2014.03.01 Pärt, het "credo" van de eenvoud.

De toelichting werd gehouden door Edwig Abrath.

De laatste paar 100 jaar evolueerde klassieke muziek naar meer en meer complexe vormen en werd voedsel voor het verstand.

 

 

Begin 20ste eeuw daverde het tonaal systeem echter op zijn grondvesten en viel uit elkaar.  In de plaats kwam een veelheid aan stijlen en genres.  Alsof ze bevrijd waren van de ketenen van de traditie, zochten componisten naar nieuwe expressievormen.  De moderne muziek bleek echter te abstract voor de doorsnee muziekliefhebber.  De laatste decennia van vorige eeuw onstond een tendens, zowel in pop als klassiek, om zich te ontdoen van het harnas van het verstand en te starten met eenvoudige, minimalistische zaken.

De 20ste eeuw is ook de eeuw van de secularisering.  Het geloof verloor haar maatschappelijk draagvlak en dat uitte zich ook in de kunst.  Religieuze of liturgische muziek werd eerder de uitzondering dan de regel.  Bij enkele componisten vinden we toch uitgesproken religieuze muziek, het geloof staat zelfs centraal in hun oeuvre.  Arvo Pärt is daarvan hét voorbeeld en kon daar ook een relatief grote bekendheid mee verwerven.

Pärt werd geboren in Estland in 1935.  Hij is praktiserend Russisch-Orthodox en heeft een grote affiniteit met vocale muziek.  De sterke koortraditie van de Baltische staten is daar niet vreemd aan.

Pärt startte zijn compositorisch werk binnen de dodecafone stijl.  Daarop volgde bijna een decenium van stilzwijgen.  Hij ging op zoek naar een eigen stijl waarvoor hij moest loskomen van al het onnodige.  De eenvoud en luciditeit van de Gregoriaanse gezangen waren doorslaggevend bij dit keerpunt.

Zo brak in 1976 een nieuwe, erg productieve periode aan.  Hij vindt een eigen soort tonale taal die hij ‘tintinnabuli’ doopte, het Latijn voor ‘bellen’ of ‘klokken’.  Concreet ging hij op zoek naar de eessentie van de tonale klank door te werken met drieklanken en sobere melodieën.   Twee zeer eenvoudige verweven stemmen met bel-heldere klank waarbij harmonie en ritme vervagen. In combinatie met een langzaam tempo en momenten van stilte leidt dit tot meditatieve, subtiele en vaak statische muziek.  Deze muziek biedt ruimte aan de luisteraar.  Een muziek waar je niet langer als buitenstaander naar zit te luisteren maar waar je als het ware in kan gaan leven en bewegen.

Klank is voor Pärt een beïnvloedbaar gegeven.  Muziek kan goed of slecht beïnvloeden.  Je kan mensen ziek tot zelfs dood maken met klank.  Maar er is evenzeer een tegenovergestelde weg.  De afstand tussen beide uitersten is zeer groot en biedt ruimte aan vele keuzes, in kunst is alles mogelijk maar niets is nodig.

Of om het met Pärts eigen woorden te zeggen: “Als componist moet je van iedere individuele klank houden.  Elke klank vereist je volledige concentratie alsof elk grassprietje de status heeft van een mooie bloem.”

Pärt springt zeer spaarzaam om met het muzikale materiaal. De tijd blijft als het ware stilstaan en bij de luisteraar wordt elk besef van dimensie aan het wankelen gebracht. Waar in andere muziek beweging en uithalende momenten je aandacht trekken, valt bij Pärt juist de stilte, volledige leegte, op. De stilte is ook in de partituur ingebed. Het werk ontstaat vanuit de stilte en keert er ook steeds weer naar terug. Hij werkt met twee afzonderlijke stemmen wiens paden elkaar lijken te kruisen en toch weer niet. Eén stem is menselijk en zondig, complex en subjectief: met zijn fouten, angst en pijn of doet ook aan anderen pijn (een soort Pinocchio). De andere stem is als de krekel in het Pinocchio-verhaal: ze beschermt of is de wat kijvende vinger. Dit is de stem van vergeving: eenvoudig, klaar en objectief.

Vanuit de tintinnabuli-stijl evolueerde de muzikale taal nog verder in de richting van klankexploratie en –reductie.  Soms volstaat één toon of klank, gevolgd door een betekenisvolle stilte.  Om die reden krijgt zijn werk wel eens het label ‘Heilig Minimalisme’.  Typerend zijn de heldere structuren en symmetrie, eenvoudige melodieën en een duidelijke uitdrukking van de tekst.  Dit alles maakt zijn stijl zeer geschikt voor communicatie met een breed publiek. Zijn muziek vereist je concentratie en energie.  Het publiek moet zich openstellen voor signalen van  zijn spirituele wereld waardoor het mee tot een hogere spirituele wereld wordt getild.

De muziek van Pärt moet het niet hebben van complexiteit of gezochte expressie.  Volgens een vaak gehoorde boutade is eenvoudige muziek maken het moeilijkste wat er is.  Pärt schuwt de eenvoud niet, integendeel.  Eenvoud is voor hem hét middel om voor een religieuze tekst of een bepaald idee de gepaste muzikale uitdrukkingsvorm te vinden.  Zonder franjes of effecten, maar wel met een doorgedreven essentialisme bereikt hij een uitgepuurde stijl, door sommigen bekritiseerd, maar door velen geadoreerd.

Briljant aan deze muziek is dat ze universeel is.  Voor iedereen en door iedereen te begrijpen.  Pärt gelooft werkelijk aan een goddelijke ervaring, de pure extase zoals de meeste mensen slechts ervaren wanneer ze waanzinnig verliefd zijn.   Wat zo briljant aan deze muziek is, is dat het er niet om gaat hoe ze gemaakt is of hoe ze je in die sfeer brengt.  Ze is universeel, voor iedereen.   Dit maakt Pärt misschien wel tot de meest herkenbare hedendaagse componisten.

 

Tot slot enkele persoonlijke bedenkingen:

- Pärt bevindt zich als componist van twaalftoonsmuziek buiten de rand van het tonaal universum.  Net als onze wetenschappers vandaag hun honger naar kennis van wat er zich ver buiten onze planeet afspeelt niet kunnen stillen, heeft de muziekgeschiedenis componisten weggevoerd van de essentie van klank en brengt hen tot cerebrale creaturen.  Pärt legt al het overtollige van zich af.  Een decenium van stilte is nodig om uiteindelijk zijn eigen lied te kunnen zingen.  Zo maakt hij zijn allesindividueelste reis van de rand van het universum terug naar de kern, zijn kern.  Het gras was niet groener aan die andere kant.  Pärt vindt zijn eigen taal rond zijn veertigste.  Een vroege midlifecrisis, een burn-out?  Ooit in vuur en vlam en vroegtijdig opgebrand?  Kan  zijn, maar alleszins een verlamming die hij als positieve kans heeft benut.  Een sprong over de diepe kloof van eeuwenoude evolutie naar Heilig Minimalisme.

- In Pärts muziek springen de individuele lijnen in het oor, als een fluidum verweven tot een prachtig klanktapijt.  Zoals eerder gezegd “muziek waar je in kan gaan staan, in kan leven”.

Wanneer je de akkoorden uit hun context haalt en buiten hun verloop vertikaal beluistert, zou je merken dat deze akkoorden vaak dissonant zijn.  Hun omkadering en de flow van het muzikaal geheel maakt  echter dat we ze als heel aangenaam, een extra kleur ervaren.  Zoals een lidteken op een gaaf gelaat voor de een traumatiseert en voor de ander meer karakter en misschien wel juist sexy wordt ervaren.

Konden we het opus magnum van die andere grote componist waarin we dagelijks staan, en leven ook zo beleven: opgaan in een weefsel en dynamiek van  verschillende klanksporen, van geloofsovertuiging over ras, afkomst, geaardheid en ga zo maar door.  Een plek waar we verschillen niet als dissonanten buitensluiten maar als boeiende raakpunten, points de rencontres, omarmen op een rijk klanktapijt

Jan Hoet wou het Credo van Arvo Pärt op zijn begrafenis. Ik citeer: “Liefst live, met koor en orkest, zodat de kerk in het gefluister van het koor begint te bruisen. Net een apocalyps, Pärt is fenomenaal.”

 

 

Welkom...

...welkom op onze website.(Vleugel)

Kalender

Januari 2018
M D W D V Z Z
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31 1 2 3 4

Nieuw

 

Kijk naar Nieuws- Rondom de Vleugel

Inloggen