2015.10.24 Assyrische Christenen

De Toelichting werd gehouden door Gabriël van Hoorick

 

Ongeveer twintig jaar geleden verschenen hier in onze wijk,

een aantal families die gevlucht waren uit het Midden-Oosten. Uit Irak, Iran, Turkije en Syrië. Zij waren gevlucht uit deze landen omdat zij beschouwd werden als handlangers, ja zelfs spionnen voor het Westen, voor en tijdens de eerste Golfoorlog.

De beide golfoorlogen van vader en zoon Bush blijken, achteraf bekeken, de oorzaak te zijn van het einde van het eeuwenlange overleven van het christendom in deze landen. Deze landen worden jaar na jaar homogener islamitisch en intoleranter voor andere religies.

 

De christenen uit het Midden-Oosten worden nu zelfs bloedig vervolgd door de barbaren van de zogezegde Islamitische Staat.

Je kan deze christenen ontmoeten in onze kerken van St-Amandus, St-Lambertus en St.-Eligius, hier in Antwerpen. Er bestaat hier ook een Chaldeeuwse parochie die haar vieringen in de Sint-Eligiuskerk houdt, namelijk de Mar (heilige) Jacob Chaldeeuws Katholieke Kerk. De zielzorg voor de Chaldeeuwse geloofsgemeenschap werd door bisschop Johan Bonny toevertrouwd aan de  Irakese redemptorist Abuna Paulus Sati, wiens wieg in Mossul stond, waar nu I.S. de plak zwaait. Hij woont in de pastorie van St.-Eligius in de Onderwijsstraat 38.

 

Ik ben fier dat ik onder mijn vrienden heel wat Assyrische families tel. Het is een boeiende gemeenschap die ook in Mechelen en Brussel aanwezig is met honderden gezinnen.

Door hen te leren kennen kwam ik tot het besef dat het met mijn eigen geloof, of liever de beleving ervan, maar povertjes gesteld was. En in de voorbije twintig jaar kon ik in gesprekken, discussies en studie dan ook werken aan wat ik bij hen zo bewonder: een onwrikbaar geloof en betrouwen in God die zij Allaja en Yeshua Myshia noemen.

 

Zij spreken en bidden in het Neo-Aramees, gebaseerd op de lingua franca van het Midden-Oosten in het begin van onze tijdrekening. Het was de taal die Jezus sprak, eertijds in Palestina.

Ik bid sinds jaren het Onze Vader, in het Aramees omdat ik zo dicht mogelijk bij het origineel wil blijven.

 

Ik vind in hun families steeds een warm welkom en wordt telkens weer verrast door hun warme en onvoorwaardelijke vriendschap.

In de familie van mijn vriend Patros waarvan William één van de zonen is, ben ik amoe – oom - Gabriël.

 

Want één van de gelukkigste momenten in mijn leven, beleefde ik toen de ouders van het eerste kleinkind van de familie, dat hier in Antwerpen geboren werd, mij vroegen om peetvader te zijn van hun dochter Emma. Je kan niet geloven wat dat met een mens doet en je moet mij maar geloven als ik zeg dat ik ontzettend fier ben op mijn petekind dat nu 11 jaar is geworden.

 

Ondertussen heb ik de meeste van deze mensen beter leren kennen, alhoewel ik de familiebanden van de clan Yaramis slechts ten dele kan ontwarren.

Hun familiebanden zijn honderd maal sterker dan die van ons en hun groepsgevoel, wij zijn Assyrische Chaldeeuwen, staat steeds voorop in hun leven.

Hun religie heeft hen geholpen te overleven midden in een moslimmaatschappij.

Het was zowel een zegen als een vloek. Uiteindelijk hebben zij moeten zwichten voor de onverdraagzame houding van hun islamitische landgenoten en zijn ze gevlucht.

Hier in Antwerpen trachten zij de oude gemeenschapsstructuren te behouden en de familiecultuur uit te bouwen in een westerse samenleving waarin mensen geïndividualiseerd zijn en nog weinig voeling hebben met religie. Zij hebben het heel moeilijk met het feit dat er bijna op iedere hoek van de straat een leeg kerkgebouw staat zonder gelovigen op zondag.

Ook onze eerder losse familiebanden kunnen ze moeilijk begrijpen.

Het is dan ook niet meer dan normaal dat zij zich maar ten dele integreren en dat zij hun eigen tradities en rituelen ten alle prijze willen behouden.

Ik heb daar alle begrip voor en zeg Schlama, vrede zij met hen allen.

Onze Vader

Baaben dielee beismeiya

Pajies  koetsja  sheumog

Atiya melkoeta, hawee  beshboonog dach ilee beishmeiya

Hadach el ara, Hellen lachmaa shimkana yomana

chok taalen hatay diyen, Choklen aniet chetellen ellen

Ladaarten djoeraba Elam galeslam men bieshen

Siob diochla  melkoeta

Elles tel beuchten almin . AMEN