2016.05.21 Vele religies....wat verbindt ons?

De toelichting werd gehouden door Bert Caekelbergh.

Leven in vriendelijkheid en liefde  (uitgesproken in De Vleugel op 21 mei 2016)

Siddharta Gautama beter bekend als "de Boeddha" had een ernstig existentieel  probleem na een leven van extreme luxe gevolgd door een al even extreme vorm  van ascese en ontbering. Zijn probleem was: een niet aflatende vraag omtrent de aard en oorzaak van het lijden.

Dat van hemzelf en dat van de mensheid in het algemeen.

Via meditatie bereikt hij uiteindelijk een ultiem inzicht.

Dit vat hij samen in de 4 edele waarheden en het edele achtvoudige pad.

De eerste waarheid: Er is lijden

De tweede waarheid: Het lijden heeft een oorzaak

De derde waarheid: De oorzaak van het lijden kan opgeheven worden

De vierde waarheid: Door het achtvoudige pad te volgen wordt het lijden beëindigd

Het zal de basis vormen voor wat later , bij uitbreiding, de " Dhamma" zal genoemd worden  of “Dharma” (Sanskriet).

Dhamma wordt vaak vertaald als "de leer”, dus: de leer van de Boeddha zoals deze  via orale tradities werd overgeleverd.

Dhamma kan evenwel ook vertaald worden als "de werkelijkheid”.

Dus alles wat we zien , denken, ervaren, enz.

Er zijn vele dhamma’s, zowel in de betekenis van: werkelijkheden                                            als in de betekenis van: vele leren.

Een zenbeoefenaar legt oa de gelofte af de talrijke Dhamma’s te leren kennen

In die zin is ook het Evangelie te begrijpen als een Dhamma.

Hoewel ik christelijk ben opgevoed heb ik pas later en via het boeddhisme de essentie van de leer van Jezus leren begrijpen. De methoden verschilden misschien maar het doel was het zelfde.

Opheffing of overstijgen van lijden.

Ik beschouw het als mijn taak om alle oorzaken van lijden te vernietigen door middel van vriendelijkheid. De Boeddha onderwees liefdevolle vriendelijkheid voor het eerst aan een groepje monniken die in het bos gemediteerd hadden. De monniken waren heel bang geweest dat de bosgeesten hen daar niet wensten en zouden aanvallen. Waarschijnlijk waren ze alleen maar bang in het donker! Hun angst werd woede voor het bos en hun woede werd een algemeen gevoel van haat. En voor iemand die zich boos, onveilig en haatdragend voelt, wordt het natuurlijk steeds moeilijker om te mediteren. De monniken vroeger aan de Boeddha hoe ze met die vermeende bedreiging moesten omgaan. Via een advies, dat de Boeddha gaf in de vorm van een toespraak met instructies, drong hij er bij de monniken op aan om alle wezens geluk en rust toe te wensen. Om te leren hoe je een leven van vriendelijkheid leidt met het verlangen en de bereidheid om niet alleen geen leed meer te veroorzaken maar ook om elkaar en alle wezens te beschermen. Ze keerden terug naar dezelfde plek in het bos, maar nu met de nieuwe instelling en met een frisse blik, zo wordt gezegd.

En terwijl ze de vriendelijke zinnen herhaalden en onafgebroken’ mogen alle wezens rust vinden’ zeiden, voelde het bos steeds veiliger aan; de angst om aangevallen te worden viel weg en alle wezens in het bos bleken gaandeweg vriendelijk te zijn. Vogels leken alleen voor hen lieve liedjes te zingen; de muggen leken hen met rust te laten en zelfs wanneer één van hen door een mug of andere insect werd gebeten, dan waren ze blij dat ze die levensvorm wat voedsel hadden kunnen aanbieden. Naarmate hun harten vriendelijker werden, voelde hun omgeving veiliger aan. Doordat ze de angst hadden gedood, konden ze in vrede meditatie beoefenen.

Er wordt wel eens gezegd dat zo'n ervaring van vriendelijkheid een remedie is tegen zowel angst als tegen tal van andere vormen van lijden. En ook is het logisch dat we, wanneer we leven vanuit een vriendelijk gevoel, de weerspiegeling van andermans vriendelijkheid als vanzelfsprekend ervaren.

Het lijkt erop dat mijn eigen levenservaring deze les grotendeels heeft bevestigd. Niet dat ik niet vriendelijk kon zijn voor andere mensen.  Maar voortdurend over je schouder moeten kijken of je door niemand wordt aangevallen, een slachtofferrol, gekwetstheid en anderen verantwoordelijk stellen voor mijn onbehagen stonden een vrij en echt gelukkig leven in de weg.

Toen ik de beginselen van metta (d.i. liefdevolle vriendelijkheid) leerde kennen heeft dat mijn denken en handelen, zeker ten opzichte van anderen grondig veranderd. Uiteindelijk begon ik van mezelf en van anderen te houden, leerde ik vriendelijk te zijn en tenslotte ontstond de oprechte wens dat alle wezens rust mogen vinden. Het viel me plots veel makkelijker te vergeven. Liefdevolle vriendelijkheid maakt de wereld tot een veel veiliger plek. Het vorige bestaan is dood. Ik heb het gedood met metta.

Is de dood van Christus ook in die zin te begrijpen? Aan iets sterven, om herboren te kunnen worden.

Ik geloof dat wat ik hier liefdevolle vriendelijkheid ‘metta’ noem, de kracht heeft om ons te beschermen voor die extra lijdenslaag die wij creëren door hebzucht, haat en de waan, en op die manier maakt ze onze wereld (onze innerlijke wereld) tot een veiliger plek. Het woord vriendelijkheid wordt vaak gebruikt als een soort algemene term. Wat vriendelijk is hangt in het alledaagse leven af van de omstandigheden. We kunnen het ‘omstandigheidsethiek’ noemen. Wat in een gegeven situatie ethisch en vriendelijk is, zal afhangen van verschillende factoren. Ik gebruik vriendelijkheid hier op een iets andere, specifiekere manier: vriendelijk zijn is dat doen wat in een gegeven situatie het lijden beëindigd. De vriendelijke manier is de vaardige respons op elk gegeven moment. Neem nu bijvoorbeeld prettige ervaringen: de vriendelijke relatie tot genot is bijna altijd niet-gehechte waardering. Wanneer we van prettige momenten kunnen genieten zonder ons eraan vast te klampen of zonder ons te verliezen in het hunkeren naar de eeuwigheid van die momenten, dan vermijden we het typische lijden dat we vaak rond genot creëren. De vriendelijke reactie is hier dus: niet gehecht te raken. Maar als we niet in staat zijn om genot met niet - gehechte waardering te beleven en als we daardoor gehecht raken aan genot, dan is loslaten de vriendelijke respons.

Het volgende, vaak vereiste niveau van vriendelijkheid is geduld hebben met onszelf bij het leren loslaten. Zo wordt geduld weer een andere vorm van vriendelijk handelen. Wanneer onze geest ons veroordeelt omdat we niet zo goed zijn in loslaten en we beantwoorden dat met vergiffenis, dan is vergiffenis een daad van vriendelijkheid.

Begin je een beetje een beeld te krijgen?

Wat vriendelijkheid is hangt af van de situatie, zeker, maar het is altijd de bedoeling om het lijden te stoppen. Je moet dus niet doen alsof je altijd aardig bent; vriendelijk zijn betekent echt zijn en openstaan voor het reageren op het lijden dat we zelf ervaren en dat wat we bij anderen waarnemen.

Wanneer het aankomt op pijnlijke ervaringen, dan is de vriendelijke respons er vrijwel altijd een van mededogen. Mededogen beëindigd lijden. Mededogen neemt de pijn niet weg maar richt zich op die extra laag van lijden die we vaak over onze pijn heen gooien. In dat licht is het ontwikkelen van tolerantie en mededogen voor pijn het meest vriendelijke dat een mens kan doen.

Een van de situaties waarin vriendelijkheid listig wordt, is wanneer we onder ogen moeten zien dat onze schijnbare vriendelijke handelingen feitelijk schade kunnen berokkenen; met andere woorden, wanneer we inzien dat we iemand nog meer laten lijden door onze intentie om vriendelijk te zijn. Stel bijvoorbeeld: dat wanneer iemand die dakloos lijkt en die overduidelijk dronken is ons om geld vraagt. Is geld geven  - wat mogelijk leidt tot meer verslaving en lijden - dan eigenlijk wel een daad van vriendelijkheid? Het is een situatie waar velen van ons op de een of andere manier en regelmatig voor dit dilemma worden gesteld. Nee zeggen is in sommige gevallen het meest vriendelijke. Soms is het vriendelijk wanneer je mensen een waarheid vertelt die ze liever niet willen horen. Op andere momenten kan vriendelijkheid de ander kwetsen. Ik denk niet dat vriendelijkheid ooit de intentie heeft om schade te berokkenen, maar in sommige situaties is schade gewoonweg onvermijdelijk.

Ik neem mij voor om niet meer te vechten, nooit, met niets of niemand maar vooral niet met mezelf.

Dit was wat ik mij ooit voornam, na een moeilijke periode, nu reeds enige tijd geleden. Nu ik erop terugkijk is dit voornemen een van de vriendelijkste dingen die ik voor mezelf en voor heel veel anderen heb gedaan. Het leidde tot een radicale verandering in mijn hart en mijn geest. En de positieve veranderingen in mijn leven hebben mij in staat gesteld om anderen te inspireren en aan te moedigen om het pad van meditatie en zelfkennis op te gaan. Het punt is dat vriendelijkheid vele uitingsvormen heeft en dat ze totstandkomt door verschillend te reageren op verschillende situaties. We kunnen niet stellen dat gulheid altijd aardig is of dat pijn veroorzaken altijd onaardig is.

Uiteindelijk is het de beoefening van vriendelijkheid waarmee we onze innerlijke hebzucht, haat en angst vermoorden. Niet met geweld maar met liefde en vriendelijkheid.

KARANYA METTA SUTTA

Metta behoort gedaan te worden door hen die getraind zijn in goedheid en die het pad van vrede kennen. Laat hen bekwaam en rechtschapen zijn oprecht en mild in taalgebruik. Laat hen bescheiden en niet verwaand zijn tevreden en gemakkelijk te plezieren. Niet gebukt onder verplichtingen en sober in hun handelen.

Laat hen vreedzaam en kalm zijn, wijs en vaardig, niet trots en veeleisend van aard. Laat hen niet het minste geringste doen wat de wijze hen later zou verwijten.

Mogen alle wezens zich op hun gemak voelen in

blijdschap en in veiligheid, welke levende wezens dan ook.

Of ze nu zwak of sterk zijn, niet een uitgezonderd. De groten of de machtigen, de middelgroten, de kleinen of de zwakken, de zichtbaren en de onzichtbaren, zij die dichtbij en zij die ver wonen, zij die geboren zijn en zij die nog niet zijn geboren.  Mogen alle wezens zich op hun gemak voelen Laat geen van hen een ander bedriegen of een ander minachten, in welke vorm dan ook. Laat geen van hen uit woede of wrok een ander kwaad toewensen. Zoals een moeder met haar leven haar kind beschermt, haar enig kind, zo zou men alle levende wezens moeten koesteren.

Vriendelijkheid uitstralend naar de gehele wereld. Naar omhoog, oprijzend tot aan de hemel, naar omlaag, neerdalend tot in de diepste diepten, naar buiten onbegrensd, vrij van haat en kwade bedoelingen. Of je nu staat of loopt, zit of ligt, je zou je dit altijd moeten herinneren en levendig voor ogen houden.

Dit wordt verstaan onder het ultieme verwijlen!

 

Door niet vast te houden aan vastgeroeste inzichten, zullen zij die zuiver van hart zijn, een helder inzicht hebben, en vrij zijn van alle zintuiglijke verlangens, vrij worden in deze wereld.