Parabels

Parabels gebruikt bij de viering van 2 september.

1. Als de Goeroe.

Als de goeroe ’s avonds ging zitten om te bidden, liep de kat soms wel eens in de weg en leidde de biddende goeroe af.  Daarom gebood hij de kat tijdens de avonddienst vast te binden.

Lang nadat de goeroe gestorven was, bleef men de kat voor de avonddienst vastbinden.  En nadat ook de kat gestorven was, bracht men een andere kat naar de tempel en overeenkomstig de gewoonte werd het dier voor de avonddienst vastgelegd.

Eeuwen later schreven de volgelingen van de goeroe geleerde traktaten over de essentiële rol en betekenis van de vastgebonden kat tijdens de goed geleide gebedsdiensten.

Anthony de Mello

2. Rouwreceptie

Eergisteren ben ik naar een zogenaamde rouwreceptie geweest.  Ja, dat is een beetje chiquer dan een koffie.  Een rouwreceptie.  Naar aanleiding van het overlijden van een kat.  Tja..  dat had ik nog nooit meegemaakt.  Ik wist niet eens dat het bestond. Maar enfin, de kat was hun vele jaren zeer dierbaar geweest. Dus waarom niet, eigenlijk.

En gisteren moet ik in de stad naar de begrafenis van een oude vrouw die ik gekend heb in de buurt, maar die laatste jaren wat vereenzaamd was.  Buiten een handvol familie zat er in de kerk geen kat.

3. Lucas 11, 5-13

Daarop zei Hij tegen hen: Stel dat je midden in de nacht naar een van je vrienden gaat om te vragen: “vriend, leen me drie broden, want een vriend van me is na een lange reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.” Zou de ander daarbinnen antwoorden:” Val me niet lastig.  De deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed.  Ik kan niet opstaan om ze je te geven”? Welnee, hij staat op en geeft je wat je nodig hebt; is het niet omdat je zijn vriend bent, dan toch vanwege je vrijpostigheid;  Ik zeg jullie: vraag en jullie zal gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt, krijgt: wie zoekt, vindt: en voor wie klopt, zal worden opengedaan.  Welke vader onder jullie zal zijn kind, als het om een vis vraagt, in de plaats daarvan een slang geven ?  Of en schorpioen, als het om een ei vraagt?  Als jullie dus, slecht als je bent, het goede weten te geven aan je kinderen, hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader de heilige Geest geven aan degenen die Hem erom vragen.

4. Lucas 12, 16-21:

Hij vertelde hun een gelijkenis:  er was eens een rijke, wiens land veel had opgebracht;  Hij dacht bij zichzelf: ”Wat moet ik doen?  Ik heb geen ruimte om mijn oogst op te slaan.” “Dit ga ik doen,”  dacht hij. ”ik breek mijn schuren af en ga grotere bouwen: dan kan ik dar al het graan en mijn andere goederen opslaan, en tegen mezelf zeggen: Je hebt daar nu heel wat liggen, jongen, je kunt jaren voorruit.  Rust nu maar eens uit, eet, drink en neem het ervan.” Maar God zei tegen hem:” Jij dwaas, nog deze nacht wordt je leven opgeëist, en voor wie zijn dan al die voorraden die je hebt aangelegd?” Zo vergaat het iemand die rijke schatten verzamelt voor zichzelf en niet voor God.

5. Lucas 12, 22-34:

Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten om in leven te blijven, of over de kleding voor je lichaam.  Want het leven is meer dan het eten, en het lichaam meer dan de kleding.  Kijk eens naar de kraaien: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer of schuur: God geeft ze te eten.  En hoe groot is niet het verschil tussen jullie en deze vogels.  Wie van jullie kan met al zijn zorgen zijn leven ook maar een el verlengen?  Als jullie tot zoiets kleins niet in staat zijn, waarom maak je je dan zorgen over de rest?  Kijk eens  hoe de bloemen groeien: ze werken niet en spinnen niet; toch, zeg Ik jullie, was zelfs Salomo met al zijn pracht en praal niet zo mooi gekleed als een van deze bloemen.  Als God dit veldgewas, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer zal Hij jullie kleden, jullie met je klein geloof.  Houd toch eens op te zoeken naar wat je zult eten en wat je zult drinken.  Maak je niet langer ongerust.  Want naar zulke dingen zijn alle volken van de wereld op zoek, maar jullie Vader weet dat je dat nodig hebt.  Nee, zoek zijn koninkrijk, dan krijg je die dingen erbij.  Wees niet bang, kleine kudde, want het heeft jullie Vader behaagd je het koninkrijk te schenken.  Verkoop je bezit en geef aalmoezen.  Zorg voor beurzen die niet verslijten, een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief bij kan komen en die geen mot  kan aantasten.  Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

6.  Spiegel

Op een dag kwam een rijke man bij de rabbi.  Hij was rijk, maar een vrek.

De rabbi nam hem bij de hand en bracht hem naar het venster;

Kijk eens naar buiten, zei hij.

En de rijkaard keek naar de straat.

Wat zie je, vroeg de rabbi.

Mensen, antwoordde de man.

Weer nam de rabbi zijn hand en bracht hem nu naar de spiegel;

Wat zie je nu?

Nu zie ik mij zelf.

Toen zei de rabbi: Kijk, het venster is van glas en de spiegel is van glas.

Maar het glas van de spiegel is bedekt met een laagje zilver.  Van op het ogenblik dat er zilver wordt toegevoegd aan het glas zie je geen andere mensen meer, maar alleen jezelf.

7. de ijsblokken  :

Er waren eens twee ijsblokken.  Zij hadden een koele relatie.

De ene dacht: waarom komt die andere niet dichter?  Als de andere ontdooit, dan ontdooi ik ook.

Maar aangezien een ijsblok niet uit zichzelf ontdooit, ontdooide geen van beide.

Op een middag, toen de zon eindelijk straalde, ontdekte het ene ijsblok dat het een beetje smelten kon en dat het vervloeide tot water.  Ook het andere deed die wonderlijke  ontdekking.

Langs beken en rivieren vloeiden ze naar elkaar. Ze werden één water. En de kinderen lieten er kleine bootjes op varen.  De kinderen lachten.  En die vreugde scheen als een zon in het water.