2016.06.04 Anders wonen. Anders leven.

Toelichting werd gehouden door Marieke van Coppenolle.

 

Geroepen om te zwerven

De begrafenis was op dinsdagmorgen, om 10 uur. Dat gaf mij de gelegenheid om maandag al op zoek te gaan naar een plekje in de buurt, voor de nacht. Het openbaarde zich op een grote, lege parking tussen het industrieterrein en het sportcentrum van het dorp. Ik parkeerde mijn huis zó dat ik zonder te veel op te vallen kon douchen – buiten, zoals altijd als ik niet bij familie of vrienden sta. Op maandagavond zou het daar wel niet zo druk zijn, meende ik te goeder trouw, dus begon ik mijn douchehokje op te bouwen, met touw en doeken. Helaas voor die goede trouw bleek er een training te zijn voor de pupillekes, en weldra kwamen er auto's af en aan hun oogappeltjes afleveren en oppikken. 't Zou zeker niet lang meer duren of…

En ja hoor, mijn douchehokje was klaar en ik was juist begonnen water op te warmen, als… Klop-klop-klop – "Politie!" (Wat een timing!) "Wat bent u hier aan 't doen?" Het gezicht dat boven mijn douchegordijn de bus in kijkt is correct-afstandelijk en tegelijk vriendelijk. Ik zeg altijd de waarheid, ook al vraag ik mij wel eens af of ze dat geloven. "Ik woon in deze bus, moet morgen naar een begrafenis en heb al vier dagen niet gedoucht, dus wou ik douchen…" – "Mag ik uw identiteitskaart?" De slanke en niet onknappe politieagent gaat met mijn ID-kaart naar zijn auto. Gelukkig komt hij kort daarna terug, overhandigt mij mijn ID en zegt vriendelijk: "Ik begrijp de situatie, 't is goed, maar zorg er wel voor dat u na 't douchen alles direct opruimt, want u weet dat kamperen op de openbare weg niet toegestaan is!" Ik bedank hem hartelijk en opgelucht. Weer een interventie die gunstig afloopt voor mij, een politieagent die in de eerste plaats mens is en de geest van de wet volgt in plaats van de letter. Het water is snel warm. En ik kan de volgende morgen proper en net naar de begrafenis.

Wat brengt iemand ertoe om eerst 3,5 jaar in een VW-busje en daarna nu al meer dan 8 jaar in een omgebouwde lichte vrachtwagen te wonen, en dan nog zonder wat voor de meeste mensen 'basiscomfort' is? Voor mij is het antwoord simpel: zwerfdrang. En de nood om de intensiteit van het leven te ervaren door mijn leven materieel en administratief te vereenvoudigen. 'Back to basics' avant la lettre.

Eer ik werkelijk zo kon gaan leven heb ik grote offers moeten brengen. En nu, ruim elf jaar later, heb ik daar nog steeds geen spijt van, hoewel het niet altijd gemakkelijk is. Denk vooral niet dat je ooit jezelf kunt ontlopen als je de agenda van je ziel volgt. Wélke levenswijze je ook hebt, je neemt jezelf overal mee!

Maar deze levenswijze bleek voor mij toch de meest natuurlijke, tot op de dag van vandaag. Als zwerver, als nomade, voel mij als een vis in het water, al heeft ook deze leefwijze, net als alle andere, zijn eigen uitdagingen.

Belangrijk voor mij in deze woonvorm is de mobiliteit, de vrijheid, altijd alles bij je hebben, waar je ook heengaat. Het is erg fijn als je mensen kunt helpen omdat je toevallig iets in huis hebt dat zij juist nodig blijken te hebben… En natúúrlijk heb je dat dus bij.

Deze woonvorm veranderde mijn dagelijks leven volkomen. Om te beginnen is er geen structuur – die moest ik zelf maken. Mijn bezigheden hangen immers sterk af van de plek waar ik ben, in combinatie met mijn eigen projecten. Tegenwoordig ben ik onder andere bezig met een projectje in een bos, waardoor ik tijdelijk feitelijk half-nomadisch ben geworden, maar ik hoop dat ik weer helemaal nomadisch kan leven als het af is.

Mijn leven is met deze levenswijze opvallend veel trager geworden, en intenser. Een paar voorbeelden? Douchen is een bezigheid van een uur of twee, en het water verwarmen (als dat op de kachel gebeurt) moet al enkele uren op voorhand beginnen. Als ik het warm wil hebben in de winter kan dat niet met een knop, maar ga ik hout sprokkelen, dat ik zaag en klief en opsla onder mijn bed en naast de kachel. Dat soort dingen. Trager, intenser, eenvoudiger, en voor mijn gevoel ook meer verbonden met de natuur – iets wat ik absoluut nodig heb om gelukkig te kunnen zijn.

In mijn levenswijze zijn de dingen soms omgekeerd. Mijn laptop met internet is een basisbehoefte voor mij, om binnen de maatschappij te kunnen blijven. Maar een toilet, een douche, een koelkast, een tv zijn dat niet – omdat ik al die dingen blijkbaar niet nodig heb. Toilet is waar ik ben: op bezoek bij familie of vrienden, of in de natuur. In dat laatste geval gaat het wc-papier nooit in de natuur, maar altijd in mijn houtkacheltje. O ja, mijn houtkacheltje. Al even onontbeerlijk als mijn laptop! Alles wat multifunctioneel is, is interessant als je op 8 m² leeft, en mijn houtkacheltje IS dat: een goedkope en oergezellige verwarming, om op te koken, om papier te verbranden, om stenen op te warmen die in de winter mee in bed kunnen, om afwaswater en douchewater op te verwarmen – en allemaal zonder extra energie te verbruiken!

Een groot voordeel van zo te leven is dus dat het sowieso heel goedkoop is. Reken maar eens uit wat je vaste plek je kost! En een tweede, voor mij héél belangrijk voordeel: 't is beter voor het milieu. Ik rijd véél minder kilometers dan iemand die telkens weer naar zijn vaste plek moet terugkeren. Of die dagelijks naar en van zijn werk rijdt. Dit jaar ben ik wel extreem zuinig: ik heb tot nu toe nog geen 250 km gereden! Verplaatsingen gebeuren tegenwoordig vaak te voet, al liftend, met de Lijnbus, met de tram, met iemand mee. Ik gebruik héél weinig elektriciteit (met zonnepanelen of van het net) en ook enorm weinig water. Eén keer douchen en haar wassen per week is voldoende voor mij. Het is kicken als ik in de natuur sta te douchen, naast mijn bus, in een douchehokje van bomen, touw en doeken. Zomer of winter, dat maakt niet uit, als er maar niet te veel wind is, want dát is pas koud. En altijd met lekker warm water, van de kachel (in de winter) of van mijn gaspitje (in de zomer).

Soms moet ik illegale dingen doen omdat er in ons land wettelijk niets voorzien is voor mensen die nomadisch leven en niet in groep. Zo ben ik ooit in een politiekantoor gaan vragen hoe ik wettelijk mijn weinige afval kwijt kan. Want ik gooi dat nu in de vuilnisbakjes in parken en bij bushaltes – en dat is strafbaar, zoals je weet. Ze konden niet anders dan zeggen dat ik niet anders kan.

In de winter trek ik wel eens naar het zuiden van Portugal en Spanje, om de schimmelvormende condensatie in mijn huisje de baas te kunnen blijven. Daar kan het wél, daar kan ik mijn afval zelfs selecteren: in elk dorpje of stadje vind je een of meer containerparkjes aan de straat waar ik mijn afval legaal kwijt kan.

Nog een voorbeeld: in België mag je in principe slechts 24 uur op een openbare parkeerplaats staan, daarna kun je door politie of andere ordehandhavers (overigens altijd vriendelijk) weggejaagd worden. Je voelt je altijd opgejaagd door het gevoel dat je 'daar eigenlijk niet mag zijn'. Dat is onleefbaar. Ik sta geregeld enkele dagen bij familie en vrienden, maar ik heb er soms behoefte aan om echt alleen te zijn, zonder voortdurend ergens 'te gast'. En ik vind het fijn om het plekje waar ik even te gast mocht zijn, te danken en netjes achter te laten.

Dankbaar vertrouwen en overgave zijn altijd en overal een sleutel voor innerlijke vrede. Het moeilijkste aan mijn levenswijze vind ik dat je toch wel moet knokken om 'in onze maatschappij' te kunnen blijven als je anders leeft. En ik vind dat niet eens verwonderlijk. Er is geen referentiekader: niemand leeft zo. Weinig mensen kunnen of willen zich inleven in wat een solitaire, nomadische levenswijze inhoudt. En dat ligt niet zozeer aan de mensen, maar meer aan het gegeven dat wij in een sedentaire maatschappij leven – het tegengestelde van een nomadische samenleving. Bij ons draait de hele samenleving rond iemands vaste plek, en dat op alle vlakken: fysiek, emotioneel/psychisch, sociaal, administratief, noem maar op. Heel veel van wat vanzelfsprekend is, is dat niet meer als je nomadisch leeft, getuige de voorbeelden die ik gaf.

Om te beginnen kun je niet zonder internet als je binnen de maatschappij wilt blijven. Internet: voor mijn bankzaken, mijn post, mijn belastingen, mijn communicatie in het algemeen. Als schrijfster is mijn laptop onontbeerlijk. En ook voor het verspreiden van mijn driemaandelijkse nieuwsbrief, waar ik in 2002 mee begonnen ben, kort vóór ik vertrok. Zoals een vaste plek een anker is, zo is voor mij mijn nieuwsbrief en mijn netwerk een anker, dat structuur biedt in de tijd. Als je nomadisch gaat leven en je niet zélf voor contacten blijft zorgen, val je gemakkelijker uit de boot, want mensen gaan niet achter je aan lopen, ze hebben het druk genoeg met hun eigen, sedentaire leven, en jouw leven is té anders. Zo'n nieuwsbrief helpt vermijden dat er een kloof ontstaat, hij zorgt voor verbinding.

Mijn netwerk is zo belangrijk omdat ik nergens bij hoor. Bij de zigeuners hoor ik niet: zij hebben een eeuwenoude eigen cultuur en zijn een aparte bevolkingsgroep. Bij de travellers hoor ik ook niet: vaak zijn dat jammer genoeg verbitterde mensen die de maatschappij de rug hebben toegekeerd, weinig aandacht hebben voor het milieu, geen engagementen willen aangaan. Het zou fijn zijn als ik mensen vond met een levenswijze als die van mij, die ook bereid zijn om het maatschappelijk belang van wie voor deze levenswijze kiest op een positieve manier zichtbaar te maken. Bovendien ervaar ik op persoonlijk vlak dan een vorm van erkenning door onze samenleving, van de waarde van mijn levenswijze en de diepe grond ervan. Bruce Chatwin zegt in De Gezongen Aarde (1999): "Het Oosten huldigt nog steeds de ooit universele opvatting dat zwerven de harmonie herstelt die oorspronkelijk bestond tussen mens en heelal."


Knulp (Hermann Hesse – eigen vertaling uit een Engelse vertaling…)

"Kijk," zei God, "Ik wilde jou zoals je bent en niet anders. Je was een zwerver in mijn naam en overal waar je kwam bracht je de gesettelde mensen een beetje heimwee naar vrijheid. In mijn naam deed je gekke dingen en de mensen beschimpten jou; ikzelf werd beschimpt in jou en bemind in jou. Jij bent mijn kind en mijn broeder en een deel van mij. Er is niets wat jij hebt genoten en geleden dat ik niet heb genoten en geleden in jou."

"Ja," zei Knulp, heftig knikkend, "Ja, dat is waar, en diep vanbinnen heb ik dat altijd geweten."

"Dus je hebt verder niets meer te klagen?" vroeg Gods stem.

"Niets meer."

"En alles is in orde? Alles is zoals het moet zijn?"

"Ja. Alles is zoals het moet zijn."