De vijf zintuigen : De Smaak

Overweging gehouden door Maria Polfliet, Anne Willocx, Harry Harding, Mieke van steelandt.

Zout

Mattheüs 5,13

“Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?  Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.”

Bovenkant formulier

Als Jezus zegt dat je zout bent, betekent dit ook dat je kostbaar bent.
Zout heeft heel lang een belangrijke economische waarde gehad.  In diverse oorlogen werden soldaten zelfs uitbetaald in zout.

Tegenwoordig is zout nog één van de weinige goedkope levensmiddelen, maar daarom niet weinig belangrijk.

Als er op een receptie een schaal met nootjes, kaasblokjes en chips naast één met pralines, koekjes en petit-fours staat; dan twijfel ik niet : 
geef mij maar "een zout mondje" zoals mijn moeder dat altijd zei.

Ook herinner ik me nog hoe ze verse prinsessenboontjes in een hoge bruine pot bewaarde door er laagjes zout tussen te strooien, maar hier had zout dan niet de functie van smaakmaker, maar diende het om bederf tegen te gaan.

Nochtans gebruik ik zelf weinig zout in de keuken, maar eieren of fritjes kan ik me niet indenken zonder die hartige kristalletjes.

Toen ik eens een periode zoutloos moest eten, was er één ding waar ik niet kon aan wennen : brood zonder zout.
Mensen die zelf brood bakken weten dat je maar  5 gram zout moet toevoegen voor een brood van 850 gram.
Dit is slechts 1/170 ste deel !, veel heb je er dus echt niet van nodig.

In tegendeel, gebruik je er té veel van, dan valt het voedsel niet meer te eten; denken we maar aan de patatten in de Witte van Zichem ...

Deze twee voorbeelden geven duidelijk aan dat zout een belangrijke rol speelt maar ook dat we het zorgvuldig moeten doseren.

Laten we proberen om voor anderen de juiste smaakmakers te zijn op hun levensweg !

Maria Polfliet

Zuur

Ps. 69,20-22

“De schande heeft mij gebroken, het is ongeneeslijk, ik wachtte op troost, maar niets;

Ik hoopte op iemand die mij zou helpen, maar heb niemand gevonden.

Zij hebben mij brood gegeven, het was vergiftigd, zij hebben mij drinken gegeven, het was zure wijn”

Als we het woord “zuur” horen dat denk ik aan iets onaangenaams, aan zurigheid, aan moeilijkheden en verdriet misschien wel. Zuur en bitter zijn het tegenovergestelde van zoet, zuur is datgene dat wat onaangenaam is op de tong, wat ‘iets of wat ‘ bijtend is, dat in elk geval de mond doet samentrekken.

Figuurlijk drukt zuur de moeite of kwelling uit, waarmee iets gepaard gaat, wrang en bitter…de onaangename gevolgen, die iets na zich sleept.

Maar ik hou eigenlijk wel van een zure smaak, denk maar even aan een zuur beertje of een citroen.

Ik voel al mijn speekselklieren al in werking treden. Mijn lichaam bereidt zich voor om dat zuur te neutraliseren en verdunnen van dat zuur, ze legt een beschermlaagje over het slijmvlies .

Misschien moeten we ook in ons leven , ons leven beschermen voor zure tijden en een beschermlaagje aanbrengen zoals ons lichaam het ons voor doet.

Anne Willocx-Michielsen

Bitter

Exodus 15,22-24

Van de Rietzee ging in opdracht van Mozes weer verder, de woestijn van Sur in.  Drie dagen trokken ze door de woestijn zonder water te vinden.  Toen kwamen ze in Mara.  Het water van Mara konden ze echter niet drinken, zo bitter was het; vandaar dat de plaats Mara heet (Mara betekent bitter).

Overweging  volgt nog.

 

Zoet

Spreuken 16,24

“Een vriendelijke uitspraak is een korf vol honing,

Zoet voor de ziel en gezond voor het lichaam.”

Als afsluiter staan we nog even stil bij de zoete smaak.

Het is niet voor niets dat we met deze smaak afronden.  Zo is het vaak ook in de dagelijkse realiteit : het toetje na een maaltijd.

Als symbool kozen we voor een honingraat, de verwijzing naar zoete honing.  Ik moest daarbij terugdenken aan de doopviering van één van onze dochters.  Toen hebben we naast de klassieke symbolen van water en olie ook een lepeltje honing gegeven.

Als wens en hoop dat ze in haar leven iets zou mogen ervaren van het land van melk en honing.  Van datgene wat het leven de moeite waard maakt, van de zoete traktaties van het leven.

Zoet wordt in ons taalgebruik meestal in positieve zin gebruikt : zoete dromen hebben; wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe…

Het zoet associeer ik met het overweldigende, het positieve in het leven.  Het zoete is niet weg te denken bij feestelijke gelegenheden De meeste mensen genieten en krijgen het water in de mond bij de gedachten aan een heerlijk dessertenbuffet met allerlei zoete lekkernijen.

En ook bij de Islamieten is er het zogenaamde Suikerfeest dat het einde van de Ramadan afsluit.   Het is een familiefeest waar allerlei zoete gerechtjes worden gegeten.

En in deze donkere decembermaand

wil ik afsluiten met een woord van Prediker:

“Zoet is het licht. De zon mogen zien is een weldaad voor de ogen!”

Mieke Van Steelandt