoe zit het vandaag met het belang van en de belangstelling voor de Bijbel? Ondanks de vernieuwingen van het tweede Vaticaans Concilie blijft het daarmee toch eerder pover gesteld in de rooms-katholieke kerk. De protestantse bijbelgenootschappen daarentegen blijven volop inzetten op bijbelvertaling en bijbelverspreiding wereldwijd. De handelsgeest is daarbij nooit ver weg, zie bijvoorbeeld de vele ‘hippe’ edities van de Nieuwe Bijbelvertaling (vrouwenbijbel, mannenbijbel, groene bijbel, tienerbijbel, babybijbel, Rembrandtbijbel, …) waarmee men telkens weer nieuwe kopers hoopt aan te spreken…

4.  Maarten Luther: Luther als merk

Op de witten berg

“ Een ellendig, arm, smerig dorp, dat vergeleken met Praag nauwelijks drie stuivers waard is. – Ja, het is het niet waard om een stad in Duitsland genoemd te worden. Het heeft een ongezond, onaangenaam klimaat, heeft geen wijngaarden,boomgaarden of vruchtbomen (…) smerige huizen, vuile straten,alle wegen, stegen en straten liggen vol kots. Er woont een barbaars volk dat geen andere handel drijft dan in bier en een stel kooplui dat geen drie stuivers waard is.” De beschrijving is van Johannes Cochlaeus, een verbeten criticus uit de bgintijd van Luther.

In 1513 was er slechts één drukkerij, de universiteitspers van Rhau-Grunenberg die in 1508 een eerste werk van toenmalig hoogleraar Maarten Luder had uitgebracht: een inleiding tot het mystieke werk van JohannesTauler ‘Theologia Deutsch.. In 1513 werden daarop slechts 10 werken gedrukt, alle in het latijn, bestemd voor studenten en docenten. Tegen het einde van 1522, vijf jaar na de publicatie van ‘Ein Sermon von Ablass und Gnade’ had Luther 160 verschillende publicaties op zijn naam staan. Er waren toen 828 edities van zijn Duitstalige werken verschenen. In 1543 telde Wittenberg zes zeer actieve drukkerijen, die dat jaar verantwoordelijk waren voor circo 83 uitgaven. Daarvan was de helft in het Duits. De meeste exemplaren zullen bestemd geweest zijn voor de export. Voor de meeste van deze uitgaven tekende Maarten Luther.. Hij verdeelde zijn uit te geven publicaties gelijkmatig over de verschillende drukkerijen, zodat de welvaart gespreid werd. Het gaat om miljoenen exemplaren.

De boekdrukkunst was een jonge tak van de opkomende industrie. De Kerk was een goede klant met de aflatenbrieven die slechts uit één pagina bestonden en waarvan grote oplagen werden besteld. Ze waren eenvoudig van vorm.  Ze werden ter hand gesteld door de pastoors- aflatenhandelaars onder toezicht van Johann Tetzel, dominicaan en aflatencommissaris van de aartsbisschop Albrecht van Brandenburg. Aan deze man zond Maarten Luther zijn stellingen. Toen de hetze losbrak  bracht Luther een werk uit in  het Duits waarin hij de these van de stellingen beschreef in twintig paragrafen. Het werkje van acht bladzijden, In drukkerstermen waren dat twee bladen met vier kwarto’s. ‘Ein Sermon van Ablass und Gnade’ werd graag gelezen…Drie edities in Wittenberg bij Rhau-Grunenberg en vier edities in Leipzig en vier in Bazel. De literator Luther was geboren. Zijn eigen vinding was het om zich tot een breder dan academisch publiek te wenden en in het Duits te schrijven. Zijn bekendheid en dat hij tot een nationale figuur uitgroeide had hij aan de boekdrukkunst te danken.

Een belangrijke figuur bij het ontstaan en de ontwikkeling van het ‘Merk Luther’ was Lucas Cranach, schilder portrettist en grafische vormgever van de uit te geven werken van Maarten Luther.  Zijn vinding was de vormgeving van een omslagpagina die bestond uit één enkele houtsnede met versieringen en illustratieve elementen gegroepeerd rond een blanco middenveld, waarin de titel van het boek kon worden geplaatst.

Actualisering

Tijdens dit herdenkingsjaar zijn heel wat boeken verschenen en ook een Nederlandse vertaling van de volledige verzameling teksten die Maarten Luther geschreven heeft. De verzameling werd over twee delen verdeeld, samen goed voor 1360 bladzijden. Herman Selderhuis is de samensteller> Hij schreef ook een biografie:”Een mens zoekt God”

ER is ook een Luther bier : Reformationsbier van Brauhaus Wittenberg. Luther zelf dronk het liefst Einbecker, het Heineken van de veertiende eeuw sinds 1378. Ook zijn vrouw brouwde bier met veel hop, graan en wat kruiden.  Luther loofde dat bier omdat hij er wel zeven uur kon van slapen.

Wat de uitvinding van de boekdrukkunst betekent heeft voor de verspreiding van de gedachten van Maarten Luther  heeft geen vergelijk, meen ik.  De opkomst van de sociale media vandaag springt in het oog voor de actualisering van de grote oproepkracht. Voor de tijd van de boekdrukkunst was schrijven en overschrijven de enige weg ter verspreiding naast de mondelinge overlevering.

Paul Eylenbosch

26 oktober 2017