2015.11.28 Het Bijbelboek Apocalyps

De toelichting werd gehouden door Paul Kevers

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Apokalyps 21-22)

We hebben het slotvisioen van de Apokalyps beluisterd. De strijd is gestreden, het kwaad is definitief overwonnen.

Wat Johannes ziet, is niets minder dan een totaal nieuwe schepping. Hij ziet ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’. De oude schepping, de wereld met zijn haat en geweld en onderdrukking is voorbij. ‘De eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee bestond niet meer.’ Mensen die van de zee houden, zullen door dat laatste misschien ontgoocheld zijn. Maar we moeten beseffen dat de zee in de Bijbel geldt als verzamelplaats van alle kwaad. Als ‘de zee niet meer bestaat’ betekent dat in de codetaal van de Apokalyps dat alle kwaad verdwenen is.

Vervolgens ziet Johannes ‘de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem’ uit de hemel neerdalen. In de nieuwe schepping is er een nieuwe stad, waar God zijn tent opslaat te midden van de mensen en er alle tranen uit hun ogen wist. Geen geween, geen verdriet, geen dood meer zal er zijn. ‘Zie, Ik maak alles nieuw’, zegt God – dit is nota bene de enige keer dat God zelf spreekt in de Apokalyps.

Daarna wordt het nieuwe Jeruzalem in alle details beschreven. In de letterlijke tekst van de Apokalyps is er sprake van twaalf poorten met de namen van de twaalf stammen van Israël, twaalf kostbare grondstenen met de namen van de twaalf apostelen. De straten zijn van goud en van edelstenen en ook de volmaakte afmetingen van de stad worden uitvoerig vermeld. Het is symbooltaal van de Apokalyps en we hebben gehoord hoe Karel Eykman en Bert Bouman die trachten weer te geven in een taal die ook voor kinderen verstaanbaar is.

Jeruzalem, ‘stad van vrede’, heeft altijd tot de verbeelding van de bijbelse auteurs gesproken. De stad is door de eeuwen heen voorwerp van strijd geweest en vandaag is dat nog altijd zo. Jeruzalem werd veroverd door David, belegerd door de Assyriërs, veroverd door de Babyloniërs, door Alexander de Grote, de Romeinen, de Arabieren, de kruisvaarders,  de Ottomanen en de Britten. In onze tijd is en blijft de stad een twistappel tussen Israëli’s en Palestijnen. Maar Jeruzalem heeft altijd ook doen dromen van vrede en samenhorigheid. Jeruzalem is de stad waarheen alle stammen van Israël eensgezind optrekken (Psalm 122), waar alle volkeren burgerrecht krijgen, zelfs de Egyptenaren, de Babyloniërs en de Filistijnen (Psalm 87). De profeet Ezechiël beschreef ook al eens de nieuwe tempel in het nieuwe Jeruzalem, zeshonderd jaar eerder dan de auteur van de Apokalyps (Ezechiël 40–48). En bij Jesaja lezen we eveneens een visioen over een nieuwe hemel, een nieuwe aarde en een nieuw Jeruzalem: het is de tekst van het lied dat we gezongen hebben, ‘Dat een nieuwe wereld komen zal’ (Jesaja 65). De auteur van de Apokalyps heeft in al die teksten inspiratie gevonden.

Nu rijst de vraag: zulke visioenen over een nieuwe schepping, een nieuwe stad, een nieuwe, ideale samenleving, dat is allemaal goed en wel. Maar is dat geen gigantische illusie, zinsbegoocheling, een onmogelijke wensdroom, opium voor het volk? Dromen zijn bedrog, toch? Maar na dat grootse visioen volgt er nog iets in de Apokalyps. Het visioen is niet het laatste wat er staat. De allerlaatste woorden hebben we ook horen voorlezen. Daar worden we weer met onze voeten op de grond gezet. Johannes zit nog altijd gevangen op Patmos en schrijft een brief naar de zeven kerken van Asia. We keren terug naar de concrete werkelijkheid van elke dag. ‘ Gelukkig degene die de profetische woorden van dit boek trouw bewaart’, schrijft Johannes. Doe er wat mee! wil hij zeggen. Geef de moed niet op! Blijf standvastig in de verdrukking! Houd de ogen gericht op Jezus, de Komende! (“Maranatha, Kom Heer Jezus” zijn de laatste woorden van de Apokalyps; op deze eerste zondag van de Advent klinkt dat bijzonder toepasselijk.)

Er zijn dromen die geen bedrog zijn, geen vlucht uit de werkelijkheid. Er zijn dromen en visioenen die mensen inspireren en in beweging brengen, die moed geven en vertrouwen wekken, die ons voor ogen houden waar het naartoe kan en moet in deze wereld en die kracht geven tot engagement.

Ik wil eindigen met een stukje dat ik vorig weekend in De Standaard las, in een column van Dirk De Wachter over Parijs. Het is een hedendaags voorbeeld van zulk een droom, met een zelfde boodschap als de Apokalyps. Hij citeert uit een boek van Vasili Grossman: “De menselijke geschiedenis is niet de strijd van het goede dat het kwaad probeert te overwinnen. De geschiedenis van de mens is de strijd van een groot kwaad dat een korreltje menselijkheid probeert te vermalen. Maar als het menselijke in de mens ook nu nog niet is gedood, dan zal het kwaad niet meer overwinnen.” En Dirk De Wachter besluit: “Ik wil geloven dat dit waar is, dat sommige waarden onuitroeibaar zijn.”

Paul Kevers

Voorbede

– Laten we dankbaar zijn voor mensen die het visioen levend houden. Voor dromers en dichters, schrijvers en kunstenaars, die onze ogen openen voor al wat waar en goed en schoon is.

– Laten we dankbaar zijn voor mensen die ons met de voeten op de grond houden. Voor journalisten en opiniemakers, die ons helpen analyseren en nuanceren. Voor beleidsmensen en organisaties die concrete, haalbare initiatieven voorstellen en uitwerken.

– Laten we, bij het begin van de Advent, blijven uitzien naar ‘de stad van vrede’, naar ‘een nieuwe wereld waar brood genoeg is en water stroomt voor allen’. Dat wij blijven geloven in die droom, die geen bedrog is maar die ons uitnodigt om zelf kleine stappen te zetten op de weg naar vrede.

 

Van U is de toekomst…

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

April 2018
M D W D V Z Z
26 27 28 29 30 31 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 1 2 3 4 5 6

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen