2014.09.20 Zijn de wonderen de wereld uit?

De toelichting werd gehouden door Paul Kevers.

Toelichting bij Marcus 5,21-43

 

 

 

We hebben een lang verhaal beluisterd uit het Marcusevangelie, waarin twee wonderen van Jezus met elkaar verweven zijn: de opwekking van het dochtertje van Jaïrus en de genezing van een vrouw die aan bloedvloeiing lijdt. Er zijn opvallende overeenkomsten tussen de twee verhalen. Twee vrouwen worden gered, bij allebei is er sprake van ‘twaalf jaar’, de genezing en de opwekking gebeuren door aanraking (de vrouw “pakt Jezus’ kleed vast” en Jezus “grijpt het meisje bij de hand”) en in de twee verhalen wordt het belang van het geloof – of beter: van het vertrouwen – onderstreept. Er zijn ook enkele contrasten. Het ene verhaal gaat over een volwassen vrouw, het andere over een jong meisje. De vrouw bevindt zich buiten, tussen de menigte en vlak bij Jezus; het meisje in de beslotenheid van het huis en op afstand van Jezus. De vrouw wil Jezus aanraken zonder dat hij dat weet, terwijl Jezus welbewust naar het meisje toe gaat en haar aanraakt.

Marcus begint met het ene verhaal, onderbreekt dat voor het andere en voltooit daarna het eerste. Dat is een verteltechniek die Marcus dikwijls toepast. De onderbreking van het eerste verhaal door het tweede is in dit geval nodig voor het verloop van de vertelling: Jezus wordt opgehouden door de vrouw en daardoor komt hij ogenschijnlijk te laat bij het huis van Jaïrus aan, het meisje is ondertussen gestorven. Toch is dat niet de voornaamste reden waarom Marcus die verteltechniek gebruikt. Hij wil daardoor ook de betekenis van de beide verhalen met elkaar verbinden. De overeenkomsten en contrasten die ik genoemd heb, onderstrepen het verband tussen de twee verhalen. Het ene verhaal is een commentaar op het andere.

Het verhaal over de dochter van Jaïrus lijkt ons het ‘strafste’ verhaal omdat het een dodenopwekking is. Toch denk ik dat Marcus onze aandacht vooral op de vrouw met de bloedvloeiing wil vestigen. Dat verhaal wordt immers door het andere omkaderd en is dus de kern van het geheel. De dodenopwekking gebeurt in het verborgene, met onopvallende woorden en gebaren. Ogenschijnlijk doet Jezus niets anders dan een slapend meisje wakker maken en de familie vragen haar te eten te geven. De genezing van de vrouw daarentegen gebeurt in het openbaar en is veel spectaculairder. Marcus heeft dat verhaal midden in het verhaal van de dodenopwekking geplaatst, om daarmee te verduidelijken wat het eigenlijk betekent dat Jezus ‘de dood overwint’ en dat zijn woord ‘leven geeft’.

Een vrouw die aan bloedvloeiing leed was in de toenmalige joodse samenleving als een levende dode. Bloed is in de Bijbel een symbool van het leven. Het was dus alsof het leven voortdurend uit deze vrouw wegvloeide. Daardoor was zij ‘onrein’ en dus geen volwaardig lid van de gemeenschap. Zoals melaatsen en andere uitgestotenen stierf zij voortijdig een sociale dood. Die vrouw treedt nu uit haar isolement. Voortgestuwd door haar vertrouwen in Jezus, dringt zij door de menigte en pakt zijn kleed vast. ‘Wie heeft mij aangeraakt?’ vraagt Jezus. Terwijl de vrouw zijn kleed aanraakt, wordt Jezus ook zelf geraakt door de mensonwaardige situatie waarin deze vrouw zich bevindt. Hij voelt een kracht van zich uitgaan. De kracht van zijn vrijheid en zijn verbondenheid met God. De kracht die zich verzet tegen het onrecht en het kwaad en die aan mensen bevrijding schenkt. ‘Je vertrouwen heeft je gered, ga heen in vrede’. Na twaalf jaar ‘dood’ vindt deze vrouw eindelijk het leven.

“Word wakker!” zegt Jezus tegen het meisje in Jaïrus’ huis. Sta op en leef! Word jezelf! Je bent twaalf jaar! En tegen haar huisgenoten zegt hij dat ze haar te eten moeten geven. Dat ze haar dus levenskansen moeten bieden. De vrouw die aan bloedvloeiing leed, is na twaalf jaar ellende eindelijk opgestaan en heeft actie ondernomen. Ze heeft vertrouwen gehad én ze heeft bij Jezus vertrouwen gevonden. Hopelijk heeft ze daarna ook levenskansen gekregen van haar omgeving.

Door hun ontmoeting met Jezus hebben mensen nieuw leven gevonden. Het fundament daarbij was het vertrouwen. Vertrouwen dat Jezus bij de vrouw aantrof en waar hij Jaïrus toe opriep. Vertrouwen dat Jezus vooral zelf had en dat hij uitstraalde, door de manier waarop hij zich tegen de krachten van de dood verzette en opkwam voor gerechtigheid. Waar mensen zo vertrouwen krijgen van anderen, en het ook vinden bij zichzelf, daar kan het wonder gebeuren.

Voorbede

Verruimen wij de kring van onze aandacht:

– voor mensen die ‘geen leven hebben’ omdat zij worden uitgestoten, geminacht, niet voor vol aangezien… dat zij iemand vinden die oog voor hen heeft en hen vertrouwen inboezemt…

– voor mensen die ‘geraakt worden’ door het onrecht dat anderen wordt aangedaan en die daarom opkomen voor gerechtigheid… dat zij actiemiddelen vinden die effectief zijn en dat hun stem gehoord wordt…

– voor kinderen en jongeren die vandaag opgroeien, in een complexe en vaak verwarrende wereld… dat zij zichzelf durven zijn en dat zij levenskansen krijgen…

– en voor onszelf: dat wij niet ophouden vertrouwen te hebben en vertrouwen te geven, en dat wij blijven geloven dat ‘wonderen’ mogelijk zijn…

 

Paul Kevers

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Oktober 2018
M D W D V Z Z
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31 1 2 3 4

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen