2016.10.08 Bijbelse bergervaringen

De toelichting werd gehouden door Paul Kevers.

Veelsoortige bergen in de Bijbel –


In de Bijbel komen veel bergen ter sprake. In de schriftlezingen van deze viering hoorden we het allereerste verhaal uit de Bijbel waarin een berg voorkomt: de berg Ararat, waarop de ark van Noach strandde. En we hoorden een van de laatste bergverhalen uit de Bijbel: de slotscène van het Matteüsevangelie, die zich afspeelt op een berg in Galilea, waar de verrezen Jezus zijn leerlingen de wereld instuurt en hun zijn blijvende nabijheid toezegt.

Veel belangrijke bijbelse figuren zijn met een bergervaring verbonden. Noach, zoals gezegd, met de berg Ararat. Abraham met de berg Moria, waar hij de grootste beproeving van zijn leven doormaakte: het offer van zijn zoon Isaak. Mozes met de Sinaï of de Horeb, waar hij Gods roepstem hoorde en waar hem de Tora gegeven werd, en met de berg Nebo van waar hij het beloofde land mocht aanschouwen alvorens te sterven (daarover sprak Ina Koeman vorige week). Elia met de berg Karmel, waar hij het volk voor de keuze stelde wie ze wilden dienen: de afgod Baäl, of Jahweh, God van bevrijding. Maar Elia moest ook zelf op bedevaart naar de Horeb, de berg van Mozes, om daar zijn God op een nieuwe manier te leren kennen.

De Psalmen bezingen de berg Sion, waarop de tempel van Jeruzalem werd gebouwd. “Wie op de heer vertrouwt is als de Sionsberg, die onwankelbaar vast staat voor eeuwig. Zoals de bergen Jeruzalem omringen, zo omringt de heer zijn volk…” (Ps. 125). Eigenlijk is de Sion maar een bescheiden heuvel, die door hogere bergen wordt omringd. Vergeleken bij de machtige Hermon in het noorden, die met eeuwige sneeuw is bedekt, stelt de Sion niets voor. En toch… dáár is het dat de Eeuwige zijn zegen schenkt: die zegen is “als de dauw van de Hermon die neerdaalt op de Sionsberg” (Ps 133). In een andere psalm klinkt het: “Waarom zijn jullie afgunstig, veeltoppige bergen van Basan, op de berg die God als zetel koos? De Ene woont daar voor eeuwig” (Ps 68,17). In de beleving van Israël is de bescheiden Sionsheuvel de voornaamste van alle bergen geworden.

In het Nieuwe Testament is het vooral de evangelist Matteüs die iets met bergen heeft. Een van de eerste verhalen die hij over Jezus vertelt, de bekoring van Jezus in de woestijn, laat hij eindigen boven op een zeer hoge berg. Daar toont de duivel aan Jezus alle koninkrijken van de wereld: “Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.” Waarop Jezus antwoordt: “Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem” (Mt 4). Jezus gaat met zijn leerlingen de berg op om daar zijn eerste grote toespraak ten beste te geven, de ‘Bergrede’ (Mt 5–7). Later gaat hij de berg op om daar in afzondering te bidden (Mt 14,23). Op de berg bij het meer van Galilea komen grote mensenmassa’s op hem af om hun zieken te laten genezen. Jezus krijgt er medelijden met al die mensen die honger hebben, en hij verzadigt hen met vijf broden en twee vissen (Mt 15,29). Er is de berg van de gedaanteverandering (Mt 17). En er is de slotscène van het evangelie, die we gehoord hebben in de tweede lezing. Daarmee is de cirkel rond: op de eerste berg in het Matteüsevangelie vraagt de duivel dat Jezus zou neervallen om hem te aanbidden; op de laatste berg zijn het de leerlingen die neerknielen en Jezus aanbidden…

In veel van de vernoemde verhalen is de berg een plaats van ontmoeting met God. Dat is niet verwonderlijk. Als je de berg opgaat, laat je de vlakte van het alledaagse leven achter je en kom je dichter bij de hemel, dichter bij het mysterie. Dat is niet alleen in de Bijbel zo. In veel religies spelen bergen een belangrijke rol. De Grieken hadden hun Olympos waar de goden woonden. De Kanaänieten bouwden hun heiligdommen op de hoogten, en zo ook de Kelten in onze streken. Veel van die heidense heiligdommen werden later verchristelijkt, vaak kwam dan de heilige aartsengel Michaël in de plaats, die volgens de legende op een berg verschenen was; denk aan de Mont Saint-Michel in Frankrijk. Waar eens de Galliërs de zonnegod Belenos vereerd hadden, trokken later de christenen op bedevaart naar Saint-Michel… En in vlakke landen waar geen bergen zijn, werden soms kunstmatige bergen opgetrokken: zo bouwden de Babyloniërs in het vlakke Tweestromenland hun ziggurats of trappentorens, denk aan de toren van Babel, met in de top de tempel van Marduk, de stadsgod van Babylon...

De berg is dus een plaats van Godsontmoeting. Mozes en Elia ontmoeten God op de Sinaï of Horeb. De Israëlieten trekken op bedevaart naar de Sionsberg. Jezus gaat de berg op om in afzondering te bidden. ‘De berg opgaan’ is je terugtrekken uit het alledaagse, uit de drukte, je komt in hogere sferen, je bent er dichter bij het mysterie.

Maar de berg kan ook een plaats van crisis en bekering zijn, een plek waar je een beslissende keuze moet maken. Het kan een berg zijn waar je tegenop ziet, zoals Abraham er waarschijnlijk tegenop zag om met zijn zoon Isaak naar de berg te gaan die God hem tonen zou… Op de berg Karmel stelde de profeet Elia het volk voor de keuze: Baäl of Jahweh? Op de berg van de bekoring moest Jezus de keuze maken, wat voor een messias hij wilde zijn: een die succes, macht en eer najaagt, of een die kiest voor dienstbaarheid, die niet zichzelf, maar anderen wil redden.

Ten slotte kan de berg een plaats zijn waar een nieuw perspectief geboden wordt, waar een nieuwe toekomst opengaat. Vanaf een bergtop kan je immers ver zien, je horizon wordt er verruimd. Op de berg Ararat kwam er een einde aan de zondvloed kreeg de mensheid met Noach een nieuwe toekomst. Op de berg Moria kwam Abraham tot het inzicht dat God geen mensenoffers vraagt, dat hij een God van leven en toekomst is. Op de berg Nebo mocht Mozes het beloofde land aanschouwen, ook al zou hij er zelf niet komen. Op de Horeb leerde Elia dat God niet te vinden is in donder en bliksem, vuur en geweld, maar in de stilte, in “het suizen van een zachte bries”. Op de berg van de gedaanteverandering kregen de leerlingen een nieuwe kijk op Jezus, en op de laatste berg in Galilea werden zij de wereld in gezonden met de belofte “Zie, ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld”.


Tot zover deze korte verkenning van de Bijbelse Bergen. Ze kan ons misschien aan het denken zetten over ‘bergervaringen’ in ons eigen leven. Kostbare topmomenten, waar we iets mochten proeven van het mysterie van het leven… Momenten van crisis, waar we voor een beslissende keuze werden gesteld… Momenten waar we nieuwe kansen kregen: een nieuwe toekomst, nieuw perspectief, ondanks alle kwetsbaarheid en gebrokenheid… Waar we soms, even, ‘het beloofde land’ mochten zien, ook al weten we, zoals Mozes, dat we er in dit leven zelf niet zullen binnengaan…

Voorbede

Laten we aandachtig zijn, en dankbaar,
voor de positieve bergervaringen in ons leven.
Voor de momenten waarop we ons gedragen, gewaardeerd en geliefd mochten weten;
Voor de momenten dat we ons deel mochten weten
van een werkelijkheid die groter is dan wijzelf.

Laten we aandacht geven en begaan zijn
met mensen die opzien tegen een berg van moeilijkheden,
die in crisis verkeren of overspoeld worden door zorgen;
slachtoffers van oorlogsgeweld (Aleppo) of van natuurrampen (Haïti).
Dat ze de hulp vinden die ze nodig hebben.
Dat ze mensen ontmoeten die hen bijstaan
om een nieuwe wending te geven aan hun leven.

Laten we aandachtig en dankbaar zijn
voor de momenten dat we in de verte beloofd land mochten zien liggen,
dat we een belangrijke ontdekking deden,
enthousiast begonnen aan een nieuwe opdracht;
voor al die keren dat we nieuwe toekomst, nieuw perspectief kregen in ons leven.

En geven we aandacht aan al wat er nu nog, onuitgesproken, leeft in ons hart:
aan wat ons droevig stemt of blij maakt,
aan dierbaren die wij gedenken …

Dat we de toekomst vertrouwvol tegemoet zien.

 

Vandaag doet de hand en morgen de voet wat goed is, wat moet…