2014.04.12 Veertig dagen zonder...

De Toelichting werd gehouden door Zr. Elisabeth.

 

Inkeer in jezelf

Vasten is... tegen de stroom ingaan, niet meelopen maar je eigen weg gaan

 

 

Vandaag wil ik graag samen met jullie stilstaan bij twee aspecten in deze tijd van “Veertig dagen

zonder....” : soberheid en innerlijkheid. In welke volgorde komen deze in ons leven voor? Is er eerst

de soberheid, en kneedt die de gezindheid van ons hart? Of is het omgekeerd, zet een veranderde

ingesteldheid ons aan tot een soberder leven?

In de Schriftlezing hoorden we hoe Jezus na zijn doop door de Geest naar de woestijn wordt geleid.

Zich terugtrekken in eenzaamheid is iets dat Jezus telkens doet op heel belangrijke momenten in

zijn leven. Zonder langere momenten van aanbidding, van oprechte dialoog met de Heer, verliezen

opdrachten gemakkelijk hun betekenis, worden we door vermoeidheid en moeilijkheden verzwakt

en dooft de ijver uit.1

Dit stille en eenzame gebed is plaats van Godsontmoeting én van confrontatie

met zichzelf. Wanneer ik inkeer in mezelf om God te ontmoeten, leidt mij dat naar mijzelf. Om die

ruimte te betreden moet ik vooral leren te zwijgen. Ik moet leren te zwijgen om goed te kunnen

luisteren. En daar is stilte voor nodig, niet alleen uiterlijke stilte, maar vooral stilte van binnen in

onszelf. Alles wat er in ons ronddwaalt aan gedachten, kwetsuren en gevoeligheden, maakt lawaai

in ons hart.

De vastentijd is een jaarlijks terugkerende oefening om deze lawaaierige woestijn van ons hart

binnen te gaan. Een periode van bewuste soberheid leert ons iets over onszelf, over hoe wij omgaan

met de dingen en welke betekenis ze hebben in ons leven. Soberheid zegt ons dus hoe het met onze

binnenkant gesteld is.

Binnen in ons is er immers een ruimte waar wij God kunnen ontmoeten. Het is het plekje waar ik in

stand wordt gehouden door mijn Schepper. Als ik trouw ben aan het plan dat God met mij heeft, dan

kan ik Hem eigenlijk overal in mijzelf vinden. Maar wil ik beseffen wie God is, dan moet ik wel

eerst mezelf leren kennen. Hoe leer ik mezelf kennen? Enerzijds verbeelden we ons dat we onszelf

alleen maar kunnen vinden door onze eigen begeerten, ambities en verlangens te handhaven.

Anderzijds laten we ons gemakkelijk meesleuren in de draaikolk van de wereld, van het

conventionele, het gangbare. Willen we op het spoor van God-in-onszelf komen, dan mogen we

'liefde' echt niet op gelijke voet stellen met 'conformiteit'. Laat ons toegeven dat we goed zijn in het

hoog houden van de schijn dat we goed met elkaar te kunnen opschieten, terwijl we eigenlijk alleen

maar slogans en cliché-woorden met elkaar delen. We horen wel wat de ander zegt, maar echt

luisteren doen we niet en we antwoorden dan maar zonder veel na te denken. Op die manier

handelen we niet meer uit onszelf. We delen dan alleen maar het lawaai, het geroezemoes met

elkaar en zo geraken we in een isolement : we leven afgesneden, niet alleen van de anderen, maar

ook van onszelf. Als we ons zo blindelings laten meeslepen in de geöliede mechanismen van onze

samenleving, dan zullen we alleen nog maar de anderen willen ontvluchten door zelf onder te

duiken in de anonimiteit van de massa.

Wij hebben dus nood aan een bepaalde graad van eenzaamheid. Het is echt nodig onze plaats met

betrekking tot de anderen te aanvaarden. Die noodzakelijke heilzame afstand brengt ons immers in

contact met de kern, het brandpunt van onszelf, onze eigen identiteit. En vanaf dat moment hangt

Gods tegenwoordigheid in onszelf af van onze eigen vrije keuze : kiezen we ervoor om toch te

blijven meelopen met de massa of kiezen we ervoor onze eigen en unieke identiteit die God zelf in

ons gelegd heeft liefdevol te aanvaarden.

1 PAUS FRANCISCUS, Apostolische exhortatie Evangelii gaudium (24 november 2013), 262.Ons werk is daarvoor het uitgelezen werktuig. Enerzijds geeft het een gevoel van innerlijke vrijheid.

Anderzijds is het ook een belangrijke bron van zelfkennis. We kunnen bvb. zo gehecht geraken aan

ons werk en onze inzet dat het zowaar een geduchte hindernis kan worden voor onze vrijheid. We

moeten ons werk wel degelijk zinvol maken, maar zonder er in op te gaan. Alleen op deze

voorwaarde houdt de mens zijn hart beschikbaar en kan hij zijn volle maat bereiken. Dat is een erg

moeilijke opdracht. Het gaat immers niet alleen om het afstand doen van het materiële werk van

onze handen. Het gaat ook om de onthechting van ons levenswerk.

Het is het moment waarop het geloofsleven zijn diepste en ook zijn meest beslissende crisis kent.

En die crisis is onvermijdelijk. Vroeg of laat meldt ze zich in iedere levensstaat aan. God schijnt de

mens dan plotseling te vragen van zijn werk af te zien en datgene in de steek te laten waaraan hij

zich zoveel jaren lang met hart en ziel heeft gewijd. “Neem uw zoon, uw eniggeborene, van wie je

houdt, en ga naar het land van Moria en offer hem daar als brandoffer.” Abraham had geloofd in

Gods belofte dat hij een nakomelingschap zou krijgen. Twintig jaar had hij erop gewacht. En nu het

kind eindelijk gekomen was, het kind op wie de belofte rustte, vraagt God aan Abraham om hem te

offeren. Zonder één woord uitleg. Hetzelfde vraagt God een of andere dag ook van ons. Het is een

moment waarop God en mens niet meer dezelfde taal lijken te spreken. Alsof er een misverstand is

gerezen. God heeft geroepen en de mens heeft geantwoord. En nu roept de mens, maar God zwijgt.

Deze gehechtheid aan ons werk sluipt ons leven binnen op een erg sluwe en verborgen manier. Het

is alsof je plots moet vaststellen dat ze er is, zonder te weten hoe of waar ze vandaan is gekomen.

Maar een mens wordt niet gered door zijn werken, hoe prachtig die ook mogen zijn. Ikzelf moet

nog het werk van God worden, kneedbaarder in de hand van mijn Schepper en Hem het absolute

initiatief over mijn bestaan toevertrouwen. Ik moet werkelijk kind worden van de Vader en

meespelen in het goddelijk spel van de schepping.

Jezus heeft dit spel van de schepping, als kind van zijn Vader ten einde toe gespeeld. Zijn kruisdood

op Goede Vrijdag was daar de ultieme uitdrukking van : van zijn vrij willen zijn om te doen wat de

Geest Gods Hem ingaf en van zijn solidair willen blijven met ons mensen.2

Ook wij moeten ervoor

zorgen een innerlijke ruimte te cultiveren die een christelijke betekenis geeft aan ons engagement en

onze activiteiten.3

Dat is het wat de soberheid in deze veertigdagentijd ons wil leren : dat soberheid

een leerschool voor ons hart mag worden en dat we ons hart laten verruimen om soberder te kunnen

leven ten dienste van het leven en van elkaar.

LITERATUUR :

THOMAS MERTON, Zaadkorrels van contemplatie,1988.

2 MGR. JOHAN BONNY, Brief voor de vasten “Vrijheid en solidariteit”, 2014

3 PAUS FRANCISCUS, Apostolische exhortatie Evangelii gaudium (24 november 2013), 262. Zr Elisabeth.

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Juli 2018
M D W D V Z Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen