2015.04.18 Tekst van mijn leven.

Inleiding door Jan de Meulder, tekst van Joppy Schiltz.

Vandaag is het de eerste viering in de cyclus : “ Tekst van mijn leven”.

Je kunt boeken opstapelen als een soort lichttorentje. Zij verlichten duisternis, verdrijven onwetendheid , geven richting, inspireren, roepen op...  Het is ook iets waar je gezellig kunt gaan onder zitten en je laten meedrijven en verkneukelen met een goed boek.  Je kunt ook boeken opstapelen om te verbranden. Maar we weten, jammer genoeg, dat waar men boeken verbrandt, ook later mensen verbrandt.  Misschien gaat de waarschuwing van Thomas van Aquino over hetzelfde.  Hij zegt ons: “Opgepast voor de man van één boek”.  Dat boek mag je dan zelf invullen.

Er zijn van die boeken, als je die ter hand neemt, dat je tijd maakt voor de ziel. Je creëert dan een gelegenheid om zin en diepgang te vinden in je leven.  Wie van ons heeft zo geen boek of tekst die hem zeer dierbaar is.

Het thema van vandaag is “Gij en Ik ” .  Gert neemt ons mee naar een lied van Huub Oosterhuis, een IK-Gij relatie tussen  mens en God, het onzegbare. En Joppy  sluit daar naadloos bij aan met een tekst, een zondagochtendgebed, van Etty Hillesum.

Woorden kunnen maar gehoord worden en wortel schieten tegen een achtergrond van stilte.  Ontsteken wij nu de kaars,  symbool van verstilling.  Een moment om ons naar binnen te keren, ons te verzamelen en  vriendelijk te verwelkomen wat op ons afkomt.

Jan De Meulder

 

Goede avond,

Eigenlijk zijn er veel teksten die ik “van mijn leven” mag noemen.

Ik zal er dus één uitkiezen die me sinds meerdere jaren inspireert, die ik regelmatig herlees en met het ouder worden blijf aanvullen en verruimen.

Het is het Zondagochtend gebed dat Etty Hillesum in haar dagboek schreef op 12 juli 1942.

De meesten onder ons kennen Etty Hillesum, de jonge Nederlandse  Joodse vrouw die door de Nazi’s gedeporteerd werd en vermoord in Auschwitz op haar 29ste.

Ik lees uit haar dagboek, verschenen onder de titel “Het Verstoorde Leven, Dagboek van Etty Hillesum”.

Zondagochtendgebed (12 juli 1942)

Het zijn bange tijden, mijn God.

Vannacht was het voor het eerst, dat ik met brandende ogen slapeloos in het donker lag en er vele beelden van menselijk lijden langs me trokken.

Ik zal je één ding beloven, God, een kleinigheidje maar: ik zal mijn zorgen om de toekomst niet als evenzovele zware gewichten aan de dag van heden hangen, maar dat kost een zekere oefening.

Iedere dag heeft nu genoeg aan zichzelf.

Ik zal je helpen God, dat je niet in mij begeeft, maar ik kan van te voren nergens voor in staan.

Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf.

En dit is het enige, wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige, waar het op aankomt: een stukje van jou in onszelf, God.

En misschien kunnen we ook er aan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen.

Ja, mijn God, aan de omstandigheden schijn jij niet al te veel te kunnen doen, ze horen nu eenmaal ook bij dit leven. Ik roep je er ook niet voor ter verantwoording, jij mag daar later óns voor ter verantwoording roepen.

En haast iedere hartslag wordt het me duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen.

Ik begin alweer wat rustiger te worden mijn God, door dit gesprek met jou. Ik zal in de naaste toekomst nog heel veel gesprekken met je houden en je op die manier verhinderen van me weg te vluchten.

Je zult ook nog wel eens schrale tijden in mij beleven, mijn God, niet zo krachtig gevoed door mijn vertrouwen, maar geloof me, ik zal voor je blijven werken en ik zal je trouw blijven en je niet verjagen van mijn terrein.

De jasmijn achter mijn huis is nu helemaal verwoest door de regens en stormen der laatste dagen, haar witte bloesems drijven verstrooid in de modderige zwarte plassen op het lage dak van de garage. Maar ergens bloeit die jasmijn ongestoord verder, net zo uitbundig en teder, als ze altijd gebloeid heeft. En ze verspreidt haar geuren rond de woning, waar jij huist, mijn God.

Je ziet, ik zorg goed voor je. Ik breng je niet alleen mijn tranen en bange vermoedens, ik breng je op deze stormachtige grauwe zondagochtend zelfs geurende jasmijn.

En ik zal je alle bloemen brengen, die ik op mijn wegen tegenkom, mijn God, en werkelijk, dat zijn er heel vele. Je zult het heus zo goed mogelijk bij me hebben.

…………………………………………………………………………………………………………………………

Tot daar, Etty Hillesum.

Dát is ze dus. Zó gaat ze om met haar God. Die God is geen almachtige verre God in den Hoge, maar een zeer nabije, waarneembare werkelijkheid, menselijk, paradoxaal kwetsbaar. Ze spreekt hem dan ook aan op gelijke voet in een zeer persoonlijke existentiële relatie.

Ik beleef ze als vergelijkbaar met Jezus die zijn relatie met zijn Jahweh ook zeer existentieel beleeft en Hem menselijk aanspreekt met Abba-Vader, warm en nabij.

Helemaal anders dan we bv. horen in de aanvang van deze koraal in de Mattäus Passion van Bach:

Wass mein Gott will, das g’scheh’ allzeit,

Sein will’, der ist der beste

Wat God wil … het zo traditionele “Gods wil”. Alles wat gebeurt en ons overkomt is Gods wil. Zelfs de grootste rampen, ziekten, en lijden zouden Gods wil zijn.

Of nemen we het “Uw wil geschiede” uit het Onze Vader, en de talloze plaatsen in Bijbel en Evangelies, en in alle kerkelijke tradities waar over de wil van God gesproken wordt.

Etty Hillesum heeft er zeker toe bijgedragen dat ik een heel andere God ontdekt en ervaren heb. Ik heb die majesteitelijke, dwingende God leren aanvoelen en ervaren als een zachte stille nabije, aanwezige, maar ook kleine, nederige afhankelijke God.

God wil niets. Het enige dat mijn God vurig wenst en wil is, dat mensen ménsen worden, of sterker, dat God in mij en in alle mensen Gód mag worden. Of nog, dat het goddelijke in elke mens mag openbloeien, op ieders eigen onvervangbare aanvullende wijze. Dáártoe worden wij mensen, ik, opgeroepen.

Die roeping heeft de mens Jezus van Nazaret op een unieke en goddelijkste voltooiendste wijze gezocht en gevonden, én beantwoord. In Jezus komt, voor mij, God ons op de volmaaktste wijze nabij, en tot zijn recht. Openbaring in zijn paradoxale leven van geboren worden, doen, sterven en voltooiing.

“Ik zal er zijn” van de Bijbel,

maar tevens van Etty Hillesum “maar dat wij jou moeten helpen, God”.

Wat ons overkómt, én waar wij onze eigen verantwoordelijkheid opnemen.

Een levende aanspreekbare ervaarbare God, binnen in ons mensen.

Dát is de dynamiek waarin ik mij tracht te begeven.

Van geroepen worden én ethisch doen.

Joppy Schiltz

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

April 2018
M D W D V Z Z
26 27 28 29 30 31 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 1 2 3 4 5 6

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen