2015.12.12.Profeten zwijgen niet. Bevrijdingstheologie vandaag

de toeliching werd gehouden door Jan Soetewey.

 

Profeten zwijgen niet
Omtrent José Comblin

“Niet wat de mond binnenkomt maakt de mens onrein, m aar wat uit de mond komt, dat maakt de mens onrein”.
De farizeeën vallen erover en de leerlingen weten niet goed wat te denken. Het gaat hier immers niet om een akkefietje maar om een aantasting van het traditionele religieuze systeem geschraagd door de tegenstelling rein-onrein, waarbij de vragen “mag dat?” Of “mag dat niet?” van kapitaal belang lijken te zijn.   

Ik heb deze tekst gekozen omdat hij één van de grondintuïties van José Comblin illustreert.   
Comblin werd op 23 maart 1923 in de Brusselse deelgemeente Sint-Gillis geboren en is op 27 maart 2011 -88 jaar oud- in Brazilië overleden. Hij heeft vrijwel heel zijn actieve ‘loopbaan’ in Zuid-Amerika doorgebracht. Vooral in Brazilië waar hij dicht bij Helder Câmara stond, maar ook in Ecuador en Chili.  Profeet Comblin heeft niet gezwegen en werd daarom twee keer het land uitgezet omwille van zijn kritiek op de heersende militaire dictatuur. Eerst uit Brazilië (1972) en nadien (1980) uit het Chili van Pinochet. Eén keer werd hij zelfs fysiek aangevallen toen hij ongevraagd in de coulissen van de Latijns-Amerikaanse Bisschoppenconferentie in Puebla (1979) aangetroffen werd. Een woedende monseigneur Lopez Trujillo, secretaris-generaal van die Bisschoppenconferentie en later kardinaal, kneep hem de keel dicht met de woorden “wat doet gij hier?!”.  Ik denk hierbij aan het “Vrees niet! Durf stelling te nemen! Trotseer de machtigen!” uit de eerste lezing.

Terug naar ‘rein’ en ‘onrein’.  Comblin maakt een onderscheid tussen ‘religie’ en ‘evangelie’,  of tussen ‘religie’ en ‘geloof’ zoals hij dat elders formuleert. ‘Geloof’ en ‘evangelie’ zijn in deze toelichting omwisselbare termen. Evenzeer als ‘religie’ en ‘godsdienst’ trouwens. Dat onderscheid tussen religie/godsdienst enerzijds en evangelie/geloof anderzijds is een –zo niet hét- cruciaal punt in zijn theologie. In korte en snedige zinnen maakt hij zijn positie duidelijk: “Het evangelie komt van Jezus Christus. De religie komt niet van Jezus Christus”. “Het evangelie is niet religieus. Jezus heeft geen religie gesticht, zijn leerlingen wél”. Religie is een creatie van het menselijk wezen, de mens kan niet zonder. Het is een cultureel kleed dat eventueel tot het evangelie kan leiden,  maar het kan evengoed het evangelie verhullen en verdonkeremanen. Ook Jezus heeft het kleed van de religie aangetrokken, van de joodse religie maar dan in zijn profetische tendens en van daaruit heeft hij ook kritiek op de religie uitgeoefend.
Als religie wijkt de christelijke religie niet af van andere religies. Men onderkent er dezelfde structuur. Net als bijvoorbeeld het hindoeïsme, shintoïsme, confucianisme heeft ook de christelijke godsdienst haar mythologie, haar mythen. Men zoekt er een verklaring in voor hetgeen men in het menselijk bestaan niet kan vatten. Daarom voert men bovennatuurlijke wezens van buiten onze wereld ten tonele, die in feite de gang van zaken in de wereld bepalen. Al die godsdiensten kennen hun ritussen en personen met aparte status die de riten moeten beheren en de mythologie onderrichten.  Ze hebben hun verplichtingen en hun taboes, hun ‘rein’ en ‘onrein’, hun scheiding tussen ‘sacraal’ en ‘profaan’.
Het evangelie -of het geloof- daarentegen, maakt geen onderscheid tussen sacraal en profaan, het kent geen aparte klasse, alleen maar leken.
De godsdienst wordt beleefd in een rituele en symbolische sfeer. Het gaat om een realiteit die alleen symbolisch kan benaderd worden. In evangelie/geloof gaat het er niet om Jezus te ‘vereren’ maar om hem te ‘volgen’, dit wil zeggen zijn leven en zijn praktijk in de reële wereld gestalte te geven.  
Religie/godsdienst is cultureel gebonden, het christendom is dat met de westerse cultuur. Het evangelie is aan geen enkele cultuur of godsdienst gebonden, ze moet geen enkele cultuur schragen, ze is er voor alle mensen.
In de 2de lezing van daarstraks wordt  de tegenstelling tussen ‘rein’ en ‘onrein’ overstegen. Onmiddellijk daarna brengt Mattheüs het verhaal van de ontmoeting tussen Jezus en de Kananese vrouw in de streek van Tyrus en Sidon waarbij etnisch-culturele grenzen worden overschreden. Het geloof, het vertrouwen, van de vrouw breekt de uitsluitende grenzen af.
Religie/godsdienst  gaat op zoek naar de macht en probeert het gezag te steunen om zichzelf  te kunnen ontwikkelen en veilig te stellen. Denk maar aan de –nu weliswaar afgenomen- verzuiling in eigen land. Het geloof/evangelie dringt zich niet op, het wil de vrijheid. De godsdienst kent de vrijheid niet. “Het geloof (evangelie) is steeds in conflict met alle heersende machten. De godsdienst komt enkel in aanvaring met die machten als het erom gaat zijn rechten te verdedigen. Hij vermijdt elk conflict met de machthebbers, de godsdienst wil vrede en rust.”
Religies zijn van nature uit conservatief, ze geloven in een vaststaande wereld waarin alles een religieuze uitleg heeft. Ze streven naar harmonie. Evangelie  aanvaardt de wereld niet zoals hij is. Hij moet veranderd worden. Het conflict tussen ‘rijken’ en ‘armen’ is dan onvermijdelijk. Een keuze dringt zich op.
In zijn postuum boek “De Heilige Geest en de Traditie van Jezus” sluit Comblin zijn inventaris van verschillen met volgende twee statements af: “Tot het geloofsleven treedt men toe door een daad van persoonlijke bekering. Men beslist de weg van Jezus te volgen. Het toebehoren tot een godsdienst wordt meestal doorgegeven langs de familie of door de macht van de sociale druk.”
“Het geloof wordt gegeven aan de armen, opdat zij de grote omvormers van de wereld zouden zijn (…). De armen zijn door God uitverkozen om zijn werk te realiseren. In de godsdienst hebben de armen geen enkele actieve plaats. Ze bekleden een tweederangsplaats: aan de armen moet men aalmoezen geven”.

In het boek ‘De Profetie in de kerk’ schrijft Comblin: “Na de tijd van de  martelaren, kwam keizer Constantijn. Hij scheidde de clerus van het christelijke volk. Er zijn sindsdien altijd veel armen in de Kerk geweest. Waarschijnlijk zijn ze de grote meerderheid gebleven, maar de Kerk was niet meer van hen. De Kerk werd de kerk van de clerus. En zo is het nog. De clerus leefde in de culturele wereld van de heersende klassen en sloot met hen een verbond op politiek, cultureel en economisch vlak. De armen werden voorwerp van naastenliefde voor de clerus, en dat is nog zo, hoewel niet altijd. De Heilige Geest van zijn kant heeft namelijk zijn Kerk niet verlaten en altijd heeft Hij, ook bij de clerus, profeten doen opstaan. Altijd is er een minderheid bij de clerus geweest die niet alleen medelijden had met de armen, maar die bovendien geloofde in de roeping van die armen.  (…)
Vandaag zitten we nog steeds in het historisch tijdperk dat begon met Constantijn. De samenleving in de wereld mag dan wel veranderd zijn, maar de Kerk is niet veranderd. Daarom gaat de taak van de profeten door zoals voorheen.”

“De profeten leven te midden van ons” hoorden we in de eerste lezing. Al kan je zeggen dat  Kerk en christendom al die eeuwen prioriteit heeft gegeven aan religie, conservatief is geweest en zich de laatste vijf eeuwen heeft verzet tegen wetenschap, technische en economische vooruitgang, democratie, mensenrechten, emancipatie van slaven, van vrouwen en van andere rassen. Dat ze dus een lange geschiedenis heeft van verraad aan Jezus Christus omwille van klerikale en imperiale systemen…… Toch is de ‘Traditie van Jezus’ altijd blijven voortleven in minderheidsgroepen en mystici.

Waar staan wij in dit verhaal? Hoe schrijven wij dit verhaal verder? Ons verhaal tegenover dat van de monotheïsten van TINA  (There Is No Alternative).

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Januari 2018
M D W D V Z Z
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31 1 2 3 4

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen