2016.06.18 Anders wonen. Anders leven.

Toelichting werdgehouden door Hans Vereyken en Anke Krause

 

leven in de gemeenschap ‘De Brug’ te Lier

Hans :

Om iets te kunnen zeggen over het hoe en wat van de brug moeten we eerst kijken naar de wortels. Die liggen bij de gasthuiszusters van Lier. In de late middeleeuwen ontstond er een kleine groep mannen en vrouwen die zich toelegde op de verzorging van pestlijders en mensen aan de rand. Later stichtten de Gashuiszusters ook het Heilig Hartziekenhuis in Lier en zorgden voor de opvang van weeskinderen.

Ongeveer 25 jaar geleden was er een groep Gasthuiszusters die naast dit werk terug meer wilden inspelen op de noden van onze tijd en er zijn voor mensen die toch nog tussen het fijnmazige net van onze sociale zekerheid vallen. Op datzelfde moment was er een groep jongeren die een gemeenschap wilden oprichten waarbij ze wilden zorgen voor gastenopvang. De zusters en leken vonden elkaar en stichtten samen “De Brug”

Zo worden in ons huis regelmatig politieke vluchtelingen opgevangen. Vaak zijn dat mensen die in afwachting van hun papieren in niemandsland moeten leven. Misschien zijn zij wel de pestlijders van vandaag, ook met hen weet de  maatschappij ‘geen blijf’. Wij proberen – weliswaar binnen de grenzen van onze mogelijkheden, dus kleinschalig – ‘blijf’ te weten met deze mensen. We bekijken elke vraag afzonderlijk, en beoordelen de vraag op het perspectief dat we kunnen bieden. Naast politieke vluchtelingen en illegalen bereiken ons regelmatig vragen van mensen die in hun relatie zijn vastgelopen, vrouwen die vluchten voor echtelijk geweld of jongeren die geen thuis meer hebben. Naast deze ‘problematische’ vragen hebben we  ook voor sommigen een functie van ‘even tot rust komen’, ‘uitblazen’, ‘een artikel afmaken’, ‘studeren’.

Mensen in huis opnemen is een permanente opgave. Sommige gasten hebben het moeilijk om zich aan de weinige afspraken die er voor hen zijn te houden of nemen heel veel ruimte in in ons huis. Een ander moeilijkheid is dat sommige van de gasten zich gaan nestelen. Ze pakken hun problemen niet meer aan want ze hebben nu toch een oplossing. Hen moeten we stimuleren om de opvang als tijdelijk te beschouwen en hun situatie op langere termijn niet uit het oog te verliezen. Het is voor ons ook een voortdurend evenwicht zoeken tussen betrokkenheid tonen en toch voldoende afstand bewaren.

Doorheen de jaren halen we een gemiddelde van 3000 à 5000 overnachtingen per jaar.

Vele gasten houden na hun vertrek contact met de gemeenschap en ervaren De Brug als een reddingsboei of als een haven. Voor hen een aanwezigheid mogen blijven, beleeft de gemeenschap als een weldaad.

Het gebouw waarin we wonen is een voormalig klooster van de Arme Klaren waaraan 25 jaar geleden wel een en ander verbouwd werd, zodanig dat ieder lid of ieder koppel binnen de gemeenschap zijn privéruimte heeft, met een eigen woonruimte, keukentje, badkamer. Daarnaast hebben we ook een grote gemeenschappelijke keuken en refter, waar we meestal samen eten, en we hebben ook een grote tuin. De gasten die bij ons verblijven hebben de keuze om voor zichzelf te koken of ze kunnen ook met ons mee-eten.

Ik heb de brug leren kennen als verdwaalde student. Ik zou stoppen met muziek studies en ‘gewoon’ gaan werken. Dit was buiten Geert Hendrix gerekend, algemeen verantwoordelijke in de brug. Hij nodigde mij uit om eens te komen kijken naar een viering in de brug en mee te zingen in het koor daar. De sfeer, de warmte die ik daar heb ervaren, in de viering, bij de mensen van de gemeenschap, en zeker ook in het kamerkoor helicon waar ik even later mocht meezingen hebben voor mij een belangrijke wending teweeg gebracht, weg van de lonkende duisternis.

Het is dan ook mijn vurigste wens om ook, al is het maar een beetje, zo een wending te weeg te brengen bij een van onze gasten.

Anke :

Ik ben 5 jaar geleden in De Brug komen wonen. Ik leerde eerst de vieringen van Leerhuis en Liturgie kennen, die in de kapel van De Brug doorgaan. Later kwam ik af en toe een weekje naar De Brug, om tot rust te komen maar ook om de gemeenschap beter te leren kennen. Ik had het gevoel dat daar misschien wel een toekomst voor mij kon zijn.
En die toekomst bleek mooier dan ik toen had durven dromen want in De Brug leerde ik Hans kennen, die daar toen te gast was. Wij leken mekaar te vinden en vorig jaar zijn wij getrouwd. De lezingen die we net in deze viering lazen, klonken ook in onze huwelijksviering. “Geloof en hoop en liefde zullen blijven alle drie. Maar de grootste is de liefde” Daar zijn wij sterk van overtuigd, en dat drijft ons ook in De Brug.

De bruggemeenschap steunt van in het begin op 4 pijlers, waarnaar we proberen te leven. Die pijlers vormen onze leidraad, onze drijfveren.

Ieder nieuw lid van de gemeenschap wordt gevraagd om zijn motivatie uit te schrijven aan de hand van deze pijlers.

Ik heb mijn motivatie van toen er nog eens bijgehaald en deze is in de loop van die 5 jaar eigenlijk niet veranderd, vandaar dat ik ze graag met jullie wil delen:

De eerste pijler luidt: “Samenleven in vriendschap,  welwillendheid en eenvoud, vanuit een gezamenlijke zorg voor een levend huis.” Wat bewoog me ertoe om, na 7 jaar alleen te hebben gewoond, in een gemeenschap te willen leven? Niet uit eenzaamheid, niet omdat ik het alleen-zijn beu was. Maar ik had het gevoel dat ik mijn leven meer zin kon geven door in deze gemeenschap te wonen, door mee te kunnen zorgen voor dit huis, haar bewoners, haar gasten.
Pijler 2“gastvrij en open voor mensen, die om welke reden dan ook enige tijd mogen meeleven.”
Ik kan erg genieten van het luisteren naar verhalen van mensen. Iedere gast brengt zijn eigen verhaal mee. Het feit dat deze verhalen niet altijd even rooskleurig zijn, doet me mijn blik verruimen en doet me stilstaan bij de problemen die er in deze wereld zijn. Ze doen me mijn eigen bekommernissen relativeren.
“met openheid voor het verwerven van inzichten betreffende geloven en Schrift; voor liturgie en dagelijkse gebedstijden, elkaar ervoor behoedend feiten en vormen belangrijker te vinden dan leven met het mysterie.”
Wat onze gemeenschap anders maakt dan de meeste andere co-housing-projecten, is de religieuze drijfveer. Wij hebben iedere weekdag een gebedsmoment. Dan komen we samen in de kapel, iemand leest voor uit de bijbel, uit de regel van Augustinus of een andere spirituele tekst en we zingen samen psalmen en liederen (vaak op teksten van Huub Oosterhuis) Op zondag gaat er in onze kapel een viering door, die heel gelijkaardig is aan de vieringen hier in De Vleugel. Ik (wij allebei) vind het heerlijk dat er zoveel muziek mag klinken tijdens de diensten. Door de liturgische teksten te mogen zingen, krijgen ze voor mij ook meer betekenis.
De gebedsmomenten tijdens de week zijn voor mij een rustpunt in mijn drukke dag. Geloven is voor mij: Dankbaar zijn om al wat ons gegeven is, en tegelijk met beide voeten op de grond staan en beseffen dat het aan ons is om te zorgen voor elkaar en voor de schepping. Het zijn precies die 2 elementen die ik in onze vieringen iedere week hoor terug komen en die me blijven drijven.

De laatste pijler “met het visioen van gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping voor ogen, in de hoop vertrouwen te geven in een leven dat gedeeld kan worden, en gelukkig maakt.” sluit daarbij aan.

Ik wil proberen “goed” te zijn, voor de mensen die dicht bij mij wonen, de mensen van onze gemeenschap, onze gasten, maar ook daarbuiten. Zorg dragen voor de mensen, de natuur, de schepping.

Als symbool brachten we de kopjes mee waar we in De Brug dagelijks koffie uit drinken. Ze komen van Opnieuw&Co, de Lierse Kringwinkel. Regelmatig, als zuster Lief in de Kringwinkel soortgelijke kopjes ziet, wordt de collectie in onze kast aangevuld. Ze zijn net als mensen in De Brug, zowel de bewoners als de gasten: Allemaal verschillend, maar wel bij elkaar passend. Iedereen brengt zijn eigen geschiedenis mee, maar in De Brug kan er vaak een heel nieuw leven beginnen. En als je goed kijkt, zie je dat er hier en daar ook wel een barstje inzit, of een hoekje af is.

We kozen ook speciaal de tekst van Paulus in de eerste brief aan de Korintiërs als lezing.
Liefde houdt stand tegen alles: Telkens weer gelooft zij, alles verdraagt zij, altijd opnieuw vol hoop, nooit bezwijkt de liefde.
Geloof en hoop en liefde zullen blijven alle drie, maar de grootste is de liefde

 

Of om het met een andere tekst van Huub Oosterhuis te zeggen: “Wie zijn leven niet wil geven, niet wil delen met zovelen, met een ander, gaat verloren. Wie wil geven wat hij heeft, die zal leven opgegeten, die zal weten dat hij leeft.”

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Oktober 2017
M D W D V Z Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen