2013,01,19 Van verontwaardiging naar verandering

De toelichting werd gehouden door Ludo Abicht.

In zijn nieuwste essay, Demain la nation (2012) schrijft Jean Daniël, de vroegere hoofdredacteur van Le Nouvel Observateur,

dat hij het volkomen eens is met de oproep van de toen al vierennegentigjarige Stéphane Hessel,  Indignez-vous! (2011), waarin deze uit nazi-Duitsland gevluchte jood, ex-verzetsman en medeauteur van de nieuwe versie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), tot een hernieuwd verzet tegen de onaanvaardbare schendingen van de rechten van de mens en de natuur vandaag oproept.  Die oproep stond in Europa aan het begin van de beweging van de Spaanse Indignados, een golf van verontwaardiging die direct aansloot bij de Occupy! Beweging in de Verenigde Staten.  Daniël waarschuwt echter dat eerlijke, emotioneel geladen verontwaardiging niet noodzakelijk naar een progressief verzet moet leiden, zoals we tot onze schade uit de geschiedenis van de twintigste eeuw kunnen leren.  Een klein vergelijkend  voorbeeld ter illustratie van deze stelling;  tijdens één van de geslaagde campagnes van Hitlers jonge Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij in de jaren 1920 droegen leden van de SA borden met de slogan “Wir sind wieder wer!”  Wij zijn opnieuw iemand, een volk dat meetelt na de nederlaag van 1918 en de vernederingen die ons door de overwinnaars met het Verdrag van Versailles werden opgedrongen.  Weldra zullen de vermolmde  beenderen van onze marxistische en democratische tegenstanders beven, “Es zittern die morschen Knochen…”, een strijdlied dat zelfverzekerd eindigt met de bekende woorden “Denn heute haben wir Deutschland,  und morgen die ganze Welt!” En in 1962 marcheerde dominee Martin Luther King met honderdduizenden zwarte en blanke aanhangers op Washington, waar hij zijn onvergetelijke toespraak “I have a dream” zou uitspreken.  Zijn volgelingen droegen borden met de slogan “I am a Man!” A man, en niet langer een boy, zoals de blanke racisten over volwassen zwarten plachten te spreken, een gewoonte die ik me nog herinner uit tafelgesprekken met Belgische kolonialen die hun vakantie in het beschaafde en beschavende vaderland doorbrachten.  In beide gevallen was de verontwaardiging authentiek en zelfs terecht, maar de ene protestbeweging eindigde in Stalingrad en Auschwitz, terwijl de andere het begin inluidde van de politieke en, in mindere mate, sociale emancipatie van de niet-blanke Amerikanen.  Stéphane Hessel besefte dit wel degelijk, want een jaar later publiceerde hij een vervolg op zijn eerste  oproep onder de naam Engagez-vous! Oprechte verontwaardiging over de manier waarop mensen en de natuur behandeld worden is uiteraard een noodzakelijke maar onvoldoende eerste voorwaarde om mensen te mobiliseren en de gewenste verandering af te dwingen of op zijn minst op de agenda te zetten. Machthebbers weten dat ze daar rekening mee moeten houden, maar ze weten ook dat die verontwaardiging  in de meeste gevallen gelukkig voor hen niet in een lange, ingehouden  woede uitmondt.  Denk maar aan de legendarisch massale anti-rakettenmarsen in Brussel.  Nadat de raketten toch in Florennes opgesteld waren  bleek die verontwaardiging niet voldoende om ons opnieuw naar Brussel te laten komen, iets wat de toenmalige premier waarschijnlijk  als een “evidentie” – hij gebruikte die term opvallend vaak – beschouwd en ingecalculeerd had.  En hetzelfde kan vandaag gezegd worden van de kortstondige  Occupy! Beweging in de VS, hoe correct en indringend hun analyse van het globaliserende kapitalistische systeem ook was en  in feite nog steeds is.

Verontwaardiging, zelfs schaamte, kan ook vertaald worden als een ontluikend bewustzijn van onze aliënatie, de ontvreemding van wat we onder andere voorwaarden zouden kunnen zijn en bereiken.  Zonder dit bewustzijn kan het onrecht nog jaren en zelfs eeuwen blijven voortwoekeren, want het is niet waar dat de diepste ellende noodzakelijk tot opstand moet voeren.  In de vroegere kolonies waren het over het algemeen de door het regime als lokale ambtenaren geschoolde en opgeleide leden van de middenklasse die het verzet ontketenden, denken we maar aan Patrice Lumumba, Gandhi, Soekarno, Nkruhma, Mao-tse-Toeng, Nelson Mandela of, in de VS,  W.E.B. Dubois en Martin Luther King.  Zij hadden begrepen dat de toestand van ondergeschiktheid en dienstbaarheid geen natuurgegeven maar mensenwerk was, een ondraaglijke toestand die kon en moest opgeheven worden. Dus de verontwaardiging komt eerst, en moet zo vlug mogelijk in engagement omgezet worden, dat wil zeggen in een lange  en georganiseerde woede die rekening houdt met strategische en tactische overwegingen en beslissingen.

Daarmee is echter nog niets gezegd over de richting, waarin de verandering moet ontwikkeld worden, want ook volgens professor Helmut Gauss is de kans groot dat de eerste reacties tegen onrecht en uitbuiting, zeg maar toenemende werkloosheid en onzekerheid over de arbeid eerder in de kaart van rechts spelen dan die van links.   Dus er is, naast het ter sprake brengen van het ongenoegen en de hoop op verandering, naast de onvermijdelijke banaliteit van de organisatie, ook de cruciale zorg nodig over de richting waarin deze opkomende protestbeweging zich ontwikkelt.  Daarbij mogen we de handigheid en leepheid van onze tegenstanders niet onderschatten:  niet voor niets heette de nazi-parij een “socialistische arbeiderspartij”, compleet met een rode vlag, zorgvuldig georkestreerde 1 mei-vieringen, onophoudelijke verwijzingen naar de rechten en behoeften van het volk, van de goedkope radiotoestellen als Volksempfänger en de betaalbare gezinsauto als Volkswagen tot allerlei andere maatregelen die vrijwel letterlijk uit het programma van de KPD, de Kommunistische Partij van Duitsland, konden zijn overgenomen:  toegang van arbeiderskinderen tot het hoger onderwijs, strengere regels voor veiligheid en gezondheid op het werk.  De erfgenamen van het nationaalsocialisme, bijvoorbeeld  bij ons de VMO van Bert Eriksson, kwamen naar buiten met slogans, zoals onder meer over de strijd tegen Kerk, Koning en Kapitaal, die evengoed door radicaal links konden bedacht zijn.  Ook in de VSA is het sinds het midden van de jaren 1980 opvallend, hoeveel fundamentalistische en uiterst rechtse  organisaties inzake tactiek van hun linkse tegenstanders hebben overgenomen.  Nog erger, want inhoudelijk werpen uitgerekend die groepen zich op als de ware erfgenamen van de Amerikaanse revolutie (bv. de Tea Party met de symbolen van die opstand tegen het Engelse koloniale gezag.)

Indien we van een andere verandering van mens en maatschappij dromen moeten we ervoor zorgen, vanaf het begin het verschil duidelijk te maken.  Dat zal niet lukken, indien we de band met de eeuwen oude emancipatiestrijd uit het oog verliezen.  Michel Foucault was ervan overtuigd dat we de hedendaagse wereld en haar instellingen onmogelijk konden begrijpen zonder “archeologisch graafwerk” naar de verschillende lagen waaruit deze wereld is opgebouwd. Misschien moeten we dit ook toepassen op de erfenis van de vele opstanden, revoltes, ketterijen, concreet utopische dromen, projecten en experimenten die deze moeizame bevrijdingstocht gemarkeerd hebben, net zoals Stéphane Hessel ons herinnert aan de erfenis van het verzet en aan de nieuwe hoop na het einde van WO II, een hoop die vanzelfsprekend teruggreep naar de belofte van Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid die we tijdens de verlichting aan onszelf en de wereld gedaan hebben en, vandaar, aan de inbreng van de bijbelse profeten, de evangelische waarden en de vrije denkers en sprekers uit de Griekse Oudheid.  Niet uit nostalgie of verlangen naar een imaginaire ideale samenleving op een of ander Gouden Eiland of in een Aards Paradijs, maar om,  in de geest van Jürgen Habermas, in te zien dat de nog onvervulde beloften uit het verleden ons, gelukkig maar, blijven achtervolgen.  Ter afsluiting:  over de noodzaak tot verandering schreef Theodor W. Adorno, een denker die je onmogelijk van overdreven optimisme kon beschuldigen, in Negative Dialektik het volgende:

Nur wenn, was ist, sich ändern lässt, ist das, was ist, nicht alles.