2014.03.08. Vasten. Tegen de zon in kijken.

De toelichting werd gehouden door Rita Weynants.

Ik ben nog klein, drie-vier jaar. Mijn moeder kleedt me aan met mijn lievelings-jurkje, rood met witte stippen.

Maar het past niet meer, ik ben eruit gegroeid. Nooit zal ik het nog dragen.

Daar ervaar ik voor het eerst scherp het onherroepelijke: alles gaat voorbij en verandert, de tijd vloeit weg. Iets in mij wordt wakker en blijft: het spijtige weten van vergankelijkheid.

In dat vroege, banale moment – zo denk ik nu - werd de start gegeven  voor mijn levenslange spirituele interesse.

Irvin Yalom schrijft in Tegen de zon inkijken:  “Zelfbewustzijn is een schitterend geschenk, een schat die even kostbaar is als het leven zelf. Het maakt ons tot mens. Maar we betalen er een hoge prijs voor: de wond van de sterfelijkheid. Ons bestaan wordt overschaduwd door het besef dat we zullen groeien en gedijen, en onafwendbaar zullen verwelken en sterven”.

 

Dat besef brengt angst, verdriet en onrust mee en vele vragen. Het is een wond, een schaduw. Maar het geeft ook glans, dynamiek en intensiteit aan onze dagen.

 

Stel je maar eens voor dat we onsterfelijk zouden zijn of dat we voor altijd 18 of 30 zouden blijven. We zouden een bevroren leven leiden, stilstaan in eindeloze saaiheid. Of stel dat je de enige zou zijn die tot onsterfelijkheid gedoemd zou zijn – zoals Raymond Fosca in Simonne de Beauvoir’s roman ‘Niemand is onsterfelijk’ Hij dronk van het levenselixir en zat eeuw na eeuw vermoeid gevangen in onsterfelijkheid en onmetelijke eenzaamheid.

In deze denkoefening is er trouwens geen plaats voor kinderen. Mensen maken geen plaats voor mensen. De generaties schuiven niet op. Is er geen sterven, dan ook geen leven.

Het heeft zo zijn voordelen ons bewust te blijven van de dood en zijn schaduw te omarmen (…)

Mijn tante is 93, nog gezond, helder en zelfredzaam maar ze zegt: ik ben bijna in de hemel. Wanneer ik haar bezoek maakt ze telkens op een andere manier de balans op van haar leven: Wat was waardevol? Wat heb ik gemist? Met wie heb ik nog iets goed te maken?  Wat is er nu nog belangrijk?...

Het besef van eindigheid houdt zowel haar en als mij bij de les.

Het helpt ons om het kaf van het koren te scheiden en de essentie te blijven zoeken: Hoe kan ik - elke levensfase - met zijn eigenheid - zinvol beleven? Wat blijft - wanneer we alle franjes wegknippen?

De gefragmenteerde antwoorden die we zo vinden groeien met ons mee, verschuiven van betekenis, verdiepen zich, worden genuanceerder, milder. Ook dat hoort bij de verandering die ons leven is.

Ik woon nu tegenover een kerkhof en zie alle dagen bezoekers passeren. Een ver familielid zet bloemen op een graf. Ik herinner me hem als stuurs en gesloten maar hier ontdooit hij en vertelt me zijn leven. Een buurvrouw fietst elke dag naar het graf van haar man om ‘kracht’ op te doen, zegt ze. Ontmoetingen op deze plaats leiden vaak tot gesprekken van hart tot hart. Ze ontdooien ook mij en zetten me aan tot aandachtig luisteren en meeleven. Ze maken mij nog meer bewust van de fragiliteit van het leven en versterken het besef dat ik nu - in dankbaarheid - mijn geliefden moet koesteren.

Het weet hebben van onze kwetsbaarheid en sterfelijkheid  is zo een kans om elkaar beter te vinden en dieper lief te hebben.

Aansluitend bij het nadenken over onze sterfelijkheid ging ik – opnieuw na zovele jaren – op aswoensdag een askruisje halen.

As op mijn huid en ik denk: dichterbij kan het besef van sterfelijkheid niet uitgedrukt worden.

As op mijn voorhoofd en ik hoor: leg je masker af, toon je ware gelaat, zoek het licht, open je hart…

En toen ik daarna – in de lentezon – over het oude, ontruimde kerkhof rond de kerk liep zag ik er in het gras honderden gele en paarse krokussen bloeien. En op paasdag zullen uitgelaten dorpskinderen op deze oude dodenakker paaseieren rapen.

Rita Weynants

De Vleugel – 8 maart 2014

Ik wil eindigen met een gedicht van de onlangs overleden Leo Vroman. Het komt uit zijn bundel ‘Die Vleugels’. “We hebben natuurlijk allemaal dezelfde ziekte: sterfelijkheid”, zei hij. Daar schrijft hij over: lichtvoetig, egoloos en troostend:

Zalig

Zalig om straks as te wezen

en mijzelf uiteen te vegen,

los van vragen, vrij van vrezen.

De lokale wind en regen

waaien vredig door mij heen.

In dat sissende geluid

druk ik mij dan anders uit.

Ik word iets anders dan alleen.

Maar hoe leer ik zoek te raken

en tussen zoveel andere wolken

aan mijn afwezigheid te wennen?

Zal ik eerst slierten van mij maken,

daarmee langs een spiegel kolken

en mij niet herkennen?

 

(uit Die vleugels, Querido, 2013)

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Juli 2018
M D W D V Z Z
25 26 27 28 29 30 1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31 1 2 3 4 5

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen