2013.05.04 Koning Salomo

De toelichting werd gehouden door Paul Kevers.

 

Koning naar Gods hart!?


Koning Salomo… wat valt daar allemaal over te vertellen? Koningen staan in de Bijbel zelden in een gunstig daglicht. Israël heeft veel te veel van koningen te lijden gehad. De farao, koning van Egypte, had hen onderdrukt, uitgebuit, tot slaven gemaakt. Nebukadnessar, koning van Babel, had hun tempel verwoest en hen in ballingschap gevoerd. Koningen zijn machthebbers, geweldenaars, potentaten. (Bedenk dat koningen in die tijd geen ceremoniële rol vervulden maar werkelijk alle macht in handen hadden. We moeten koning Salomo niet vergelijken met koning Albert of koning Willem-Alexander vandaag…)

Geen wonder dat de bijbelse profeten erg kritisch staan tegenover het koningschap. De profeet Samuel waarschuwt het volk onverbloemd als het hem komt vragen om een koning aan te stellen ‘zoals alle andere volkeren die hebben’. Besef goed wat ge vraagt, zegt Samuel, die koning gaat zware belastingen heffen, ge gaat voor hem moeten werken, hij zal uw dochters komen halen voor zijn harem en uw zonen voor zijn leger. Ge wordt zijn slaven!

Toch zijn er in Israël koningen gekomen. Waarschijnlijk was het ook wel nodig, een institutioneel leiderschap, om als klein volkje stand te houden in de grote, complexe wereld. Maar, zeiden de profeten, als er dan toch een koning moet komen in Israël, dan zal het onder welomschreven voorwaarden zijn. Die koning regeert niet in eigen naam, maar in naam van de Eeuwige. Die komt niet om te heersen, maar om te dienen.

Die voorwaarden staan geboekstaafd in de Tora, meer bepaald in het boek Deuteronomium, we hebben ze gehoord in de eerste lezing. De koning wordt door God (via de profeet) aangewezen en uit het volk gekozen. Hij mag zich niet boven zijn volksgenoten verheven achten. Hij mag niet veel paarden, niet veel vrouwen en niet veel zilver en goud vergaren (een beeldrijke typering van militaire, politieke en economische macht). Hij moet de Tora altijd bij zich dragen als grondwet en daar elke dag in lezen wat zijn plichten zijn: gerechtigheid doen, dienst aan het volk en zorg voor de zwaksten.

Zeldzaam zijn der koningen die dat ideaal hebben nagestreefd. Geen enkele heeft het helemaal waargemaakt, de meesten helemaal niet. David, de ‘man naar Gods hart’, kwam nog het dichtst in de buurt. En Salomo? In het begin gaat het met hem de goede kant op. In de tweede lezing hebben we gehoord hoe hij zich ‘dienaar’ noemt, dienaar van God én van het godsvolk, en hoe hij niet vraagt om een lang leven, rijkdom en macht, maar alleen om wijsheid. ‘Geef uw dienaar een opmerkzame geest om recht te kunnen spreken voor uw volk en onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad’, zo bidt hij. Geef uw dienaar een opmerkzame geest. Letterlijk staat er: ‘een luisterend hart’. Een goede leider is een leider die kan luisteren.

Dat wordt treffend geïllustreerd door het verhaal dat in de Bijbel onmiddellijk volgt: het verhaal van het Salomonsoordeel. Dat verhaal illustreert de wijsheid van Salomo, maar het wordt vaak eenzijdig verstaan. U kent het verhaal: twee vrouwen die samenwonen – prostituees waarschijnlijk – hebben ieder een pasgeboren kind. ’s Nachts is één kind gestorven. De vrouwen zeggen alle twee: ‘het nog levende kind is van mij!’ en de koning moet uitmaken wie gelijk heeft. ‘Neem een zwaard, hak het kind in tweeën en geef iedere vrouw de helft’, zegt de koning. Volgens de courante interpretatie was dat een slimme zet van de koning omdat hij wel voorzag dat de echte moeder zich bekend zou maken. Maar er zit meer in het verhaal. Misschien wilde de koning zich er echt wel vanaf maken door het kind effectief in tweeën te hakken. En werd hij daarna pas getroffen door de smeekbede van de moeder: ‘Geef het levende kind aan de andere vrouw en dood het niet!’. De koning luistert naar het woord van die onbetekenende, anonieme vrouw en verandert zijn beslissing. Hij kiest niet langer voor de dood, maar voor het leven. Als men de Hebreeuwse tekst van het verhaal goed leest, dan merkt men dat er echt iets gebeurt met de koning en dat hij vanaf dat ogenblik met andere woorden en in een andere stijl begint te spreken. Koning Salomo is maar wijs geworden omdat hij naar de wijze woorden van die vrouw heeft geluisterd. Een wijze koning is een koning die kan luisteren en die zijn beleid desnoods laat beïnvloeden door wat iemand uit het volk hem te zeggen heeft. Ook al is dat een anonieme vrouw, die nu voor hem een gezicht krijgt en aan wie hij een naam geeft: ‘zij is de moeder!’.

Met Salomo gaat het goed, zolang hij bidt om een ‘luisterend hart en een opmerkzame geest’ en zich laat leiden door de wijsheid die Jahweh hem schonk – en die dus soms te horen is uit de mond van wie men het niet zou verwachten. Salomons wijsheid is tot de verbeelding blijven spreken. Hij is de geschiedenis ingegaan als de auteur van de wijsheidsboeken, de bouwer van de tempel van Jeruzalem en de grootste koning van Israël na David. Maar ook Salomo is bezweken voor de lokroep van de macht. De laatste verhalen over hem vertellen over zijn rijkdom, zijn ruiterij en zijn talrijke buitenlandse vrouwen. Hij slaat de Tora in de wind en gaat er juist wél veel paarden, veel vrouwen en veel goud en zilver op nahouden. Hij vergeet Jahweh zijn God en gaat andere goden dienen. Hij legt de noordelijke stammen een zware schatting op en legt daardoor de kiem voor de scheuring van het koninkrijk na zijn dood. En zo wordt hij de eerste van een lange rij koningen die ‘deden wat kwaad was in de ogen van Jahweh’, zoals de profetische auteurs van de boeken Koningen bij wijze van refrein telkens weer herhalen.

Het koningschap is een ambivalente zaak. Een leider die kan luisteren en die in dienst staat van zijn volk: dat is prachtig. Zolang hij niet bezwijkt voor de lokroep van de macht, de rijkdom en de eerzucht. Het is van alle tijden. Het verhaal van Salomo houdt ons een spiegel voor. Het is een leerschool voor allen die vandaag leiding geven en verantwoordelijkheid dragen, op grote of op kleine schaal.

Paul Kevers