2017.06.10 Leerhuis over Spinoza

 

1. Inleiding


Vanwaar komt het idee om een leerhuis over Spinoza te houden???

Het komt allemaal door 1 boek: Spinoza’s achtbaan door Erik Bindervoet en geïllustreerd door Saskia Pfaeltzer. Het boek staat vol schitterende pastels en houtskooltekeningen, op elk bladzij minstens één. En dat zal wel de reden zijn waarom ik het boek meenam uit de bib.

En zo begon ik over Spinoza te lezen in een strip-achtige stijl, met typisch  Amsterdamse humor. Allesbehalve een serieus filosofieboek, ook helemaal niet in de stijl waarin Spinoza schreef.
Maar ik kreeg wel een grenzeloze bewondering voor hem.
Spinoza heeft heel wat rottigheid gekend in zijn leven omdat hij een echte vrijdenker was die helemaal anders naar het leven keek dan maatschappelijk aanvaard werd en toch heeft hij een prachtige zachte en minzame filosofie uitgebouwd.
En dan was er ook een uitspraak die me geweldige triggerde: toeval bestaat niet, enkel tekort aan begrip.
Maar over dat alles straks meer.

Eerst vertellen we over het leven van Spinoza.
Daarna enkele gedachten van zijn filosofie die ons fascineren. Het is onmogelijk op een halfuurtje zijn hele filosofie uit te leggen. Hij heeft echt het hele bestaan doordacht en een soort reusachtig filosofisch bouwwerk gecreëerd.
Wij gaan als het ware enkele luikjes openen om er een blik op te werpen.

Om het allemaal wat verteerbaar te houden, hebben we Edwig bereid gevonden zich uit te leven op de Vleugelpiano.

 

2. Het leven van Spinoza


We weten niet zoveel over zijn leven want na zijn dood hebben zijn vrienden alles wat persoonlijk was verwijderd uit geschriften en brieven. Er zijn feiten maar ook veel speculatie.

Maar een feit is dat de familie d’Espinoza, samen met andere Portugese joden, op het einde van de 16e eeuw voor de Inquisitie gevlucht, eerst naar Nantes, dan naar Nederland. Deze joden die zich in Spanje onder druk tot het katholicisme hadden bekeerd, ‘Marranen’ genoemd, kregen in Amsterdam de toelating het geloof van hun voorvaderen weer openlijk te vieren en te belijden. mits ze dat onopvallend deden. Ze mochten echter maar één vak uitoefenen: dat van handelaar.


De Nederlanders hadden zich toen net vrijgevochten van de Spaanse en  katholieke overheersing. En vooral in Amsterdam heerste een geest van vrijheid:  hier kon men zichzelf zijn. 
Zo werd Amsterdam een toevluchtsoord voor veel protestantse en /of rijke Antwerpenaren die hun stad ontvluchtten toen Antwerpen door de Spanjaarden heroverd werd en terug katholiek werd. Dat was in 1585, dus zo’n halve eeuw voordat Spinoza geboren werd.
De joden gaven Amsterdam zijn bijnaam MOKUM, Hebreeuws voor DE PLAATS, een soort alternatief Jeruzalem. Daar waren ze welkom!

Baruch d’Espinoza werd in 1632 geboren in Amsterdam in een handelaarsfamilie. Als kind werd hij opgevoed in de rabijnenschool van de joods-portugese gemeenschap in Amsterdam waar hij hebreeuws leerde en de werken van joodse en Arabische theologen bestudeerde. Spinoza’s vader hoopte dat zijn zoon rabbijn zou worden en verschafte hem dan ook alle onderwijsmogelijkheden die hij verenigbaar achtte met het orthodoxe geloof.

Spinoza stopte met naar school gaan toen hij samen met zijn broer, na het overlijden van zijn vader in ‘54, de familiezaak, een handel in oosterse specerijen, moest overnemen. De firma geraakte echter in de problemen omwille van de gevolgen van de zeeoorlog tussen de Verenigde Provincie?n en Engeland. De schuldeisers lieten hen niet met rust.
In 1656 –Spinoza was 24 - werd in de synagoge een zware banvloek over Spinoza uitgesproken, waardoor hem alle contact met geloofsgenoten – en ook met zijn familie – werd ontzegd. Die banvloek zou te maken hebben met zijn onorthodoxe filosofische inzichten of zijn onjoodse levenswandel. Maar wellicht speelde het feit mee dat Spinoza zich in een rechtsgeding rond erfenisschulden niet wilde onderwerpen aan de interne joodse rechtspraak, en de zaak aanhangig bij de Amsterdamse, wereldse magistraat, wat onvergeeflijk bleek. De ban betekende onverbiddelijk het einde van zijn koopmanschap.
Na de breuk met zijn geloofsgemeenschap latiniseerde Spinoza zijn naam tot Benedictus de Spinoza.
Eerst bleef hij in Amsterdam wonen en ging verder om met notoire vrijdenkers.
Zo studeerde hij bij de Latijnse school in Amsterdam van de voormalige jezuïet Franciscus van den Enden, uit Antwerpen die Spinoza's filosofische en politieke leermeester was.
Van den Enden, republikeins filosoof en “libertijn”,  was hoofd van een centrum voor vrij onderzoek, waar Spinoza werd ingeleid werd in de scholastieke filosofie en de moderne wetenschap.
In tijden van godsdienstoorlogen, kwamen hier mensen bijeen die kritisch naar de bijbel begonnen te kijken. Die zich afvroegen of Mozes wel echt de eerste 5 bijbelboeken zelf zou geschreven hebben, en of er al mensen bestonden voor Adam, enz.

Op zijn 29ste verhuist Spinoza naar Rijnsburg in de buurt van Leiden. Het huisje bestaat nog en is een Spinozamuseum geworden.

Spinoza heeft ondertussen geleerd om lenzen te slijpen en verdient daarmee een beetje zijn kost. Dat lenzen-slijpen was toen een heel nieuw vak dat volop in ontwikkeling was en zorgde voor heel wat wetenschappelijke ontdekkingen want nu kon men verder kijken dan het menselijk oog.  Met de telescoop kreeg men een totaal nieuw zicht op het heelal, met de microscoop op de bouwstenen van bijv. ons eigen lichaam.

Spinoza publiceert zijn Theologisch-Politiek Tractaat, een werk dat veel ophef maakte. Hij betoogt er achtereenvolgens dat de Bijbel contradicties bevat en derhalve twijfelachtig is. De religieuze autoriteiten veroordeelden het werk unaniem.
De Tractatus is een beredeneerd pleidooi voor volledige vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid.  Spinoza verdedigt er, op principiële gronden, dat de vrijheid van de filosofie noodzakelijk is voor het welzijn van burgers en staat, en dat democratie en verdraagzaamheid de beste staatsvorm is.
Hij sloot dit boek af met een prijzende beschouwing over de vrijheid die Amsterdam zijn burgers biedt. ‘Het doel van de staat is de vrijheid’ schrijft hij ergens.
Maar ondanks die lofrede, valt de Tractatus niet in goede aarde. Waarom?
In Nederland maakt het aanvankelijke vrijheidsgevoel plaats voor nieuwe normen, deze keer de calvinistische leer.
Spinoza ziet het met lede ogen gebeuren.
Nee, de goegemeente wil niets weten van zijn ideeën en hij wordt gewantrouwd, doch gedoogd.

9 jaar later op zijn 38ste, verhuist hij naar Den Haag.  Hij is dan al volop bezig aan de Ethica. Zijn beroemdste werk.
Het zal pas na zijn dood, in 1677, gepubliceerd worden. Het was te gevaarlijk het tijdens zijn leven te publiceren.

Spinoza is dus maar 44 jaar geworden. Volgens veel bronnen leed hij aan longTBC en het glasstof van het lenzen slijpen was natuurlijk zeer ongezond voor zijn toch al zwakke longen. Anderen vragen zich af of hij soms vergiftigd werd … Maar dat is allemaal speculatie.

MUZIEK

3. Over Spinoza’s filosofisch gedachtengoed

 

3.1 Opruiend – gevaarlijk – godslasterlijk denker?


Tja, voor die tijd wel. Voor onze tijd is het juist een interessante denker.
Hij geloofde niet in een persoonlijke God die de wereld bestuurt, ingrijpt, een plan heeft. Dus werd hij verdacht atheïst te zijn. Maar dat vindt hij zelf heel onterecht.
Spinoza zegt niet: God bestaat niet. Hij zegt: datgene wat allen altijd God hebben genoemd, kan niet begrepen worden op de wijze van de gewone religieuze of filosofische voorstelling; God moet worden begrepen op een niet-antropomorfistische manier dwz. Hij is niet zoals de mens.  Men kan geen menselijke opvattingen of hartstochten aan God toeschrijven.
God kun je zien als datgene wat alle menselijke eigenschappen oneindig overstijgt,
en wat zelfs niet samenvalt met de totaliteit van alle dingen.
Vandaar dat Spinoza’s godsbegrip inderdaad een grote verwantschap vertoont, niet met het athei?sme, maar met bepaalde vormen van religiositeit waarin God staat voor de niet-persoonlijke grond van alles.


3.2 De Ethica: zijn levenswerk

Spinoza’s levenswerk de Ethica werd pas na zijn dood in 1677 uitgegeven. Hoewel ethiek het hoofdonderwerp is, begint het werk met een uitgebreide uiteenzetting van Spinoza’s metafysica- ta meta ta fysica: dat is de leer van wat zich achter de fysieke zaken bevindt. In navolging van Descartes ging Spinoza uit van het idee dat de wiskunde een voorbeeld voor de filosofie is. De ethica wordt uiteengezet volgens de ‘geometrische methode: dwz maakt gebruik van definities, axioma’s, stellingen, bewijzen en gevolgtrekkingen.
De Ethica bestaat uit vijf delen:
Deel 1: De leer over God
Deel 2: De leer over de mens: en de aard en oorsprong van de geest
Deel 3 : De ethiek gebaseerd op een leer over de oorsprong en aard der aandoeningen of emoties;
Deel 4: en op een leer over de menselijke knechtschap of de macht der aandoeningen
Deel 5 : Over de macht van het verstand of de menselijke vrijheid

Spinoza ging ervan uit dat er slechts één substantie bestaat, door hem begrepen als datgene wat op zichzelf bestaat en uit zichzelf moet worden begrepen. Die substantie is haar eigen oorzaak en wordt gelijkgesteld aan de hele natuur, ofwel God.
De attributen van deze substantie zijn oneindig in aantal en vormen tezamen haar wezen; de mens echter kent er slechts twee attributen, namelijk denken en uitgebreidheid. De afzonderlijke dingen/ ook de mensen zijn modi (wijzigingen, veranderingen) van deze substantie.
(((Om verwarring met 'natuur' in het dagelijks taalgebruik te vermijden, onderscheidde Spinoza natura naturans - de scheppende natuur - en natura naturata - de geschapen natuur.)))

Voor zijn tijdgenoten was het vanzelfsprekend dat iemand die niet gelooft in een persoonlijke God ook alle moraal overboord gooit en een compleet libertijnse levenswijze erop na houdt: “hij kent God noch gebod”., zei men dan.
Maar volgens veel getuigenissen leefde hij op een voorbeeldige manier een soort monnikenleven, totaal gewijd aan de filosofie en de wetenschap.
Spinoza was geen rebel maar een minzaam mens met een minzame filosofie.

Streepje muziek

4. gefascineerd door Spinoza


Spinoza’s denken is te uitgebreid om op een halfuur te bespreken. We besloten daarom tot een andere piste: wat fascineert ons bij Spinoza en waarover willen wij graag iets vertellen.

Zo heeft Spinoza veel nagedacht over de hartstochten en passies van mensen. Geen wonder, hij heeft gezien hoeveel narigheid het brengt als mensen hun passies en driften volgen. Al die godsdienstoorlogen, vervloeken van mensen, …. en hoe vaak laten we ons in ons eigen leven meesleuren door emoties?

Spinoza vindt dat we beter goed nadenken over alles wat ons overkomt, over onze gevoelens, passies, situaties, … Hoe beter je begrijpt waar die vandaan komen en hoe ze werken, des te meer krijg je grip op de dingen en kun je je leven beter aanpakken.

4.1  Affecten

In Boek 3 van de Ethica concentreert Spinoza zich op de vraag hoe de mens emoties, die zijn leven vroeg of laat tot een soort waanzin maken, kan overwinnen. Zijn filosofie krijgt dan een therapeutische allure. Door ‘ongenadig’ zichzelf en de eigen emotionaliteit te analyseren in het licht van zijn nieuwe psychologische inzichten, ontwikkelt Spinoza een soort ‘lens’ – hij was niet voor niets lenzenslijper om in zijn dagelijks onderhoud te voorzien... – die inzicht in de eigen aard oplevert en tegelijk een weg biedt om met de emoties te leren omgaan.
Marianne zal nu enkele voorbeelden geven van stellingen van Spinoza en ik zal die dan in verstaanbare mensentaal proberen te verwoorden

Wat bedoelt Spinoza precies met affecties of aandoeningen ?

 

"Onder Aandoeningen, zegt Spinoza, versta Ik de inwerkingen op het lichaam waardoor zijn vermogen tot handelen wordt vermeerderd of verminderd, bevorderd of belemmerd.

Tevens versta ik daaronder de voorstellingen van die inwerkingen."


“Wanneer we dus zelf van één of andere aandoening de adequate oorzaak kunnen zijn, noem ik die aandoening een handeling, in het andere geval een lijding of een passie”.

(def 3 boek Ethica III)

Er zijn volgens Spinoza 2 soorten affecties of aandoeningen:
1° wanneer het vermogen van het lichaam wordt verhoogd of ondersteund, dan is deze voorstelling een handeling,
2° wanneer het vermogen van het lichaam verminderd of gereduceerd, is het een passie "
Als de aandoeningen of emoties veroorzaakt worden door uiterlijke omstandigheden, dan noemen we ze lijdingen (met lange ij) of passies - aangezien de mens zelf er niet ten volle de oorsprong van is;
Aandoeningen of emoties kunnen echter ook hun volle, adequate oorzaak hebben in de kracht van de mens zelf hebben en dan noemen we ze handelingen

In Stelling 3 formuleert Spinoza het als volgt :

“De handelingen van de Geest ontspringen uitsluitend uit adequate voorstellingen;

de lijdingen of passies hangen daarentegen uitsluitend van inadequate voorstellingen af”.


Hier zegt Spinoza dat onze geest handelt of actief is in zoverre hij adequate voorstellingen heeft. Wat betekent het begrip “adequaat” zoals Spinoza het gebruikt? D.w.z. onze geest handelt of actief is in zoverre een mens een duidelijke heldere voorstelling heeft die overeenkomt met het voorwerp van zijn emotie)
Omgekeerd lijdt of ondergaat onze geest passief in zoverre hij inadequate ideeën heeft.

In Stelling 6 schrijft Spinoza:

“Elk ding tracht, voor zover het van hem afhangt, in zijn bestaan te volharden”

Hiermee zegt Spinoza : Alles, dus ook de mens, streeft naar voortzetting van zijn bestaan. De geest - dat is de mens wat zijn denken betreft - streeft dus ook naar deze voortzetting, zowel voor zover het adequate –dit zijn “juiste” voorstellingen -als voor zover het inadequate – of onjuiste- voorstellingen heeft. Dankzij zijn geest kan een mens zich van dit “juiste of “onjuiste” streven bewust worden.

We hebben in een vorige definitie gezien dat

“elk lichaam beïnvloed wordt door andere lichamen,

d.w.z. dat elke lichaam in contact komt met andere lichamen.

Om welke soort verhouding tussen die verschillende lichamen gaat het hier?
In eigen woorden geformuleerd zouden we kunnen zeggen dat :
als 2 mensen elkaar vinden in een relatie die verbondenheid en groei met zich meebrengt, dan ervaren ze een gevoel van vreugde;
Omgekeerd kunnen we stellen dat als 2 mensen in een relatie staan die geen verbondenheid met zich meebrengt, die mensen een gevoel van droefheid ervaren.  

Spinoza formuleert het als volgt:

“ Onder Blijheid versta ik een “lijding” waardoor de Geest tot grotere volmaaktheid overgaat.
Onder droefheid daarentegen versta ik een lijding waardoor de Geest tot geringere volmaaktheid overgaat ”

(St.11 opm.)

De primaire aandoeningen volgens Spinoza zijn blijdschap en droefheid
Blijdschap is een overgang naar een grotere volmaaktheid en
Droefheid een overgang naar een kleinere volmaaktheid.
Alle overige aandoeningen kunnen uit deze twee tegengestelde passies worden afgeleid. Zo is liefde bijvoorbeeld blijdschap, veroorzaakt door een extern object;
en haat droefheid, veroorzaakt door een extern object.
Beide, blijdschap en droefheid, behoren echter tot de “passies” en zijn echter geen actieve handelingen van de geest. Een mens wordt aangedaan door zijn passies.

Streepje muziek

4.2 Wat zijn dan actieve handelingen van de geest ?

Enige uitleg over het “Intuïtief weten”


Het psychologisch inzicht in de emotionaliteit moet echter aangevuld worden met een meditatieve ‘plaatsing’ van de eigen emoties en met een eigen nadenken erover als deel van een groter geheel, de onpersoonlijke natuur. Centraal in Spinoza’s leer van de emotionaliteit van de mens staat het kennen. Voor Spinoza zijn emoties altijd gebaseerd op of nauw verbonden zijn met vormen van kennen. Spinoza acht de mens principieel bekwaam tot drie soorten van kennis.
1° De eerste soort omvat alle kennis gebaseerd op de voorstellingen in ons die onze lichamelijke veranderingen weerspiegelen: kennis gebaseerd op waarneming, herinnering, associatie, hallucinatie.
Het gaat hier om kennis gebaseerd op wat de zintuigen ons leren of zintuiglijke kennis. Deze kennis heeft een directe impact op onze emoties, met alle gevolgen vandien.
2° De tweede soort kennis vormt de basis van onze bekwaamheid tot het vormen van rationele begrippen, die uitdrukken wat dingen gemeenschappelijk hebben of de verhoudingen tussen dingen weergeven, bijvoorbeeld de wiskundige of geometrische begrippen. De rede beschouwt de dingen “vanuit het gezichtspunt van de eeuwigheid”, d.w.z. niet bepaald door de toevallige en onvolledige informatie geboden door de zintuiglijke kennis.
3° Tenslotte is er de kennis van de derde soort of het intui?tieve weten  Het gaat hier duidelijk om een superieure vorm van kennis waarin om het even welke werkelijkheid begrepen wordt als uitdrukking van God zelf. Elke mens is bekwaam tot deze intuïtieve kennis.
Deze intui?tieve kennis houdt in dat
- wij ons op de eigen concrete emoties moeten concentreren,
- dat wij die emoties in een soort meditatieve aandacht moeten houden
((tegen het licht van onze rationele inzichten over de aandoeningen))
- om ze te kunnen zien als uiteindelijke effecten van de God-Natuur.
Dit leidt volgens Spinoza tot een vreugdevol bewustzijn van onszelf en een intellectuele liefde van de Bron van alle leven, inclusief van onze emoties. Spinoza omschrijft deze meditatieve activiteit als verbonden met een besef van heerlijkheid.
Wanneer onze geest door deze intui?tieve kennis en activiteit wordt beheerst, lijkt hij te ontsnappen aan het bepaald-zijn door uiterlijke dingen. Het is alsof de geest zich door de intui?tie buiten de tijd, in de orde van het eeuwige, zuivere denken en de daarmee verbonden emoties ophoudt.
De intui?tieve kennis en de emoties van zelfliefde en intellectuele liefde tot God die daarmee verbonden zijn, bieden “de hoogst mogelijke zielerust” .
Zelfs al bereiken we deze intui?tief-emotionele toestand maar één keer in ons leven, dan weten we dat wij een moment zijn van de goddelijke denkactiviteit die in ons actief tot zelfbewustzijn komt. Dit eeuwige zelfbewustzijn van Gods Intellect in ons is ook onze eeuwigheid.


streepje muziek

4.3  toeval bestaat niet, enkel tekort aan begrip

Enkele Nederlandse vrienden van mij zeggen bij bijzondere samenloop van gebeurtenissen: toeval bestaat niet!
Jaren me afgevraagd wat ik daarover moest denken.
En dan kom ik die uitspraak ineens bij Spinoza tegen: “toeval bestaat niet, enkel tekort aan begrip” ! Of, anders vertaald: Wat wij toeval noemen, is het toevluchtsoord der onwetendheid

Wat denk ik dat Spinoza zegt?
Alles heeft een oorzaak, niets gebeurt zomaar. Alles is omdat het zo is. Alles gaat noodzakelijkerwijze zoals het gaat. Het kan niet anders gaan dan het gaat.
Voor alles is een oorzaak aan te wijzen.
MAAR onze rede, ons verstand weet niet alles, wij zien maar een klein deel van de totale werkelijkheid en zo hebben we de indruk dat iets wonderlijk is maar dat komt enkel omdat we niet in staat zijn alles / het grote geheel te zien.

ECHTER, voegt Spinoza eraan toe: er is geen doel, geen goddelijke hand of universum of wat ook dat ons stuurt. Een voorbeeld. Spinoza zegt niet dat vogels vleugels hebben om te kunnen vliegen. Wel: vogels hebben vleugels daardoor kunnen ze vliegen.

4.4 Doe goed en wees blij

Doe goed en wees blij. Dat is de levensles die Spinoza ons meegeeft.
Ik heb bewondering dat Spinoza, ondanks de banvloek en de verkettering, geen verbitterd man werd.

We zeiden al – op zijn hedendaags gezegd – dat Spinoza God ziet als grond van het bestaan. Het is een kracht die zich in al wat bestaat uitdrukt. En dus ook in en door ons. Telkens we dingen doen die blij maken, ontwikkel we die kracht in ons verder. En in onze directe omgeving.