2016.04.02 Mensen, dit is erover ! over verontwaardiging

De toelichting werd gehouden door Isabelle Maes.

 

Verontwaardigd zijn !

 

 

Armoede lokt verschillende soorten verontwaardiging op.

Ik geef er drie.

Guy, een permanente werker van de Beweging vertelde over de verontwaardiging van zijn moeder, wonend in Vlaanderen :

Mijn moeder kwam ontsteld thuis van de bakker.

Andrea, een arme vrouw die eigenlijk al te veel kinderen heeft – om nog te zwijgen van de mannen – , had de bakkersvrouw aardig voor schut gezet.

De bakkersvrouw kent Andrea – wie niet trouwens in het dorp – en ze weet dat ze met moeite het einde van de maand haalt. In al haar goedheid had ze Andrea een brood van de dag ervoor aangeboden, verkopen kon ze toch niet meer. Had dat kreng van een Andrea even een scène in de bakkerij gemaakt en gezegd dat de vrouw van de bakker dat brood maar zelf moest opeten als ze het zo lekker vond!

“Het is toch al ver gekomen”, had zijn moeder er nog aan toegevoegd.

“Zo’n mensen verdienen het toch niet om geholpen te worden!”

Dit soort verontwaardiging van de mama … is ons bekend, is soms ook de onze. Bv. Als we zeggen : “ze hebben geen geld, maar ze hebben wel geld voor een iphone …”

Er is ook de verontwaardiging van de Andrea’s die hulp weigeren of er niet voor bedanken.

Het is hun schreeuw van een laatste stukje zelfrespect om niet langer

genoegen te nemen met alleen maar liefdadigheid.

Er is ook de verontwaardiging die leidt tot verzet. Of zoals de oud-verzetsstrijder Stéphane Hessel als titel aan zijn boekje gaf : ‘Neem het niet!’

Louis, een dakloze, nam het ook niet.

Bij de opmaak van een brochure over “Voorwaardelijkheid van rechten”, vertelde Louis :

Ik kreeg geen referentieadres

(een referentieadres geldt als officieel adres voor daklozen, woonwagenbewoners en mensen zonder vaste woonplaats. Hun post en administratieve documenten krijgen ze dan op dit adres toegestuurd. Dit is heel dikwijls het adres van het OCMW).

Omdat ik voor het OCMWgebouw van die Brusselse gemeente sliep, werd het allemaal wat vervelend. Men vroeg mij waar ik naartoe wou en betaalde mijn treinticket om ernaar toe te gaan. Maar ik ging niet weg. Ik bleef voet bij stuk houden en heb mijn referentieadres gekregen. Elke avond toen het OCMW zijn deuren sloot, ging ik naar binnen. Ze waren dan verplicht om de politie te bellen om mij weer buiten te krijgen. Elke dag werd een proces-verbaal opgesteld en had ik dus het bewijs dat ik wel degelijk in de gemeente aanwezig was. Ik heb mij geweerd. Ik moest dit doen om hen te doen toegeven dat ik in de gemeente verbleef. Het is vergelijkbaar met een hongerstaking. Een of twee maatschappelijke werkers wilden wel iets doen, maar konden niets ondernemen. Door mijn doorzettingsvermogen heb ik bereikt wat ik wou bereiken.

“Hoe ver moet je gaan om recht te hebben op wat in de wet is vastgelegd?” was zijn verontwaardigde vraag.

Joseph Wresinski, stichter van ATD Vierde Wereldbeweging (1917 –1988), leefde vanuit een verontwaardiging, een niet-aanvaarden van armoede en uitsluiting. In zijn biografie lees je :

Al leeft er maar één gezin in ernstige armoede,...

Het is niet van belang te weten hoeveel mensen in armoede leven.

Al was het er maar één, al leeft er maar één gezin in ernstige armoede, dan zou de hele mensheid in het geweer moeten komen om het te bevrijden. Het ergste van alles is de last die op de schouders van deze gezinnen drukt. De wanhoop die soms in hun hart dreigt binnen te sluipen. En als ze ergens  doorgedrongen is, is ze besmettelijk en laat geen enkele ruimte voor licht.

Er zijn kwalen die enkel met gebed, met begrip en vriendschap genezen kunnen worden. De gezinnen moeten voelen dat wij werkelijk zo diep getroffen zijn dat ons leven, al is het maar een ogenblik, verandert, omdat wij hen hebben ontmoet. En ik ben er zeker van dat daaruit

hoop ontstaat.

Een zaak van het hart en van het verstand.

Op zekere dag kwam een Nederlandse diplomate, Alwine de Vos van Steenwijk, in het kamp van Noisy (1960) en vroeg: “Wat kan ik voor U doen.” Ik zei haar: “Organiseer een Conferentie bij  de Unesco in Parijs.” Heel verbaasd, zei ze: “Bij de Unesco? Maar al die armoede dan!” En ik

zei: “Weet u, het is niet voldoende dat de armen het hart van de mensen raken, zij moeten ook het verstand aanspreken.” Wij moeten een wetenschappelijk instituut oprichten om degenen  die de macht van het verstand, het intellect beheersen, om de religieuze en politieke

overheden te dwingen..., ja om deze mensen te dwingen de armoede te kennen, om hen te laten begrijpen, dat de oplossing van armoede niet enkel een zaak van het hart en van gevoel is, maar ook van het verstand, van kennis.

Armoede is ontoelaatbaar en moet absoluut vernietigd worden. Maar om haar te kunnen vernietigen, moet men haar kennen. Het tragische van onze hedendaagse samenleving is dat men, net zoals in het verleden, de wereld van de armoede niet kent. Men kan zich niet voorstellen wat de gezinnen moeten doorstaan. En zolang men dat niet begrepen heeft, zal men niet serieus tegen armoede ten strijde trekken.

En mijn verontwaardiging ?

Ik ben verontwaardigd als ik volgende feiten verneem ….

- Een koppel woont als nieuw samengesteld gezin reeds 6 jaar samen maar hebben geen samenlevingscontract. Een van de partners zat en zit in schuldbemiddeling.

Doordat ze samenwonen worden de werkloosheidsuitkeringen aan elkaar gelinkt. Maar wat de schuldbemiddeling betreft, beschouwt de advocaat die partner als alleenstaande en krijgt ze niets extra voor de kinderen en haar partner. Zij ontvangt per week 75 euro leefgeld (voedsel voor haarzelf, benzine voor de auto en eten voor de hond).  Hun inkomen daalt wel ernstig in periodes van werkloosheid. De ene wet zegt : jullie zijn een koppel, de andere wet zegt : jullie zijn geen koppel. Als je arm bent, kan je geen euro missen.

- Er is het „Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving betreffende het statuut van pleegouders“.

Pleegouders kunnen een warm nest bieden en hun engagement verdient lof.

Alleen merken we op dat de kans dat de biologische ouders nog een plaats krijgen, iets voor hun kinderen kunnen betekenen binnen deze hulp heel klein is.  Door dit wetsvoorstel wordt het verschil het verschil tussen adoptie en pleegzorg minder duidelijk.  En het is niet omdat de kinderen uithuisgeplaats zijn dat de ouders er geen band meer mee hebben, dat ze niet dagelijks aan hen denken. Op bijeenkomsten schreeuwen ze dikwijls hun pijn uit.  Wie van de beleidsmakers hoort dit ?

Wat doe ik dan ?

Bij het eerste voorbeeld sta ik naast het gezin en zet stappen met het gezin voor zover ze dit zelf willen.

In het tweede voorbeeld schrijf ik politici aan.

Maar als medestander is het mijn taak om aan de mensen rondom mij door te geven wat ik leer van de gezinnen of via de Beweging.

Het zijn – dikwijls met concrete voorbeelden – de mechanisme die leiden tot verdere uitsluiting en armoede uitleggen.

Het is vragen om anders naar mensen in armoede te kijken.

Het is vragen om ook op te komen voor mensen in armoede.

Het is begrip vragen, nog een kans vragen.

En nu en dan boos worden – dikwijls in familie- of kennissenkring – om zoveel traagheid van begrip. Dat boos worden brengt niets op.

Ik sluit af met de taal van de hoop van Père Jospeh

Ondanks de grote omvang van armoede ben ik niet ontmoedigd. Ik ben over alle wegen getrokken die de armen gaan en altijd weer moeten gaan. Ik heb de taal van de hoop kunnen spreken: “Armoede is niet fataal. Armoede is het werk van mensen. Mensen kunnen haar vernietigen.” Geen mens aanvaardt het bestaan van armoede en met name de armen zelf doen dat niet. Daarom is het onontkoombaar dat zij vernietigd zal worden. Ik ben er vast van overtuigd, dat het zal gebeuren, niet met geweld, want dat verandert niets, maar met liefde en gerechtigheid samen.

De Kerk heeft de opdracht om de mensen het woord van de zwakken te laten horen. Die weten immers beter dan wie ook wat onrecht betekent, omdat ze dat aan den lijve ervaren hebben. Die weten wat zij eisen als zij om gerechtigheid vragen. Beter dan anderen weten zij wat vrijheid is, omdat zij altijd van hun vrijheid zijn beroofd. Vanwege aalmoezen, gaarkeukens en voedselbanken zijn zij altijd afhankelijk geweest en gebleven van de anderen, van de goede wil van anderen. Wie beter dan de armen kan ons vertellen wat liefde is, zij die altijd gebroken liefdes hebben gekend.

Onze verontwaardiging en inzet, is misschien wel het best verwoord in de tekst van Joseph Wresinski, gegraveerd op Mensenrechtenplein te Parijs sinds 17 oktober 1987 :

“Waar mensen gedoemd zijn in armoede te leven

worden de rechten van de mens geschonden.

Wij zijn verplicht ons te verenigen

om die rechten te doen eerbiedigen.”

Isabelle Maes

Medestander ATD Vierde Wereldbeweging

02.04.2016


 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Juni 2018
M D W D V Z Z
28 29 30 31 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 1

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen