2017.04.01 Op het kompas van de vreugde- Ignatiaanse spiritualiteit.

De toelichting werd gehouden door Myriam Van den Eynde

 

Vroeger bestond er zoiets als de lenteschoonmaak. In de volksmond: de grote kuis.

Na de winter werden ramen en deuren opengegooid, matrassen en kussens gelucht, tapijten geklopt, gordijnen gewassen, kasten uitgeruimd én tegen Pasen kreeg ook de kerk een beurt. De Geestelijke Oefeningen waarover ik jullie iets mag vertellen – zou je zo’n grote opruimactie kunnen noemen. Het is een methode , een traject dat ruimte wil maken voor diepte, meer bepaald voor de diepte van ons verlangen. Het traject wil ons toelaten ons leven en wat daarin speelt te ordenen om zo bij meer en duurzame vreugde te komen.

De materiële gedaante van de GO is dit: een boekje van de hand van Ignatius van Loyola. Een boekje vol aantekeningen. Ze betreffen zijn geestelijke pelgrimstocht en zijn ervaringen als begeleider van zoekende medemensen. Ignatius heeft de aantekeningen jarenlang verfijnd om ze uiteindelijk in 1548 uit te geven als de Geestelijke Oefeningen. Het doel van deze oefeningen omschrijft hij als ‘de zielen redden’. Versta: mensen bij hun diepste verlangen brengen. Voor Ignatius betekent dit: hen ontvankelijker maken voor God.

Om één en ander in perspectief te zetten  herhaal ik eerst kort 2 pijlers die de ignatiaanse spiritualiteit dragen. Met spiritualiteit bedoel ik dan de binnenkant van de religie voor zo ver die je concrete leven beïnvloedt en vorm geeft. Spiritualiteit dus als ‘een manier-van-doen.’

1) De Ignatiaanse spiritualiteit is doordrongen van de incarnatie-idee. Het woord is vlees geworden  en laat zich door mensen ervaren. Wie hier vorige week ook was, hoorde het toen ongetwijfeld ook al: God laat zich vinden in alles: in ons persoonlijk leven, in het wel en wee van de wereld. Hij laat zich niet indammen: er is geen taal, geen plaats of ogenblik waarin hij niet aanwezig zou kunnen zijn. Hij laat zich vinden door wie naar Hem uitkijkt. Niet de locatie, het moment of de stemming maar de aandacht is doorslaggevend. Daarom is het trainen van die aandacht zo nodig. Dat brengt me bij de tweede pijler

2) De Ignatiaanse ‘manier-van-doen’ is reflexief. Ze cultiveert het ‘terugkijken’, niet als nostalgische reflex maar als een manier om je hart steeds preciezer te kunnen afstemmen op het enige waar het op aan komt: God vinden en je laten herscheppen door zijn liefde. In zijn lange leven heeft Ignatius ervaren dat God zich vaker in de rug toont dan van aangezicht tot aangezicht. Het is m.a.w. dikwijls achteraf dat het belang en de betekenis van ervaringen oplichten. Wat Ignatius voorstelt is niets spectaculairs. Je hoeft je er niet voor terug te trekken achter kloostermuren of je hele leven om te gooien. Hijzelf ontdekte deze weg van ‘onderscheiding’ op zijn ziekbed tijdens zijn lange moeizame herstel. We hoorden erover in het fragment uit het verhaal van de pelgrim dat ons zonet gelezen werd. Dat maakt Ignatiaanse spiritualiteit erg ‘van de wereld’. Het volstaat nu en dan wat tijd te nemen om te her-inneren d.w.z. weer bij je binnen halen wat je meemaakte. Om Ignatiaans terug te blikken volstaat het niet de feiten weer voor ogen te hebben. Veel meer dan het je voor de geest te halen, laat je wat gebeurd is aan je hart komen. Je proeft weer wat het je deed. Wat het in je in beweging bracht. Wat heeft je ontgoocheld, bemoedigd, ontstemd, versterkt , verontrust in de voorbije dag  of week?  Heeft iets je blij gemaakt? En dan gaat het om iets anders dan vluchtig plezier of een goed gevoel dat er nu is en zo weer weg kan zijn. Het gaat om ervaringen met een zekere duurzaamheid, die  je doen zeggen: hierdoor kan ik er weer een tijdje tegen. Ervaringen die maken dat je er zin in heb, die raken aan de zin van je leven. Ignatiaans terugblikken wil je met vallen en opstaan leren smaken welke ervaringen, gewoonten, beslissingen, ontmoetingen je meer  en voller doen leven, je dichter brengen bij God. Als je daar gevoeliger voor wordt, kan je – zo je wil- ook kiezen, om precies die ervaringen, in je leven meer ruimte te geven. Om bij de poetsmetafoor te blijven: het wordt je duidelijk wat je weg te gooien hebt en wat bewaard moet blijven. Om plaats te maken voor waar het echt op aan komt. Dat onderscheidingsproces is heel persoonlijk. Het speelt zich af in de intimiteit tussen ‘de Schepper en zijn schepsel . Wat van je gevraagd wordt  is tegelijk heel eenvoudig en ontzettend moeilijk: durven kijken naar wat leeft in je hart en dat voor God brengen. Op elk moment. Wat het ook is.

Voor wie zich daar gedurende een periode echt wil op toeleggen, heeft Ignatius dus zijn Geestelijke Oefeningen geschreven.

Het gaat om echte oefeningen d.w.z. je leest ze niet. Je doet ze, altijd onder begeleiding. Het kan als een echte retraite van 5, 8, 10 of 30 dagen of in je dagelijks leven.

Ik heb de Oefeningen gedaan tussen sept.2003 en mei 2004.  Ik heb ze gedaan en tegelijk zijn ze me overkomen, geschonken, aan mij gebeurd.  De buitenkant ervan ‘valt kort samen te vatten. Negen maanden lang begon mijn dag met een uur gebed en terugblik bij een opgegeven evangelietekst of een zgn. Ignatiaanse meditatie. Elke week trok ik naar Antwerpen voor een gesprek met mijn begeleider. Wat er ‘in de binnenkamer’ gebeurde laat zich veel moeilijker verwoorden. Innerlijk proberen te proeven wat een vers of woord in me teweeg bracht, het leverde een erg bewogen reis op. Vertwijfeling, verzet, verveling en verstrooidheid, rauwe wanhoop soms, werden afgewisseld met momenten van immense vreugde en flarden onverwacht vertrouwen. Tastend durven zien wat is (of niet is), aanwezig blijven bij wat zich aandient en dan merken dat Iemand je daarin tegemoet komt, ik heb het ervaren als pure genade. ‘Eeuwige die mij aankijkt. Levende die mij ziet’, talloze keren al had ik deze woorden gezongen. Tijdens de Oefeningen heb ik in de concreetheid van mijn leven mogen proeven hoe waar ze zijn. Zonder overdrijven durf ik zeggen dat die 9 maanden mijn leven hebben veranderd.

Ik heb de kans gekregen me ook als begeleider van de Oefeningen te mogen vormen en in die hoedanigheid met mensen op weg te mogen. Ik ervaar dat als een groot geschenk. Je rol als begeleider bestaat er in mee de omstandigheden te creëren waarbinnen de omgang tussen Schepper en schepsel zo veel als mogelijk ruimte krijgt. Concreet zou ik het willen samenvatten in volgende punten

 

 

1) Ik heb de retraitant aan te moedigen te durven vertrouwen op wat  klinkt en woelt en beweegt voorbij de woorden, om de weg te gaan van  e interpretatie naar de beleving, van het hoofd naar het hart (al              heeft het hoofd, versta het woord hier ook altijd een rol in te spelen.)

Ignatius omschrijft het als volgt: de retraitant moet worden uitgenodigd – altijd opnieuw- om voor God te komen met een groot en vrijgevig hart.  Open dus voor wat zich aandient, voor wat op hem/haar afkomt en           attent  voor wat het in beweging brengt. ‘Zie wat is en zeg wat je te zeggen hebt’   dat bleef mijn begeleider me keer op keer op het hart drukken.

Je kan het ook anders zeggen: de plaats waar je staat is heilige grond.  Daar heb je het mee te doen.

 

2) Ik heb te luisteren – open en ontvankelijk - naar wat de retraitant zegt en wat dit doet klinken in mijn binnenwereld. De toekomst, elk gesprek   is open. Ik houd me aan het boekje, volg de voorgeschreven              dynamiek, maar heb verder geen plan, geen idee welke kant het op zal gaan.

 

3) Ik kan dit werk alleen doen als ik zorg draag voor mijn eigen binnenwereld.  Ik heb de relatie met de Eeuwige te voeden, er zelf ruimte en tijd voor te maken. In die zin is GO mogen begeleiden heel helpend            voor de eigen   weg. Het begeleidingswerk leert me veel. het leert me vooral over hoe God ‘wordt’ in de wereld. Hoe hij er sporen trekt. Dat te mogen ontdekken helpt  me zelf te vertrouwen. Een                            medebegeleider zei het ooit zo: GO oefeningen  ‘geven’ is ‘stichtend’ voor je eigen spiritueel leven.

 

Enkele dagen geleden ontving ik een mail van een jonge vrouw die ik afgelopen zomer mocht begeleiden in Drongen tijdens een 8-daagse.  In okt. is ze gestart aan de oefeningen in het dagelijks leven. Ik geef haar graag het laatste woord.

 

De Geestelijke Oefeningen zijn een bijzondere ervaring! Ze brengen je echt tot de kern van je geloof(vragen), je ware drijfveren en diepste verlangens. Ze doen je bezinnen over waarmee je bezig bent in het leven. Ze peilen hoe diep je relatie is met Jezus, waar het eventueel nog hapert om je werkelijk aan Hem te kunnen geven. Niet elke week vind ik het thema waarover ik moet bidden even fantastisch, ik begin er soms met tegenzin aan, maar als ik even doorzet dan vloeit de rijkdom. Misschien juist dan. Die tegenzin kan er juist op wijzen dat ik dichter bij mijn waarheid kom.

Myriam Van den Eynde   - 1 april 2017

 

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

December 2017
M D W D V Z Z
27 28 29 30 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen