2014.11.08 Parabels (minder gekende) NT

De toelichting werd gehouden door Paul Kevers.

‘Zonder parabels sprak hij niet’  

Een parabel is een bijzondere vorm van communicatie.

Een methode om een ‘ongemakkelijke’ boodschap toch te kunnen overbrengen en te doen aankomen. Jullie kennen toch die geschiedenis van koning David, die een mooie vrouw had gezien in de tuin naast zijn paleis? De koning wilde die vrouw hebben. Hij liet haar halen en ging naar bed met haar. Enige tijd later bleek ze zwanger te zijn. En – vervelende bijkomstigheid voor koning David – ze bleek ook getrouwd te zijn. Met een zekere Uria, soldaat die vocht aan het front in het leger van de koning. David liet Uria koelbloedig uit de weg ruimen. Dan kon hij Batseba probleemloos opnemen in zijn harem…

Een sterk staaltje van machtsmisbruik. Overspel en moord. Kon de koning daar zomaar mee wegkomen? De profeet Natan vond van niet. Hoe zou hij dat duidelijk maken aan de koning? Hij had naar David toe kunnen gaan en zeggen: “Beste koning, uw gedrag lijkt nergens op. U beschouwt uw onderdanen als lijfeigenen. U bent een potentaat en een ordinaire moordenaar…” Ik vrees dat Natan in dat geval ook een kopje kleiner zou zijn gemaakt door de koning. Maar de profeet legt het anders, slimmer aan boord. Hij vertelt de koning een verhaal: “In een stad woonden twee mannen. De een was geweldig rijk en bezat grote kudden. De ander was arm en had maar één schaapje, waar hij van hield als van zijn eigen dochter. Op een dag kreeg de rijke man bezoek. In plaats van een dier uit zijn eigen grote kudden te nemen, pakte hij het lam van de arme en liet dat klaarmaken voor zijn gast…” De koning heeft geboeid geluisterd. Hij dacht wellicht dat de profeet hem een voorval uit één van de steden van zijn rijk kwam vertellen. Hij is verontwaardigd en vliegt uit: “Die man is de dood schuldig! En dat gestolen lam moet hij viervoudig vergoeden, zo staat het in de Tora!” Nu moet Natan maar één zin meer zeggen: “Die man, dat bent u”. Plots wordt het voor de koning duidelijk. Het verhaal ging over hem. Hij beseft nu de draagwijdte van zijn daden en komt tot inkeer, bekent schuld… De ‘ongemakkelijke’ boodschap is overgekomen.

Dat is dus een parabel: een verhaal, schijnbaar uit het leven gegrepen, maar met een dubbele bodem. Het gaat over ons, wij spelen er zonder het te beseffen zelf een rol in, het stemt tot nadenken en wil ons van gedrag doen veranderen.

Jezus was een meester in het parabel-vertellen.  De evangelisten hebben er tientallen overgeleverd. Een aantal van die parabels waren ook een middel om in gesprek te treden met mensen die er andere ideeën op nahielden en die Jezus tot ommekeer wilde uitnodigen. Bijvoorbeeld het verhaal dat wij gehoord hebben, over de ‘werkers van het elfde uur’. Jezus kreeg het nogal eens aan de stok met Farizeeën en Schriftgeleerden. Velen van hen hadden een religieuze visie die wij vandaag ‘meritocratie’ zouden noemen. Men krijgt ‘loon naar werken’. Men moet zijn hemel ‘verdienen’. En zij vonden natuurlijk van zichzelf dat zij heel grote verdiensten hadden. Zij kenden en onderhielden de Tora nauwgezet. En dus stond God bij hen in het krijt: God was hun een beloning verschuldigd… Terwijl die anderen, die de Wet niet kenden en onderhielden, de tollenaars en de zondaars: op hen keken zij minachtend neer. Die moesten ook maar ‘loon naar werken’ krijgen, eigen schuld dikke bult… Ze snappen dan ook niet dat rabbi Jezus vriendschappelijk omgaat met tollenaars en zondaars, ja zelfs met hen samen aan tafel gaat. Om hen uit te nodigen tot een andere visie, vertelt Jezus deze parabel. En niet alleen aan de Farizeeën en Schriftgeleerden, ook aan zijn eigen leerlingen. Vlak vóór deze parabel lezen we bij Matteüs dat Petrus, als woordvoerder van de leerlingen, aan Jezus vraagt: “Kijk, wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Wat zullen wij dan krijgen?”. Ook Petrus redeneert zoals de Farizeeën, volgens de principes van de meritocratie. Kijk eens wat wij allemaal gedaan hebben. Wij verdienen toch zeker wel een flinke bonus…

En dan komt Jezus met zijn verhaal over die landeigenaar die arbeiders huurt voor zijn wijngaard. Hun loon wordt vooraf afgesproken: één denarie per dag. Dat was goed betaald, dat was een normaal dagloon. Zij hebben dus niet te klagen en zij worden ’s avonds rechtvaardig uitbetaald. Maar die landeigenaar doet ook verrassende dingen. Die gaat zelfs om vijf uur ’s avonds nog eens naar de markt, en als hij daar werklozen aantreft, worden ook zij nog aangeworven, al is het maar voor één uur. Met hen wordt geen loon afgesproken. Maar zij krijgen ook een normaal dagloon. Want de landeigenaar vindt dat iedereen genoeg moet hebben om van te leven. Hij is niet alleen rechtvaardig, hij is ook goed. “Vriend, ik doe je toch geen onrecht”, zo reageert hij op het gemopper van de anderen, “of ben jij jaloers omdat ik goed ben?” Ziedaar de pointe van de parabel. Bij God kan je geen verdiensten laten gelden. God geeft in goedheid aan ieder wat hij nodig heeft.

Het is niet moeilijk om aan deze parabel een hedendaagse invulling te geven. Magda gaf er al een voorbeeld van in haar inleiding. Wij leven in een neoliberale prestatiemaatschappij. De meritocratie viert hoogtij. Het komt erop aan succesvol te zijn. Wie uit de boot valt, heeft pech, als het al niet zijn eigen schuld is. Die ideologie vertaalt zich in de groeiende kloof tussen rijk en arm. De parabel van de werkers van het elfde uur stelt deze mentaliteit radicaal ter discussie. Hij nodigt uit tot een andere visie.

De parabel interpelleert ook ieder van ons persoonlijk. Het verhaal gaat niet alleen over ‘de maatschappij’, het gaat ook ‘over mij’. Wie ben ik in de parabel? In welk personage van het verhaal herken ik mijzelf het best? Op welk vlak nodigt het mij uit mijn visie bij te stellen of mijn gedrag te veranderen? “Die man, die vrouw, dat bent u” – dat woord van Natan aan David klinkt ook impliciet na elke parabel van Jezus…

Voorbede

Maken wij ruimte in ons hart
voor het appèl dat uitgaat van de parabels van Jezus
en voor het verlangen naar een nieuwe wereld
dat ze vertolken.

Een wereld waar mensen niet louter beoordeeld worden
op basis van succes, verdiensten en prestaties.

Een wereld waar gezorgd wordt voor een eerlijke verdeling
van alles wat nodig is voor een menswaardig leven.

Een wereld waar barmhartigheid en solidariteit
geen loze woorden zijn.

Dat wij ons naar best vermogen inzetten voor een samenleving
waar iedere mens tot zijn recht komt,
de stemlozen een stem krijgen,
zorg gedragen wordt voor de zwaksten
en barmhartigheid het wint van harteloosheid.

 

Paul Kevers