2016.10.22 Troost en schoonheid

De toelichting werd gehouden door Jos Clymans.

Onze levensweg: een voortdurende zoektocht naar troost

Mijn kleinzoontje Elias is vorige woensdag negen maanden geworden. Tot hiertoe is hem niets tekort gekomen. Hij is het gelukkigste bazeke van de hele wereld. En dat laat hij merken. Iedereen die hem vertederd aankijkt en toespreekt, trakteert hij op een stralende glimlach. Het is ontroerend te zien hoe verliefd hij is op zijn mama en omgekeerd. Naar het schijnt – zo lees ik in Het boek van de schoonheid en de troost - zijn kinderen en kleinkinderen de meest universele bron van die schoonheid en troost en dat geven ze aan hun ouders en grootouders zo maar cadeau. De natuur heeft ons blijkbaar vreugde gegeven als beloning voor de soms lastige en moeilijke taak onze kinderen groot te brengen.

Maar soms wordt het zalige leventje van Elias verstoord. En dat laat hij merken door erbarmelijk en zonder ophouden te wenen. Moeders weten meestal wat er mis is. Maar soms zijn baby’s en kinderen ontroostbaar en wordt hun huilen één lange smeekbede: wieg me en zing me in slaap, neem me in je armen, doe mijn ogen toe en bescherm me, kom bij me liggen, blijf bij me en ga niet weg… Verlangen we niet heel ons leven nostalgisch naar die primaire vorm van koestering, van veiligheid, warmte, bevrediging, gelukzaligheid? Is troost eigenlijk niet gewoon geborgenheid? Geen wonder dat sommige mensen troost vinden aan zee, met de zekerheid van eb en vloed, het nooit ophoudende pulseren van de oerbaarmoeder, bereid om ons te koesteren tot het einde der tijden.

Alle zintuigen zijn geschikt om getroost te worden. De smaak zeker. Het oog ook maar beperkt, want evolutionair zijn we nog niet zo lang een oogdier. Via de oren glijdt troostrijke muziek rechtstreeks je gemoed in. Geuren roepen vaak herinneringen op uit bijna heel je leven en daar zitten heel troostrijke bij. Wat er in je hoofd zit, kan je letterlijk helpen te overleven. Niet alleen gedichten of teksten, maar ook beelden van een landschap, beelden vanuit je kindertijd… en vooral muziek. Op momenten van paniek, van diepe teleurstelling, van eenzaamheid, op momenten dat alles misgaat, teer je op die herinneringen en roep je ze op. Je citeert ze, al is het stilletjes, je brengt de beelden weer naar boven en de troost is onmiddellijk daar.

Troost werkt het best op de tast. Dat is nu eenmaal het zintuig om je gerust te stellen en om je goed en veilig te voelen. Wat slecht of goed voelt aan de buitenkant, voelt ook zo en onmiddellijk aan de binnenkant, in het gemoed. Strelen en aaien, knuffelen en omhelzen, een arm om je schouder, een hand in jouw hand: een spontaan antwoord op onzekerheid, hulpeloosheid, kwetsbaarheid of verdriet. En daar horen dan meestal geen woorden bij. Hoe voel je je?

Wanneer Jezus zieke of gekwetste mensen aanraakt, dan gebeurt er iets wonderbaarlijks. Ook omgekeerd willen mensen al was het maar de zoom van zijn kleed aanraken. Aanraken of aangeraakt worden, het doet iets met een mens, of met zo vele heiligenbeelden: je gaat er van stralen. Zoals bij dat beeld van Sint-Pieter in Rome waarvan één voet is gaan blinken, gepolijst door de handen van miljoenen pelgrims.

De mensen brachten kinderen bij Jezus met de bedoeling dat Hij ze zou aanraken. En wat doet Hij? Hij omarmt ze – als troost voor de bitse afwijzing van de leerlingen – en Hij zegent ze. In mijn herinnering zie, hoor en voel ik nog hoe mijn vader me elke avond voor het slapengaan met een kruiske op mijn voorhoofd slaapwel zegde en zegende.

Soms hebben we geen behoefte getroost te worden en verkiezen we de eenzaamheid boven de veelzaamheid. We kruipen onder een deken om te schuilen voor van alles en iedereen, om even met onszelf en onze gedachten alleen te zijn. Stilte als remedie voor verdriet, als balsem op een emotionele wonde, als bron van troost. Soms verkies ik op stap te gaan in de natuur. Mijmeringen, zorgen, onverklaarbare weemoed, ik neem ze mee op iedere wandeling. Hopelijk zie of hoor ik dingen onderweg die mij kunnen ontroeren en mijn gemoed misschien milder stemmen.

Alles wat we denken en doen is doordrongen van die hunkering naar geborgenheid. Sinds we uit het paradijs verdreven werden, voelen we ons op de dool, voelen we ons buitengesloten van de natuurlijke orde. Wanneer het volk van Israël door de woestijn zwerft, weet het zich getroost met het geloof ooit zijn intrek te mogen nemen in het Beloofde Land. Het volk dat in ballingschap leeft, noemt Jahweh God zijn vreugde en troost. Als Hij ons thuisbrengt – dat zal een feest zijn! Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn. Geloven dat er een paradijs op ons wacht, een beloofd land, een God die ons thuisbrengt, die ons bevrijdt en ons verenigt met elkaar en met het oneindige, dat noemen we religie. Dat geloof en dat vertrouwen willen we hier en nu koesteren

Hetzelfde zien we waarschijnlijk ook bij ultieme ervaringen van schoonheid: een soort van openbaring – misschien niet mystiek – maar alleszins van groot belang omdat die esthetische ervaringen ons meevoeren naar een rijk waarvan we het bestaan maar af en toe vermoeden. We herkennen dat we naar een mysterie kijken of luisteren, of we krijgen het gevoel van mysterie, een gevoel van iets heel belangrijks dat je niet precies kunt definiëren. Dit aanvoelen van schoonheid komt wellicht deels voort uit het feit dat het oog en de geest niet van chaos houden. Meer nog: schoonheid ontstaat pas als alle stukjes in mekaar passen, als alles in harmonie is en er toch een mysterie overblijft. Bij muziek kan die ervaring van schoonheid het meest intens zijn. Vaak emotioneel en meeslepend, maar ook religieus. In essentie is goede muziek religieuze muziek, in de etymologische betekenis van het woord: zij maakt soms een verbinding met wat ons overstijgt. Ze doet soms de hemel opengaan.

Denk even aan het beeld gegrift in ons collectief geheugen uit 1992: te midden van de ruïnes van een kapotgebombardeerd Sarajevo zit een man weerloos op zijn cello het Adagio van Albinoni te spelen. Of muziek of kunst of schoonheid de wereld kan redden, wet ik niet. In ieder geval kan ze te midden van het tumult van ons leven een ander geluid laten horen, verzachten, verbinden of troosten. Laat daarom al wat schoon is en al wat ons optilt uit ons verdriet een blijvende bron van troost zijn.